Fryslân regenboogprovincie

2020 was een rampjaar. Toen ik werd gevraagd of ik een bijdrage kon leveren aan de laatste RadioDoc op NPO Radio 1, zei ik: misschien is het een goed idee om iets te maken over iets dat dit jaar wél is gelukt.

Ik had op dat moment net de televisiedocumentaire Rainbow Warrior van Omrop Fryslân gezien. Daarin wordt Sipke-Jan Bousema gevolgd bij zijn strijd om van Fryslân een regenboogprovincie te maken. 

In 2016 was dit al eens geprobeerd, toen Drenthe net het initiatief had genomen in navolging van de regenboogsteden en -gemeenten. Alle Nederlandse provincies volgden in de twee jaar daarna, maar één provincie wilde maar niet een regenboogprovincie worden: Fryslân. Dit verhaal gaat mij als Fries en LHBT’er aan het hart.

waarom was het nou zo moeilijk om een regenboogvlag te hijsen in een van de masten voor het Friese provinciehuis

De redactie van RadioDoc was geïntrigeerd, en gaf mij de opdracht om het eens uit te zoeken. Dat is de radiodocumentaire Fryslân regenboogprovincie geworden, gedreven door de vraag: waarom was het nou zo moeilijk om een regenboogvlag te hijsen in een van de masten voor het Friese provinciehuis. Wat ik niet wist toen ik aan deze reconstructie begon, was wat voor bizarre gebeurtenissen en zeer persoonlijke verhalen hier achter zitten.

Op deze pagina lees je achtergronden en bronnen bij dit verhaal.

De radiodocumentaire is met bovenstaande speler te beluisteren; het begint op 25:50.

Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen?

Het Friese provinciehuis in Leeuwarden

Het Friese Provinciehuis, 28 september 2016. Aan de Tweebaksmarkt in Leeuwarden begint het CDA-statenlid Teus Dorrepaal aan zijn reactie op een motie (agendapunt 16 in de vergadering) die door de PvdA-fractie is ingebracht. Een motie om van Fryslân een regenboogprovincie te maken. 

In de motie staat dat discriminatie niet ‘getolereerd’ mag worden, dat de provincie Fryslân moet uitdragen dat het een regenboogprovincie is, en dat ieder jaar op Coming Out-dag, 11 oktober, de regenboogvlag wordt gehesen. Het is een wat slordig geformuleerde motie, met bijvoorbeeld het woord ‘tolerantie’ waar ‘acceptatie’ wordt bedoeld. Maar de intentie is duidelijk: aandacht voor de problematiek van LHBT’s in Fryslân, en door zichtbare steun deze bespreekbaar maken.

Dorrepaal staat als eerste op de sprekerslijst, reagerend op de motie. Hij begint met een citaat uit de bijbel, Romeinen 8:31, en zoekt de erkenning daarvan bij de fractie van de ChristenUnie. In een verhaal van zes minuten legt Dorrepaal uit dat hij tegen het worden van een regenboogprovincie is.

Het is een wat warrig verhaal, want het echte argument blijft lang onduidelijk. De regenboogvlag zou niet voor de LHBT’s moeten zijn; Coming-Out dag valt samen met de dag voor de meisjes; er zou op een overheidsgebouw geen uitingen van steunbetuigingen te zien moeten zijn. 

Het is een opmerkelijk betoog. In huis zijn de broeders van de ChristenUnie juist voor de motie. En bij buurprovincie Groningen is de CDA-fractie een van de initiatiefnemers om van Groningen een Regenboogprovincie te maken. Bij gelegenheid van handelsmissies hangen er ook wel eens andere vlaggen in het provinciehuis, zo vertelt een bron binnen het Provinciehuis mij. Coming-Out dag ontstond in 1988, terwijl de VN pas in 2011 verklaarde dat 11 oktober Wereldmeisjesdag is. Je kan het een doen en het ander niet laten, nietwaar? Waarom wordt Dorrepaal daar door andere Statenleden niet op aangepakt?

