GeenStijl slaat plank volledig mis

Het is als met complotdenkers: in iets wat er niet staat het bewijs van het tegendeel zien. Drogredenering uit het boekje.

De feiten.

  1. Op uitnodiging van Vonk van De Volkskrant, wilde ik een stuk schrijven over hoe er in het dagelijks leven in Nederland met homo’s wordt omgegaan, naar aanleiding van ‘Orlando’ en de reacties daar op.
  2. Ik schreef oorspronkelijk een stuk dat de helft langer was dan wat er in de krant kon. In samenspraak met de redactie is dat ingekort.
  3. Een van de alinea’s die ik daarop heb geschrapt was een uitgebreide beschrijving van wat we weten over die afschuwelijke avond, waaronder dat de schutter het noodnummer 911 heeft gebeld en verklaarde IS te steunen. De opsomming van reeds bekende feiten sneuvelde dus, en dat kon ook want onderwerp van het stuk was het gebrek aan solidariteit daarna (zie 1.). Hier verwees ik naar in mijn reactie op Martin Koolhoven.
  4. Martin Koolhoven was op twitter fel over het feit dat de Islam niet in het stuk voorkwam, als inspiratie voor de schutter. Ik heb meerdere keren tegengeworpen dat het over een bredere kwestie gaat, en dat het evident is wat de schutter heeft geïnspireerd. Daarover heeft De Volkskrant de hele week al geschreven, dat is niet waar mijn stuk over ging.
  5. Kustaw Bessems krijgt vervolgens van GeenStijl verweten dat hij het stuk heeft gecensureerd. Dit is onzin, zie voorgaande punten.

Een journalistiek stuk kan maar over een beperkt aantal dingen gaan; het is geen geschiedschrijving van de wereld. Dat er in dit artikel niet expliciet staat dat de omarming van homo’s door de islam te wensen over laat, betekent niet dat dit wordt ontkend.

Zeker niet door De Volkskrant, zeker niet door mij.

Orlando

Als die Nazis die Kommunisten holten, habe ich geschwiegen;
ich war ja kein Kommunist.
Als sie die Sozialdemokraten einsperrten, habe ich geschwiegen;
ich war ja kein Sozialdemokrat.
Als sie die Gewerkschafter holten, habe ich nicht protestiert;
ich war ja kein Gewerkschafter.
Als sie die Juden holten, habe ich nicht protestiert;
ich war ja kein Jude.
Als sie mich holten,
gab es keinen mehr, der protestieren konnte.

Nederlandse vertaling:

Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen;
ik was immers geen communist.
Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen;
ik was immers geen sociaaldemocraat.
Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd;
ik was immers geen vakbondslid.
Toen ze de Joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd;
ik was immers geen Jood.
Toen ze mij kwamen halen
was er niemand meer, die nog protesteren kon.

Toegeschreven aan een redevoering van Martin Niemöller in 1946 (bron).

Martin Niemöller (1892 – 1984) was een Duits militair, lutherse theoloog en verzetsstrijder

Strike a Pose – de documentaire

Maandagavond was ik bij de Nederlandse première van de documentaire Strike a Pose. De reden dat ik daar bij was is simpel: vriend Bart Westerlaken is filmcomponist (oa. Penoza) en maakte ook de muziek voor deze documentaire. Er moest wat gitaar in, hij belde mij, ik trok aan wat snaartjes, en belandde op de titels.

Dat is wel erg veel eer, want Bart heeft veruit het meeste werk gedaan voor de muziek. Maar het is wel erg leuk om een beetje bij dit project te horen.

De film gaat over de dansers die in 1990 gecast werden om mee op tournee te gaan met Madonna, op haar Blond Ambition World Tour. De zeven jongemannen werden onder andere uitgezocht op hun ‘Vogue’ kwaliteiten. Die single had Madonna toen net uit.

In het jaar daarvoor had ze het album ‘Like a Prayer’ uitgebracht, en de hele tour bracht veel commotie teweeg in het conservatieve deel van Amerika. Religieuze symbolen werden gecombineerd met erotisch getinte dansbewegingen en schaarse kleding.

