Eigenlijk heb ik vandaag de hele dag geprobeerd om een blogje over de schoolreünie van gisteren te schrijven. Maar ik kwam er niet uit.
Zou ik beginnen over juf M., die met terugwerkende kracht door bijna iedereen als onaardig werd bestempeld? Of het feit dat vijf mensen onafhankelijk van elkaar zich herinnerden dat ik een gigantische trekker op mijn tafel had getekend in haar klas en dat ze daar woest over was geworden? Of over dat ik lui was en nauwelijks rekensommetjes maakte, maar desondanks een hoge citoscore had, iets wat ik totaal was vergeten? Over de leraar die ons destijds elke week een psalm uit het hoofd liet leren, en nu ook op de reünie was? Over hoe ik nu over psalmen denk?
Over dat het best onwennig is, om tussen allemaal mensen te staan die je heel goed kende(n), maar die je 23 jaar niet hebt gezien? Over hoe vertrouwd het voelt, en heerlijk is, maar dat dat ook raar is? Over dat het inmiddels mannen en vrouwen zijn van midden dertig, met banen, huizen, partners en kinderen, die ik niet ken?
Over dat de jongen die toentertijd zo gepest werd, er nu niet was?
Over dat ik – en anderen natuurlijk ook – keuzes maak in wat ik wel en niet vertel? Over dat ik me zo vaak heb afgevraagd hoe het kan dat mijn leven is gelopen zoals het is gelopen, en wat voor onwaarschijnlijke afstand er is tussen de jongen van basisschool ‘Op ‘e Hichte’ in de jaren ’80 en de persoon die ik nu ben? Over hoe ingewikkeld ik het vond om het uit te leggen hoe het is gelopen?
Over mijn rit van 120 kilometer naar huis, waarin ik bedacht dat wat ik nu ben er toen toch in moet hebben gezeten? Of het niet anders had gekund? Makkelijker, of sneller? Of leuker? En waar dat dan aan ligt? Of ik niet teveel schepen achter me heb verbrand?
Het was een achtbaan van herinneringen. Sommigen leuk, sommigen minder leuk.
Maar ze zijn wel te verteren, vanwege de veiligheid van de afstand van 23 jaar.
reageren