Wellicht omdat ook een emotioneel betoog is. Van Dorrepaal is genoegzaam bekend dat hij al vijftig jaar samenwoont met een man. Hij speelt met de bekendheid van dat gegeven in zijn verhaal, maar doet dat ook weer met een omweg. Hij haalt een ander aan die in het provinciehuis wordt aangesproken op ‘jij bent toch ook zo’. Maar elke toehoorder weet dat dit over Dorrepaal zelf gaat. Geef daar maar eens antwoord op.

Gewoon

“Ik ben gewoon!” roept Dorrepaal. Het punt dat hij wil maken is een punt van integratie of assimilatie. Assimilatie is het behoren tot een grotere groep, maar met lage eigenheid (oa. uitgelegd in het kader van Gedrags- en Maatschappijwetenschappen door Otten, RuG, 2014). Oftewel, je past je aan aan wat de norm is in de grotere groep. In het geval van homo’s komt dat neer op dat je je moet schikken naar de normen van de hetero’s. 

Teus Dorrepaal in de Statenzaal van het provinciehuis in 2016

Een notoir voorbeeld uit de community daarvan is dat homokoppels wel eens werd gevraagd wie van de twee ‘het vrouwtje’ is, waar mee werd bedoeld wie er een meer passieve rol in de relatie heeft. Gelukkig komt dit niet zo vaak meer voor. Het is beledigend voor vrouwen, het is een indeling die vooral wat over de vragensteller zegt, en het gaat niemand iets aan.

In de diversiteitsdiscussies heeft assimilatie wel afgedaan; het werkt niet en mensen voelen zich er absoluut niet gelukkig bij. Een beter begrip en betere strategie is inclusie. Bij inclusie kan je in al je eigenheid onderdeel vormen van een grotere groep. De verantwoordelijkheid voor aanpassing ligt niet bij een sociaal achtergestelde groep.

In ons voorbeeld proberen hetero’s niet langer een homostel (m/v/x) in de mal van hun begrip van wat een relatie zou zijn te drukken, maar ze accepteren dat er andere relatievormen bestaan. Niet-hetero’s kunnen dan in hun eigen bijzonderheid onderdeel zijn van de maatschappij.

De verantwoordelijkheid voor aanpassing ligt niet bij een sociaal achtergestelde groep

Dorrepaal wil niet dat de Friese LHBT’s opvallen of bijzonder blijven, maar ‘gewoon’ worden. Er moet dus ook geen vlag voor hen bij het provinciehuis wapperen. Een punt dat hij twee dagen voor de vergadering in de Friese Staten ook al maakt met een opiniestuk in de Leeuwarder Courant. Zo erg gaat het hem aan zijn hart. 

Na afloop van zijn inbreng klinkt er applaus in de Statenzaal. Het is not done om in vergaderingen van volksvertegenwoordigers te applaudisseren. Maar de voorzitter zegt er niets van. Men is misschien nog bezig te verwerken wat hier nou eigenlijk gebeurde.

Er wordt verdeeld gestemd. Voor zijn ChristenUnie, GrienLinks, PvdD, PvdA en D66, twee stemmen van de SP, één van FNP, en één van VVD. Tegen zijn PVV, 50Plus, CDA, FFP, drie stemmen van SP, drie stemmen van FNP, en vier stemmen van VVD.

Het wordt weggestemd met 24 tegen 19.

Grappig detail vind ik dat in dezelfde vergadering het profiel werd vastgesteld voor een nieuwe Commissaris van de Koning voor Fryslân, een baan waarin een jaar later Arno Brok zou worden geïnstalleerd – openlijk homo.

Schokkend

Meer dan een jaar voor deze vergadering, had het D66-statenlid Marieke Vellinga ook al geprobeerd om de regenboogvlag in de masten van het provinciehuis te krijgen op Coming Out-dag. Het college antwoordde toen: ‘Het hijsen van de regenboogvlag is in strijd met het provinciale vlaggenprotocol.’ Vellinga, nu geen statenlid meer, vertelde mij tijdens de research aan de telefoon dat ze dat toen een gek antwoord vond.