The tour in no way hurts anybody’s sentiments. It’s for open minds and gets them to see sexuality in a different way. Their own and others. – Madonna (1990)

Alles onder het motto ‘Express yourself’, ook een nummer van datzelfde album. Ze maakte dat jaar een clip bij haar nummer ‘Justify my love’ die zo erotisch was dat MTV ‘m niet wilde uitzenden. Madonna’s boek ‘Sex’ verscheen. En in 1991 kwam de docufilm ‘Truth or Dare‘ uit, waarin de zeven dansers die mee waren op tournee een belangrijke rol hadden. Seksuele vrijheid, homoseksualiteit en jezelf zijn, waren de centrale begrippen daarin.

In Nederland (namelijk, buiten Amerika) heette deze film ‘In bed with Madonna’.

En hier begint het verhaal van de documentaire ‘Strike a Pose’. Want documentairemaker Reijer Zwaan zag die film toen, als jongeman, en was er zeer van onder de indruk (hij maakte deze documentaire samen met Ester Gould overigens).

Ik was op dat moment 14, en meer dan wat er in Top Pop verscheen (waar vooral mijn zus naar wilde kijken), wist ik niet van Madonna. ‘In bed with Madonna’ is een titel die ik me herinner, omdat er veel over was te doen. Maar no way dat ik die zag of kreeg te zien, in het gereformeerde Friesland van mijn jeugd.

De film heeft op veel mensen indruk gemaakt, want de dansers werden wereldberoemd.

Van de zeven waren er zes gay. Al dan niet uit de kast.

Van de zeven leven er nog zes. Want een is overleden aan AIDS.

Van de zeven hadden er drie HIV. Op het moment van de tour. Wat niemand wist. Ook al stonden ze symbool voor ‘Express yourself’, openheid, vrijheid en kunnen zijn wie je bent…

Ze werden gediagnosticeerd halverwege de jaren ’80, toen HIV zondermeer tot AIDS leidde en derhalve een doodvonnis was.

Van de overleden jongen werd het natuurlijk bekend. Van de andere was het gevoeglijk bekend. Van de derde, wel, hier komt ‘Strike a Pose’ om de hoek.

Reijer Zwaan en Ester Gould hebben een bijzondere productie gemaakt, met bijzondere gevolgen en een waanzinnig goede documentaire tenslotte.

Vanaf donderdag 26 mei is deze film te zien in de Nederlandse bioscopen. Hier en daar in een double bill met ‘In bed with Madonna’.

Aanrader!

OpenCompanies, de update

Vorige week schreef ik over het bedrijf OpenCompanies, dat niet alleen mijn privéadres op internet zet (dankzij de Kamer van Koophandel), maar mij ook nog eens juridisch probeerde af te poeieren, toen ik verzocht of ze daar mee wilde ophouden.

Dat stukkie deed het vrij goed op de sociale media, en ook OpenCompanies kreeg er lucht van. Ik had op zaterdag een e-mail van de directeur, mevrouw Nora Kaijser.

Welnu. Mijn adres staat niet meer bij mijn bedrijfsgegevens op hun site. Dus dat hebben we binnen. Maar mijn bedrijf staat nog steeds vermeld, en andere ZZP’ers die vanuit huis werken kunnen wat OpenCompanies betreft de pot op.

Eerst de feiten

Nora schrijft mij afgelopen week begrip te hebben voor het feit dat ik mijn adresgegevens niet zichtbaar wil hebben. Dat wil ik niet, omdat ik journalist ben en misschien niet overal vrienden maak.

Ze schrijft ook dat ze haar excuses aanbiedt voor de wijze waarop er met mij is gecommuniceerd. Daar had ik haar overigens expliciet naar gevraagd, want in haar eerste mail had ze het er niet over. Dank, Nora.

Maar ze schrijft ook dat ze niet alle journalisten, schrijvers en kunstenaars van haar site gaat halen:

Op basis van elk verzoek maken we een afweging of en in welke mate het privacybelang van de ondernemer van het desbetreffende bedrijf opweegt tegen het bieden van (aanvullende) informatie om weloverwogen te kunnen ondernemen. Op basis hiervan hebben wij besloten om de overige informatie te laten staan en uw prive-adres wel van de pagina te verwijderen. Dit laatste zullen we in de toekomst op individueel verzoek bij vergelijkbare situaties blijven doen.