Ze stond ook als indiener onder de motie die op 28 september 2016 aan de orde was. Ze dacht vooraf dat het een hamerstuk zou zijn. Maar met de preek van Dorrepaal veranderde alles.

Over dat debat vertelt Vellinga me aan de telefoon dat ze het schokkend vond wat er in die vergadering gebeurde. Dorrepaal “hield een verhaal waar zeer persoonlijke pijn doorheen kwam. Waar geen antwoord op was. Het was vervelend dat hij het persoonlijke niet opzij kon zetten voor het maatschappelijke. Hij schoot in ‘standje SGP’, en het was raar dat zijn partij daar in mee ging.”

Vellinga zegt dat Dorrepaal maar bleef vasthouden aan wat hem ooit zo heeft beschadigd. Die analyse deel ik met haar, zeker nadat ik iets ontdekte dat op een later punt in de documentaire zit.

Discriminatie van LHBT’s

Teus Dorrepaal roept in de vergadering “Niemand wordt hier gediscrimineerd,” maar het probleem is natuurlijk dat in de werkelijkheid dit wel het geval is. Hij bedoelt dat iedereen voor de wet gelijk is, en dat discriminatie verboden is. Maar hij slaat even een stap over, want waarom is ‘homo’ dan het meest gebruikte scheldwoord?

Er zijn elk jaar in de noordelijke provincies zo’n honderd meldingen van discriminatie van LHBT’s. De discriminatiemeldpunten van Fryslân, Groningen en Drente brengen ieder jaar een Monitor Discriminatie uit. De cijfers lopen per jaar uiteen, maar in het rapport over 2019 (PDF) staat dat er bij de meldpunten 39 meldingen van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid zijn gedaan, en 8 op basis van geslacht bij transgenderpersonen. Bij de Politie Eenheid Noord-Nederland zijn 166 meldingen gedaan van discriminatie op basis van seksuele gerichtheid. Het waren er in 2019 iets meer, waarschijnlijk naar aanleiding van de ophef rond de Nashville-verklaring, begin dat jaar.

Discriminatie van LHBT’s is de tweede grootste categorie, na discriminatie op basis van herkomst en huidskleur.

Over hoe het in Nederland gesteld is met de acceptatie van LHBT’s bestaan veel misverstanden. Daar maakte ik in 2017 al een keer een documentaire over, en een weerslag van de research daarvan is hier te vinden.

Frame

Het CDA is in de afgelopen dertig jaar maar één keer niet de grootste partij in de Friese staten geweest. Dit gegeven draagt volgens mij bij aan de impact die het verhaal van Dorrepaal had; het kwam uit de gelederen van de Friese notabelen zelf. 

Dit verklaart ook waarom daarna zoveel mensen in Fryslân wegliepen met dit verhaal, vaak afgetopt met wat misplaatste Friese trots: zie eens hoe al die andere provincies mee gaan in dat rare regenboogverhaal, maar wij Friezen blijven principieel weerstand bieden!

Dat deed bijvoorbeeld Avine Fokkens, toen fractievoorzitter van de VVD in de Friese staten, toen en heden samen met het CDA in een coalitie, en nu is ze Gedeputeerde. Zij kreeg het woord meteen na Dorrepaal, zei dat ze aangedaan was en gaf Dorrepaal een compliment. Waarna ze nog jaren overal vertelde dat dit het standpunt moet zijn in deze kwestie.

Avine Fokkens (2019) | Foto: Omrop Fryslân

Dat deed ze zelfs in januari 2019 nog, toen er een grote discussie was over de Nashvilleverklaring. In het politieke interviewprogramma van Omrop Fryslân, zegt ze in reactie op waarom ze tegen het hijsen van de regenboogvlag is: “De reden dat wij hier niet voor zijn, is dat wij vinden dat je met zo’n vlag benadrukt dat LHBT-mensen anders zijn dan u en ik. Wij vinden dat die mensen helemaal niet anders zijn.” 