Ik kom hier zo op terug, met een handleiding voor hoe je je adres van OpenCompanies af kan krijgen.

Iemand op twitter wees mij op een uitspraak van de Rechtbank van Amsterdam in een vergelijkbare zaak, al was die veel verder uit de hand gelopen. Het komt er kort gezegd op neer dat het opnemen van een bedrijfsnaam en een KvK-nummer in een nationaal wanbetalersregister onrechtmatig is.

Ik heb Nora gevraagd wat ze hier van vindt. Zij reageerde hier als volgt op.

De website van OpenCompanies bevat geen zwarte lijsten en heeft in tegenstelling tot de zwarte lijst ook niet als doel om bedrijven in een negatief daglicht te zetten. Mochten bedrijven bezwaar hebben tegen overige informatie die OpenCompanies biedt, dan worden deze per individueel geval bekeken en beantwoord.

Ook hier kom ik op terug, met de mening dat Graydon op basis van de uitspraak van deze rechter OpenCompanies moet opheffen.

Ten slotte in het feitenrijtje nog een opmerking die Nora maakte in onze mailwisseling:

Het is daarnaast niet de bedoeling dat we ‘ons eigen vlees keuren’ en daarmee onze gemiddelde score beïnvloeden en zullen de waarderingen van eigen medewerkers op onze pagina dan ook verwijderen.

Ik had namelijk ontdekt dat OpenCompanies- en Graydonmedewerkers scores hebben gegeven aan de vermelding van OpenCompanies op hun eigen site. Mooi dat ze dat willen verwijderen, al is dat op het moment van schrijven (zaterdag 26 september) nog niet gebeurd.

Mijn opinie over OpenCompanies van Graydon

Hef het maar op. Ik geef daar drie heldere redenen voor.

  1. Het is overduidelijk dat het bij OpenCompanies wél de bedoeling is om bedrijven zwart te maken. Niet uitsluitend, maar leg mij eens uit hoe je bedrijven beoordeelt bij OpenCompanies, als je niet negatieve beoordelingen achter kan laten. En dat is onrechtmatig, zoals de Amsterdamse rechter heeft bepaald.
  2. Als ik een bedrijf heb dat enigszins louche is, dan heb ik legio mogelijkheden om een ander adres op te geven dan waar ik woon. Postbussen werken al vrij goed, maar zelfs een simpel opslagbedrijf als AllSafe biedt je uitstekende mogelijkheden. Kost nog geen vijftig euro in de maand. Ik vind 600 euro per jaar een hoop geld, maar als je een beetje louche bent dan lach je daar natuurlijk om. Ik wens als eerlijk ZZP’ertje niet 600 euro te moeten dokken om mijn privéadres uit internetbestanden te houden. Dat snapt iedereen. Wie het nog niet willen snappen zijn OpenCompanies, Graydon, de Kamer van Koophandel, en het ministerie van Economische Zaken.
  3. De kern van OpenCompanies is dat ‘reputatie-economie’ van ze. Het klinkt goed, maar het is bij nader inzien kul. En dat is zo, omdat reputaties op internet op duizenden manieren te koop zijn. Ik heb er ooit bij gezeten toen een student voor een Italiaanse mode-ontwerper 40.000 twittervolgers kocht. Kostte iets van tachtig euro. Hoe eenvoudig het is om een reputatie op te bouwen of af te breken, blijkt al uit het feit dat OpenCompanies de eigen reputatie manipuleerde op de eigen site. Oh, de ironie…

Nog meer ironie: omdat ik hier zo fel over ben, zou ik het fijn vinden als OpenCompanies niet mijn thuisadres zou weten. Maar ook al vermelden ze het niet, ze weten het wel. Keurig gekregen van de Kamer van Koophandel, overigens.

Graydon moet met OpenCompanies stoppen. Het is onrealistisch, onzinnig en onrechtmatig.

Ben je ook ZZP’er die vanuit huis werkt, en sta je vermeld op de site van OpenCompanies? Dit is wat je moet doen om je adres er af te krijgen.

De handleiding

  1. Zoek je bedrijfsgegevens op op www.opencompanies.nl. Kopieer de link die in de URL-balk van je browser staat.
  2. Open een nieuwe e-mail. Plak daar de link in. Adresseer de mail aan: nora@opencompanies.nl.
  3. Neem de volgende tekst over in je mail, en verstuur ‘m:

U publiceert op uw website mijn privé-adres. Ik ben [beroep], en ZZP’er die werkt vanuit huis. Het is voor [beroepsgroep] gevaarlijk dat hun adres té eenvoudig te achterhalen is. En als dat nu niet speelt, dan kan dat ieder moment in de toekomst wel zo zijn, en ‘what happens on the internet, stays on the internet’… kortom: ik wil het niet. Ik verzoek u mijn vermelding te verwijderen.

Verwijs eventueel naar het precedent dat in dit weblogje staat. Succes!

Voorts moeten het ministerie van Economische Zaken en de Kamer van Koophandel zich diep, diep schamen!

CPz6aPPWcAAQpGcOp vragen over de openbaarheid van gegevens en de verstrekking er van door de KvK, stuurden ze mij een antwoord van het Ministerie van Economische zaken, n.a.v. vragen van de kamerleden Gerkens en Gesthuizen. Een citaat:

Elke ondernemer bepaalt overigens zelf welke bedrijfsnaam hij voor zijn onderneming kiest; dat kan de eigen persoonsnaam zijn maar ook een ‘fantasienaam’.

Het is niets anders dan een tip van het ministerie om vooral voor een ‘fantasienaam’ te kiezen als je als ZZP’er vanuit huis gaat werken. Dat gaat regelrecht in tegen alle redelijkheid, en ook tegen de eigen adviezen omtrent het kiezen van een bedrijfsnaam van de Kamer van Koophandel.

Wat een zooitje.

OpenCompanies, de zielige nageboorte van een kredietchecker die tweepuntnul gaat

Ze publiceren mijn adresgegevens, en op een verzoek daar mee op te houden reageren ze laf en debiel. Na de knip zie je de hele conversatie met ene ‘Martijn’ van OpenCompanies. Een nieuwe poging om kleine zelfstandigen het leven zuur te maken.

OpenCompanies: agressieve klinische algoritmes, onder een dun laagje deel-economie-vertedering.

Wat is het: een internetstartup van Graydon, een kredietchecker. Zulke bedrijven proberen te achterhalen of een bedrijf te vertrouwen is of niet. Daar betaal je gewoon voor, maar sinds de nieuwe handelswet zijn er ook cowboys op de markt die Kamer van Koophandel-informatie gewoon online plempen.

Daar heb ik me al vaker boos over gemaakt.

Bij Graydon hebben ze in 2012 gedacht: we moeten ook! Maar weet je wat, we doen het zelf niet, want dat staat niet chique. We gooien het onder een nieuwe naam: OpenCompanies.

En dat wordt dan lekker agressief en hip, ‘we geloven in de reputatie-economie’, hélemaal 2.0, met zo’n ‘je houdt de ontwikkelingen toch niet tegen’-attitude, en we gebruiken alleen voornamen en je- en jij-en in de communicatie. Lekker gek!

Zag je die deel-economie-vertedering? Hier wil je toch bij horen? Insert poesjesfoto! Zo doen we het toch in het internettijdperk? Of niet? 

Wat ze wel doen: ze trekken de hele KvK-database leeg (wat al debiel is dat het kan), en dan heb je er als kleine zelfstandige maar mee te dealen. Rechtskundig lekker ingekleed, met de juristen van Graydon op de achtergrond. Wat kan je gebeuren.

OpenCompanies, voor al je desinformatie. OpenCompanies, voor alles waar je net niks aan hebt. OpenCompanies, voor als je eigenlijk Graydon wil maar te krenterig bent om echt ergens voor te betalen.

Geloof je het niet?

Check een bedrijf dat je kent op hun site, en kijk wat je daar allemaal kan invullen. Positief, dan wel negatief. Ze geloven namelijk in de reputatie-economie. Nou, ga je gang.