Die mensen…

In het zelfde programma klaagt ze er over dat ze in een frame van homofobie wordt gedrukt. De interviewers informeren namelijk of het niet opvallend is dat Fryslân in 2019 de enige provincie is die geen regenboogprovincie is. Ligt dat soms gevoelig? “Voor je het weet, word je in een frame gedrukt, waar je jezelf helemaal niet in herkent.” Wanneer je je ergens niet in herkent, betekent dat nog niet dat het niet waar is.

In mei 2019 wint Nederland het Eurovisie Songfestival, populair onder LHBT’s. Gedeputeerde Avine Fokkens laat weten het een goed idee te vinden om áls het dan in 2020 in Nederland wordt georganiseerd, om dat dan in Leeuwarden te laten plaatsvinden. Dat Fryslân op dat moment nog de enige provincie is die geen regenboogprovincie is, vindt ze ironisch genoeg geen enkel bezwaar.

omdat ik vind dat ze schade heeft aangericht bij LHBT’s in Fryslân

Ik ben niet mild in mijn oordeel over Fokkens. En dat komt omdat ik vind dat ze schade heeft aangericht bij LHBT’s in Fryslân, en te koppig was om zich er over te informeren. Ergens snap ik dat van Dorrepaal nog, waar straks meer over, maar van een lid van een partij die in het hele land zich uitspreekt voor LHBT’s, en die dan roept dat ze het allemaal zo goed bedoelt maar in een frame wordt gedrukt, kan ik het slecht hebben.

Voorlichting ligt plat

De geschiedenis tot dit punt helpt de Friese LHBT’s al niet bepaald. Maar het wordt nog veel erger. Je zou denken dat de provincie misschien dat symbool van die vlag niet wil, maar wel beleid maakt. Voor zover de provincie Fryslân dat in 2016 deed, was het anti-LHBT-beleid.

Alle Nederlandse provincies kregen in 2015 te maken met ‘decentralisatie‘: de rijksoverheid besloot dat sociale agenda’s bij de gemeenten horen en niet bij de provincies. In 2016 kreeg dat zijn beslag en de kranten staan sindsdien nog altijd vol over de ellende die het heeft veroorzaakt bij de jeugdzorg.

Een andere agenda die tussen wal en schip viel, is de LHBT-agenda. De provincie Fryslân stopte in 2016 de subsidie van € 50.000 voor COC Friesland, de organisatie die met vrijwilligers voorlichting geeft op Friese scholen. Voor de research bij deze documentaire heb ik hier uitgebreid over gesproken met de directeur van COC Friesland, Cees van Baalen.

€ 50.000 euro is bijna niets op een provinciale begroting. Voor het COC was het echter een aderlating; ze moesten iemand ontslaan, grote bezuinigingen doorvoeren en tot overmaat van ramp moesten ze ook de vergoeding die ze voor de voorlichtingslessen vragen verhogen van € 45 naar € 80. Dat zorgde er voor dat het aantal voorlichtingslessen op Friese scholen daalde van 125 per jaar naar 40.

het aantal voorlichtingslessen op Friese scholen daalde van 125 per jaar naar 40

In 2019 concludeert toenmalig COC-directeur Anne de Groot dat de professionele voorlichting over homoseksualiteit op de Friese scholen op zijn gat ligt. Schrijnende verhalen in de krant over jongeren die proberen om er het beste van te maken, maar geen weg weten te vinden. Dit is weer zo’n ongelooflijk hoofdstukje in dit verhaal.

Anno 2020 is dit overigens nog steeds niet goed opgelost; van COC Friesland wordt verwacht dat ze met alle achttien Friese gemeenten apart om de tafel gaat zitten voor een paar duizend euro en een plan.