Bert Brussen? Kan je raten. GeenStijl? Kan je raten. Bas Heijne, Tim den Besten, Paul de Leeuw, dat sloopbedrijf dat zoveel lawaai maakte, die supermarkt waar iets over de datum in de koeling lag. Raten maar!

OpenCompanies, voor het zwart maken van je concurrent. OpenCompanies, voor het ophemelen van je vriendjes.

Wil je OpenCompanies zelf raten? Kan ook! Reputatie-economie, hatsikidee!

Heeft iemand hier wat aan? Nee. Nee, echt niet. Niks. Het pathetische clubje draait waarschijnlijk zelf ook al jaren verlies. Maar ja. Tweepuntnul he.

Lees hieronder verder, voor de stuitende communicatie van OpenCompanies, naar aanleiding van een verzoek van mij om mijn gegevens niet meer te publiceren.

Wat een horken.

“OpenCompanies, de zielige nageboorte van een kredietchecker die tweepuntnul gaat” verder lezen

D’Angelo in Paradiso *****

Eén keer per jaar overviel het me: hoe zou het met D’Angelo zijn? De man die ik in 2000 dat onvergetelijke optreden op North Sea Jazz zag geven.

Dan googlede ik hem, en kwam er achter dat zijn nieuwe album toch echt op het punt stond om uit te komen. Om er daarna een jaar niets meer over te horen. Of om te lezen dat hij was opgepakt voor drugsbezit, of zijn auto in de prak had gereden. Maar geen muziek.

Tot eind 2014 het er toch ineens was: Black Messiah. Het album oogstte meteen veel lof en werd ook veel besproken. Maar, dankzij mijn niet-aflatende D’Angelo-gegoogle, ontdekte ik in oktober al dat hij naar Paradiso zou komen om op te treden.

Ik smeet er meteen meer dan zeventig euro op stuk. En dat was maar goed ook. Want na de release van zijn album ging het hard met de kaarten – er kwamen twee extra concerten bij in Nederland en alles was in een mum van tijd uitverkocht. Gisteravond was het zo ver: het eerste concert van D’Angelo And The Vanguard in Paradiso, The Second Coming tour.

En het was briljant.

Meneer begon bijna een uur later dan de bedoeling was, maar dat waren we onderhand wel gewend. Daarna volgde een show die tweeëneenhalf uur zou duren, met twee toegiften die meer leken op een tweede en derde set – omdat ze ieder nog een half uur extra muziek waren.

IMG_1466

Het gespeelde was een mix van Black Messiah en oudere hits, met een grote nadruk op het eerste. De setlist verschijnt vast hier nog wel. Bij beluistering van het album heb ik vaak gedacht: hoe zou hij dat in vredesnaam op het podium willen doen. Maar daar heeft hij zelf geen enkele moeite mee.

En dat zit ‘m vooral hier in: hij is een van de beste popmuzikanten op de wereld.

De stem van D’Angelo kan grommen, gillen, grunten, zonder dat zijn prachtige falset er onder lijdt. Hij kan funken, rocken, en daarna een gevoelige ballad inzetten en het is allemaal geloofwaardig en goed. De meester van de Neo-Soul doet dingen met zijn stem, dat ik dacht: jongen, je moet morgen nog een keer, en overmorgen weer, zou je dat nou wel… maar gelukkig wel.

Zijn timing is magistraal en de controle over zijn band is iets waar je alleen maar kippenvel van kan krijgen.

HIMG_1463et zegt net zoveel over de kwaliteiten van zijn muzikanten trouwens, maar als je je band in een dik funknummer in één klap stil kan leggen, en per maat met het opsteken van een aantal vingers het zelfde aantal accenten kan laten spelen in een razend tempo, en je doet dat niet twee of drie keer, maar dertig keer… en als je dan ter afsluiting in je microfoon roept ‘twentyseven and a half’ en je hoort dan zevenentwintig en een half accent… ja. Diep respect.

D’Angelo speelde halverwege het optreden twee indrukwekkende nummers achter elkaar.

The Charade is het centrale nummer van Black Messiah, met de kernzin ‘All we wanted was a chance to talk, instead we got outlined in chalk‘; een aanklacht tegen de behandeling van zwarte mensen in Amerika. Zeer actueel geworden door de tragische gebeurtenissen in Ferguson, eind vorig jaar. D’Angelo speelde dat nummer met een opgeknoopte, bezoedelde, vermoeide Amerikaanse vlag op zijn rug. Een vuist in de lucht. Ingehouden gitaar, prachtige harmonieën, een verstikt afgebroken refrein… Dat zorgde voor kippenvel.

Het tweede nummer, meteen daar achteraan, was Sugah Daddy. Een funkfeestje, waarin D’Angelo laat zien dat hij Prince, Michael Jackson en James Brown naar de kroon steekt.

Het dak ging er af.

IMG_1458Vanuit de zaal was er grote waardering voor de muzikanten. Het mooist was dat te horen bij de afsluiter, een uitgesponnen versie van ‘Untitled (How Does It Feel)’, waarbij de muzikanten één voor één het podium verlaten. Op het laatst staan alleen D’Angelo en zijn oerdegelijke, trouwe maatje bassist Pino Palladino er nog. Palladino krijgt een moment om te soleren, en in de stilte roept iemand uit de zaal keihard “Pino we love you”, waarna heel Paradiso in juichen uitbarst en Pino een grote glimlach krijgt… prachtig.

Tweeëneenhalf uur heb ik in de muziek gezeten, niets leidde af.

De muzikanten van D’Angelo’s nieuwe band The Vanguard (met dus wel oude vertrouwde Palladino) speelden oerdegelijk, vrolijk, interessant, speels en betrouwbaar, het was een lust voor het oor.

IMG_1468En D’Angelo. Niet alleen heeft hij zich hernomen door na vijftien jaar een briljant album af te leveren, ook heeft hij zichzelf hervonden. Hij is inmiddels 41, en ziet er fantastisch uit.

Een glimlach zo breed als het podium van Paradiso, energiek alsof er nooit wat is gebeurd, een feestje bouwend, een boodschap verkondigend, controle hebbend, grappen makend, flirtend… en dan zo muzikaal zijn.

Magistraal.

Boyhood

Als Mason een jaar of acht is, zien we hem achter een schuurtje zitten. In de schaduw, op de modder, voorovergebogen. Elk jongetje van acht doet dat. Dan zien we waar hij naar kijkt: het karkas van een dood vogeltje. Mason zegt niks. Doet niks. Hij kijkt alleen. Wat mij betreft is dit een van de belangrijkste scenes uit de briljante semi-documentaire film ‘Boyhood’.

Hieronder ga ik het nodige over de film verklappen. Weet dat, als je van plan bent deze film te gaan zien. Als je twijfelt, niet wil of ‘m al hebt gezien, lees dan sowieso verder.

Net echt
Ik was zo’n jongetje als Mason, zoals nagenoeg elke man op aarde zo’n jongetje is geweest. Ellar Coltrane (1994), die Mason gestalte geeft, is gefilmd tussen zijn zesde en zijn achttiende. De jongensjaren. Mason heeft een zusje, waar hij voortdurend ruzie mee heeft, en een moeder die steeds voor foute mannen valt. We beleven twee echtscheidingen met huislijk geweld en drankmisbruik, vanuit het perspectief van een kind.

Maar deze gebeurtenissen komen voorbij zoals ook het bladeren door de lingeriepagina’s van een postordercatalogus voorbij komt, of het mountainbiken met een vriendje, of een kampeerscène, of een autorit met vrienden, of een eerste joint. Als gebeurtenis, maar zonder de gecomprimeerde dramatische uitwerking die je doorgaans in film of theater ziet. Net echt.

Herkenbaar
De eerste twee uur van deze film (hij duurt bijna drie uur) is feitelijk een aaneenschakeling van losse scènes. Er is niet veel filmisch drama. Als Mason zijn rijbewijs heeft, waarschuwt zijn vader om heel voorzichtig te rijden. Een half uur verderop in de film rijdt Mason met een vriendinnetje in zijn auto. Zij laat op haar mobieltje een plaatje van een varkentje zien. Geconditioneerd als dramakijker, verwacht ik dat hij nu dus dat verschrikkelijke auto-ongeluk zal krijgen. Mooi niet.