Praat er maar niet over

Twee jaar na zijn anti-regenboogpreek in de Friese Staten, presenteert Teus Dorrepaal zijn debuutroman: ‘Praat er maar niet over’. Het is het verhaal van Mart, die we in het boek leren kennen als hij acht jaar is. Hij woont dan bij zijn ouders op een boerderij, en we volgen hem bij het opgroeien. Mart is homo in een streng gelovig milieu, en worstelt daar op heftige manieren mee. Het boek eindigt op de veertigste verjaardag van Mart.

‘Praat er maar niet over’, Uitgeverij Mozaïek

Dorrepaal wordt er een paar keer over geïnterviewd, natuurlijk bij de regionale media, maar ook de christelijke media hebben interesse. Hij belandt bijvoorbeeld achter de microfoon van een EO programma op Radio 5, het Nederlands Dagblad interviewt hem, en er verschijnt een artikel over in het christelijke Friesch Dagblad.

Dat het gedoe over de Nashvilleverklaring ongeveer samenvalt met het verschijnen van dit boek, is daarbij een mooi toeval. Dorrepaal zegt dan op een ingewikkelde manier die verklaring vreselijk te vinden, overigens.

Overal noemt Dorrepaal zijn boek een ‘bio-boek’, waarmee hij wel laat merken dat het autobiografisch is, maar het niet zo noemt.

Het boek leest echter helemaal als een autobiografie, van een zwaar gereformeerd persoon. Het stikt van de citaten uit de bijbel, van gebeden en psalmen. Er is zelfs een goddelijke verschijning. Niet zelden laat Mart zich bij grote beslissingen leiden door wat een geestelijke hem influistert of door iets wat hij in de bijbel meent te lezen. 

Er gebeurt in het begin van het boek iets dat mijn aandacht trekt, door z’n heftigheid, en ook doordat er een les in zit die maar niet getrokken wordt.

Dorrepaal schrijft over misbruik, geweld, depressie en suïcide

Mart heeft als jonge jongen een licht-homo-erotische droom. Hij vertelt zijn moeder over deze droom, en die reageert met de woorden ‘praat er maar niet over’. Maar dan heeft Mart er ook al over verteld aan de knecht van zijn vader. Als Mart en de knecht samen op het land aan het werk zijn, lezen we deze scene.

’Weet je nog, Mart’, ging [de knecht] verder, ‘dat ik je vertelde over die mooie misgewaden bij ons in de kerk? Vroeger toen ik zo klein was als jij, werkte ik soms in de kerk. Ik zal je laten zien en voelen wat een van die jurkendragers bij mij deed.’

Ik lees hoe een jongetje van acht seksueel wordt misbruikt. Mart moet zich deze diepe misère laten welgevallen en kan er niet over praten, want anders vertelt de knecht anderen over Marts droom. Mart wordt gechanteerd.

En dit is de eerste van de vele chantages die in het boek voor komen: elke keer kan Mart ergens niet over praten, doorgaans over zijn gevoelens voor andere jongens of mannen, en daar maken anderen misbruik van. Het brengt Mart in grote problemen. Dorrepaal schrijft over misbruik, geweld, depressie en suïcide.

De moeilijke vraag

Wanneer je schrijvers over hun romans interviewt, is het usance om niet te vragen of het een sleutelroman is, of te informeren wat er echt is gebeurd. In veel gevallen doet het er ook niet toe. Maar soms wel. Zoals hier. Omdat ik een vermoeden had dat Dorrepaals boek is gelinkt aan zijn standpunt over de regenboogprovincie.

Ik heb meer dan een uur met Teus Dorrepaal in zijn huis in Fryslân gesproken. En ik wilde hem vragen of dit voorval met de knecht hem werkelijk is overkomen. Dorrepaal antwoordt in mijn interview met hem in de documentaire bevestigend. Dat valt hem zwaar.

Ik vond het naar en moeilijk om een man van 74 te vragen of hij als acht jarig jongetje is verkracht. Maar het deed er toe. En hier is waarom.

‘Praat er maar niet over’, uitgesproken door iemand met bijvoorbeeld ouderlijk gezag, is een uitspraak van iemand die vindt dat je je ergens voor moet schamen. Een uitspraak die iemand moet behoeden voor onbenoemde consequenties. Een doem-uitspraak.

De Mart uit het boek leeft met zijn homoseksualiteit, bedekt door ‘praat er maar niet over’, met de gereformeerde schuld en schaamte. Het maakte Mart chantabel, buiten zijn eigen schuld, en dat heeft hem voor het leven beschadigd. Teus Dorrepaal zegt in de documentaire dat hij uit de eerste helft van zijn leven net zo beschadigd is gekomen als Mart.

“Dat zijn forse beschadigingen.” Ik vind het heel erg om te horen.

Het voelt raar om Dorrepaal dit te laten zeggen op de radio, in een podcast en het hier ook weer op te schrijven. Alsof ik hem ‘out’. Maar hij heeft dat zelf gedaan. Hij schreef het op in zijn boek. Ik zat daar met de Radio 1-microfoon, en heb bij elke gevoelige vraag gezegd: als u er niet over wil praten, moet u het zeggen. Hij praatte er wel over. Later stuurde hij me nog twee mails, over een aantal dingen die hij wel had gezegd maar waarvan hij vond dat ik het beter niet kan gebruiken. Die dingen heb ik overal weg gelaten. Dit was niet een van die dingen.

Pride

Schaamte is nou juist iets wat LHBT’s sinds Benno Premsela in eigen land en sinds Stonewall in de VS achter zich proberen te laten, met Pride, trots. Dorrepaal mocht er nooit over praten, maar nu leven we in een tijd waarin we wél over homoseksualiteit praten. Trots in plaats van schaamte. En ik zie hoe levens in de knel komen als er niet over kan worden gepraat, of erger nog: dat dat gevaarlijk is. Exact de chantage, geestelijke problemen en misère die Mart meemaakt in het boek ‘Praat er maar niet over’. 

ik zie hoe levens in de knel komen als er niet over kan worden gepraat

Dorrepaal wil er niet aan, als ik het hier met hem over heb. Ik begrijp het, al ben ik het niet met hem eens, maar hij zegt in er de documentaire dit over.

“U haalt dit er nou uit en zegt, dat heeft nou alles te maken met die regenboogvlag. Ik zeg er van: ik heb pedagogiek gestudeerd, ik kan heel veel noemen waarvan ouders reageren anders dan wat goed zou zijn voor de verdere ontwikkeling. Op allerlei punten. Dus om dit er uit te halen, en als basis van ‘nu ben je inconsequent want die regenboogvlag is zo belangrijk’, moet ik dat op die manier weerleggen.”

Hij ontkent het directe verband tussen de chantage met zijn geaardheid en zijn weerstand tegen de regenboogvlag. Maar ik vind zijn interpretatie op z’n minst niet volledig. Dorrepaal wil zelf niet homo worden genoemd, en uit vormen van angst als het er over gaat. Dat merk ik ook aan een ander incidentje, dat de documentaire overigens niet heeft gehaald..

Ook omdat ik meteen bij binnenkomst bij Dorrepaal hem vertel dat ik niet neutraal in de materie sta, omdat ik homo ben. Hij komt er daarna in het interview wel drie keer op terug dat ik mezelf homo heb genoemd. Hij vindt dat een naïeve en onnodige identiteitsverklaring. Hij refereert op een gegeven moment zelfs aan de roze driehoek die de nazi’s homo’s lieten dragen in de concentratiekampen.

Dorrepaal komt er enkele dagen na ons interview achter dat ik hem in het voorjaar in een column op Omrop Fryslân radio, homo heb genoemd. In een mail zegt hij dat hij niet zo geëtiketteerd wenst te worden en trekt zelfs mijn journalistieke integriteit in twijfel. Hij had mij hier niet mee moeten vertrouwen.