Maar veel meer dan drama is er herkenbaarheid. Zo observerend en registrerend als Mason is, zo was ik ook. Zo is elk kind; ik zie het bij mijn jonge neefje en nichtjes. Alles wordt onthouden. Als Masons vader z’n musclecar blijkt te hebben verkocht, zegt Mason “Je had ‘m mij beloofd voor mijn zestiende verjaardag”. Mason was tien toen vader dat had gezegd. Ze onthouden alles. Van dronken stiefvaders tot dode vogeltjes.

Vragen
Mason blijft relatief stil. Maar na twee uur, als Mason vijftien of zestien is, wordt hij een karakter. Zoals jonge mensen dat worden na hun pubertijd. Mason blijkt een goed oog voor fotografie te hebben. Hij begint ruzies te krijgen met z’n docenten en bazen, en wordt opstandig. Dat uit zich in de film in conversaties met een vriendinnetje. Ze vindt hem een zwartkijker en maakt het uit. Maar Mason is geen zwartkijker, hij begint vragen te stellen. Hij begint aan de ‘werkelijkheid’ te pulken. Wat in een film slim en geestig is, uit de aard van de zaak, en in dit geval al helemaal. Het is immers een semi-documentaire.

Mason zit in de auto en vertelt zijn vriendinnetje hoe de maatschappelijke systemen ons in hun greep hebben en zegt cynisch dat het een groot complot is. “You are weird”, zegt ze glimlachend. Oh, hoe vaak heb ik dat gehoord.

Zin van het leven
Waar gaat het allemaal over, vraagt Mason op zijn achttiende, vlak voordat hij gaat studeren. Hij stelt deze vraag letterlijk, aan zijn biologische vader, vroeger een flierefluiter, inmiddels gesettled en aan een tweede leg begonnen.

“Alles?”, vraagt z’n vader met een zenuwachtig lachje. Even daarna zien we Masons moeder, die kleiner gaat wonen nu haar kinderen het huis uit zijn. Ze heeft de kinderen groot gebracht en er alles aan gedaan om dat goed te doen. Bij het uitruimen van het huis moet ze huilen: “Ik dacht dat er meer zou zijn.”

“Het eerst volgende is mijn begrafenis”, zegt de moeder. Mason antwoord dat ze nu misschien zo’n veertig jaar overslaat. En weer is het drama ontladen; wanneer hoor je in een film nu iemand zoiets nuchters zeggen? Net echt.

Gedenk te sterven
‘Boyhood’ is wat dat betreft de viering van het leven (er wordt ook letterlijk veel gevierd). Alles is graffiti spuiten, alles is mountainbiken, je zusje pesten, flirten, het verstrijken van tijd, een zonsondergang, een autorit, zwemmen in open water, een baan als afwasser, een vriend, een foto, school, een versleten spijkerbroek, een gitaar, een moeder, kijken naar een dood vogeltje. Dat is alles.

Dan de slotscene. Mason gaat studeren en heeft net een medestudente ontmoet. Ze zitten bij een riviertje, bij een zonsondergang. Zij: “Sommigen zeggen dat je in het leven het moment moet pakken. Ik denk dat het andersom is”.

Het is een grappige dubbelzinnige omkering. Het gaat over de film, waaraan regisseur en schrijver Richard Linklater twaalf jaar heeft gewerkt. Niet bepaald ‘een moment’. Het gaat over Masons existentiële kwestie, want zulke ‘momenten’ zouden een antwoord kunnen vormen op de vraag waar het allemaal over gaat.

Maar de dwaasheid van een idee over de zin van het leven is iets wat ze weglachen. Ze zeggen het niet. Mason zwijgt weer. Net als zijn foto’s. Net als toen hij een dood vogeltje bekeek, in een proces van ontbinden tot stof. Memento mori.

Grootste eenheid
Er is geen groter iets, er is niet ‘meer’. Dit, het leven op deze aarde, het verstrijken van tijd, het moment dat een menselijk leven is, is de grootste eenheid in het echte leven. Niet de dramatische constructies van religie, kunst of idealen. En het is goed.

Nooit eerder zo krachtig verteld als in ‘Boyhood’.