Waarvan akte. Hij heeft in het interview gezegd wat hij heeft gezegd; ik heb hem een kopie van de originele tape (audiobestand) toegestuurd; en ik sta voor de correcte weergave daar van. Dat is mijn beroepseer.

Praat er maar niet over is het slechtst denkbare advies

Teus Dorrepaal zegt dat hij er van is overtuigd dat hij op zijn manier veel heeft betekend voor de mannen-die-op-mannen-vallen, door bijvoorbeeld met zijn ‘huisgenoot’ naar kerkdiensten te gaan bij gemeenten die helemaal niet positief staan tegenover homo’s. Dat moge zo zijn. Maar er niet over praten is zo ongeveer het slechtst denkbare advies.

Ik ben geen psycholoog. Maar de moeder van Dorrepaal was dat ook niet. Haar gereformeerde ‘praat er maar niet over’ ging misschien meer over wat anderen er van zouden denken, dan over hoe het met haar zoon gaat. Want zonder twijfel: er over praten is het eerste dat alle hulpprogramma’s vertellen. 113, de naam van de nationale organisatie voor suïcidepreventie, is letterlijk een telefoonnummer. Praat er maar niet over is het slechtst denkbare advies.

Scheldwoord

In maart 2019 zijn in Nederland Statenverkiezingen. Teus Dorrepaal heeft er dan drie termijnen op zitten, en hij verlaat de Friese Staten. Hij krijgt een lintje.

In de tussentijd is er nog een petitie geweest om van Fryslân een regenboogvlag te maken, en komt het nóg een keer op de agenda van de Staten. Het wordt er weer afgehaald ‘wegens negatieve zienswijze van Gedeputeerden’. Als schaamlap voor deze miserabele geschiedenis wordt in mei van 2019 een plakkaat in de hal van het provinciehuis onthuld met de tekst van Artikel 1 van de Grondwet. Niemand wordt gediscrimineerd…

Ik vind het bespottelijk dat Fryslân geen regenboogprovincie is. Ik ben zelf als homo opgegroeid in Fryslân, en dat was geen wandeling in het park. Jaar na jaar blijkt uit onderzoeken dat ‘homo’ het meest gebruikte scheldwoord is door jongeren. 

Dat het in Nederland allemaal zo fantastisch is voor homo’s, is een mythe die inmiddels wel is doorgeprikt. We staken in de jaren negentig onze kop nogal in het zand.

Een hetero hoeft zich nooit voor zijn geaardheid te verantwoorden: homo’s “moeten” uit de kast komen. En hier kom ik terug bij het verhaal over inclusie: hoe gebruikelijker het is dat LHBT’s er in al hun eigenheid bij horen, hoe beter. Het is te zot voor woorden dat je daar tegen in gaat met voor Friese trots verwarde dwarsigheid. 

Omdat het ook om jouw neefje of buurmeisje kan gaan.

Sipke-Jan Bousema

Omrop Fryslan | Sipke Jan Bousema – Foto: ThomasVaer Fotografie

Iemand die dat dondersgoed begrijpt, ook omdat hij het zelf heeft meegemaakt, is Sipke-Jan Bousema. Presentator van tv-programma’s als Junior Eurovisiesongfestival en Opsporing Verzocht, ambassadeur voor UNICEF en producent van bijvoorbeeld de documentaire ‘Strijders voor de Liefde’, over homoactivisten en het belang van Pride, wereldwijd.

Hij verhuisde twee jaar geleden terug naar zijn geboortegrond, en ging les geven op hogeschool NHL Stenden. Daar hoorde hij een verhaal over drie studenten die zelfmoord hadden gepleegd, waarbij hun geaardheid een rol speelde. NHL Stenden heeft vervolgens een programma over inclusiviteit opgesteld, omdat ze vinden dat zij een rol spelen in de maatschappij. Zij wel.

Sipke-Jan las in de krant een opiniestuk over hoe er gedacht werd over de regenboogprovincie. En hij werd kwaad. Want hier was duidelijk sprake van dat iemand zich niet goed had ingelezen. Van het een kwam het ander, en het volgende half jaar zou voor Sipke-Jan in het teken staan van politieke lobby voor de regenboogprovincie.

het volgende half jaar zou voor Sipke-Jan in het teken staan van politieke lobby voor de regenboogprovincie

Nadat in februari 2020 D66 Tweede Kamerlid Vera Bergkamp vragen aan minister van Engelshoven van OCW had gesteld over hoe het nou zit met dat Fryslân geen regenboogprovincie is en of dat niet eens zou moeten veranderen, en nadat Sipke-Jan Bousema eindeloos had koffiegedronken met alle fracties in de Friese Staten, nadat hij daarbij Arno Brok weg zag lopen voor de camera’s die hem volgden, komt in de vergadering van 27 mei 2020 (agendapunt 18) opnieuw en voor de vijfde keer de vraag aan de orde of Fryslân een regenboogprovincie kan worden.

D66, PvdA, ChristenUnie, FNP, PvdD, 50Plus en SP zijn voor; 30 stemmen.

VVD stemt met drie stemmen voor en één tegen, CDA stemt met vijf stemmen voor en drie tegen, PVV en Forum voor Democratie stemmen tegen; 13 stemmen.

Weer klink er applaus in de statenzaal. Maar voorzitter en Commissaris van de Koning Arno Brok waarschuwt dat dit niet de bedoeling is, vanwege de neutrale functie van de Staten. “Dat is beleid,” zegt Brok er achteraan. Dit geldt echter voor het publiek, maar niet voor de leden.

De motie wordt aangenomen, Fryslân is regenboogprovincie!

Pink Ladies

Teus Dorrepaal vindt het jammer, zo vertelt hij mij, dat Fryslân een regenboogprovincie is geworden. Hij snapt niet dat ik het zie als iets dat dit jaar wel goed is gegaan. Hij hoeft zich niks van mij aan te trekken. Maar LHBT’ers in Fryslân zich ook niet meer van hem.

Hij kan maar niet begrijpen dat hij mij niet zo ver kan krijgen dat ik zeg: daar zit wat in. Sipke-Jan Bousema geeft wat dat betreft het antwoord aan het slot van de documentaire.

‘Tineke is een moeder bij de sportvereniging Be Quick in Dokkum. Ze heeft een dochter en die gaat voor de dames. Er is een club van vijf of zes meiden bij Be Quick, die de Pink Ladies heten en die openlijk zijn over hun geaardheid. Ze voetballen als de beste. 

Het wordt helemaal geaccepteerd binnen dat team, maar er valt nog wel wat te doen. Tineke dacht: zullen we die vlag gaan hijsen! Ze heeft de voorzitter gebeld, en die zei gelijk: ja, gaan we doen! En vanuit daar ontstond er meer. 

Dat ze het willen bespreken, dat ze het als een symbool willen gebruiken, van hey kijk mensen: welke kleur van de regenboog je ook bent, hoe je ook in het leven staat, wie je ook bent, van wie je ook houdt, je bent welkom. En dat is natuurlijk prachtig.’

De reinbôgeflage by Be Quick Dokkum – Foto: Omrop Fryslân

De documentaire is gemaakt in opdracht van de VPRO voor RadioDoc, en is uitgezonden op zondag 27 december 2020 op NPO Radio 1. Dank aan Teus Dorrepaal, Sipke-Jan Bousema, medewerkers van de Provinciale Staten in Fryslân, COC Fryslân, Omrop Fryslân en met name documentairemaakster Annet Huisman die voor die omroep de actie van Sipke-Jan Bousema van dichtbij heeft vastgelegd. De eindredactie was in handen van Anton de Goede.

In dit artikel en in de documentaire zeg ik omwille van de lees- en beluisterbaarheid ‘LHBT’ waar ik ‘LHBTQIAP‘ bedoel.