XTC

Het verdriet van ouders en partners die naast het bed staan van hun stervende zoon of dochter is onbeschrijflijk en voor velen die het overkomt niet te verwerken. Dat verdriet raakt ons als behandelteam op de intensive care ook diep na soms dagen en nachten lange strijd om leven en dood.

Dit is een citaat uit een opiniestuk van twee Intensivisten van het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam, in de Volkskrant van vanochtend. Ze hebben het hier niet over patiënten met een nare ziekte. Dit gaat niet over slachtoffers van verkeersongelukken. Het gaat over gebruikers van XTC.

Ik heb niets met drugs. Dat diskwalificeert mij volgens velen voor de discussie er over. Oneens. Al was het maar omdat ik van sommige vrienden weet dat ze XTC gebruiken, en daarover maak ik me zorgen. Ik hoef ook niet met pijlstaartroggen te spelen om een mening over het gevaar er van te hebben.

Alcohol is wel legaal, en dat zorgt voor veel meer slachtoffers en ellende; waarom is XTC dan niet legaal, terwijl dat gebruikers juist mild maakt. Dit komt voortdurend terug in de actuele discussie over XTC. Maar het zijn twee totaal verschillende dingen en het lukt velen niet ze los van elkaar te zien. Chocola is ook legaal, denk daar maar eens over na, als argument voor… wat.

XTC-gebruikers vind ik een beetje dom. Ik werd ook weeïg van een nogal ironisch stuk op de site van de VPRO. Het lijkt om verheerlijking van XTC te gaan, en daar ben ik het fundamenteel mee oneens.

Dat zei ik op facebook, met een flinke discussie tot gevolg. Wat mij betreft hebben de Intensivisten van het OLVG het laatste woord.

Denk even na voor je overweegt een pilletje te nemen, alsjeblieft.

Journalisten zijn beter dan bloggers

Gisteren publiceerde sociaalwetenschapper en charmante überblogger Linda Duits een blogpost met de titel ‘Bloggers zijn beter dan journalisten‘. Dat is natuurlijk niet waar ;-).

Om te beginnen is het wel waar dat bloggers beter zijn in bepaalde dingen, en daarom is het ontzettend leerzaam om als journalist te bloggen (ondergetekende inmiddels tien jaar, dankuwel).

Linda haalt een blogpost van Emma Snider aan, ooit tech-journalist en nu blogger. Die noemt vier belangrijke verschillen tussen journalistiek en bloggen: bloggers willen helpen in plaats van onthullen, bloggers zijn sneller, bloggers geven suggesties voor alternatieven, bloggers kunnen persoonlijker schrijven.

Weinig tegen in te brengen, hoewel ik niet geloof dat een goede journalist echt nog zoveel trager is dan een weblogger. Ik wil er nog wel een verschil aan toevoegen: journalisten zijn betrouwbaarder dan bloggers.

Nee? Ok, dan: goede journalisten zijn beter dan slechte journalisten. En goede bloggers zijn beter dan slechte bloggers. Maar dan komt de crux: hoe ken je de goede bloggers er uit. Daarvoor gelden in mijn ogen dezelfde mechanieken als er al eeuwen voor journalisten bestaan.

1. Een goede reputatie opbouwen.
En daarbij toont het bloggen zich doorgaans veel zwakker dan journalistiek; het is domweg heel lastig om als individueel blogger een naam op te bouwen.

2. Een focus hebben.
Autoweek, het Journaal, de LINDA., allemaal hebben ze een duidelijke focus. Is het niet een object (auto), dan is het wel een nieuwssoort (nieuws van de dag) of een doelgroep (niet Linda). Bloggers zijn niet zelden veel ongerichter, sterker nog, daar laat Snider zich op voorstaan. Het maakt succes lastiger. Mijn weblog is ook een potpourri, dat spreekt maar een handjevol volgers aan.

3. Geld.
Er zijn maar een paar bloggers die kunnen leven van bloggen. Journalisten verdienen ook geen bakken met geld (meer), maar compromitteren ze hun werk met sponsoring, dan heeft dat direct invloed op hun reputatie. Bij bloggers is dat doorgaans veel vager.

Ten slotte nog even over Emma Snider: ze is blogger voor Hubspots Marketing Blog. Ik vraag me af of Emma goed heeft begrepen wat haar oud-collega’s bedoelden toen ze lachend zeiden ‘She’s going to the dark side’.

Dat slaat uit de mond van journalisten doorgaans meer op overstappen naar voorlichting en PR, zoals Emma heeft gedaan, dan op veranderen van medium.

Tip!

IJsemmer uitdaging

In de kroeg, deze week. De twee vrienden tegenover me schrokken er van hoe verontwaardigd ik was over de Ice Bucket Challenge (IBC). Ik zei dat ik er mijn ernstige bedenkingen bij had. Dat het fantastisch is dat er zoveel geld beschikbaar komt voor onderzoek, maar dat het eveneens ontzettend cynisch is.

Toen ik mijn bezwaren op facebook liet doorschemeren, kwam er veel kritiek. Die begrijp ik wel. Maar ze snijdt doorgaans weinig hout. Een chronologisch rijtje.

23 augustus

Op facebook zet ik het volgende:

Hoi we gaan vandaag allemaal de straat op met heel veel ijswater en flikkeren dat willekeurige voorbijgangers in het gezicht!! Belangrijk!! RT SVP!! We gaan het ook filmen en want of dat is dus goed. Voor de wereld, mense! #icebucketchallenge #geld #Mercedes #CLS

Okay, cynisch. Eerste reactie was van iemand die MS heeft en de IBC achterlijk noemt. Daarna iemand die zei: ja, maar de ernst van de ziekte wordt onder de aandacht gebracht en er wordt wel heel veel geld opgehaald. Ik antwoordde het volgende.

Zeker, maar kanker is ook heel erg. Je kan ook bang zijn voor maag-, lever- of darmaandoeningen. We hebben ook nog hartfalen en natuurlijk MS en psychische stoornissen. En de nierstichting kan ook wel een zetje gebruiken. Ik kan wel janken als ik denk aan de reuma die er in onze familie zit. En dementie, die vergeet ik nog. En vast nog wel honderdtachtig andere in meer of mindere mate erfelijke ziektes.
Alleen hebben de ziektestichtingen daarvan niet dat handige PR-bedrijf dat de ALS-stichting wel heeft.

Daaronder kwam de reactie ‘zuurpruim’ en die kreeg vijf likes. Dat is een jij-bak, maar hij doet het altijd goed. Bijvoorbeeld als conversationkiller.

27 augustus

In de Volkskrant verschijnt een opinie-artikel over de IBC, en ze zetten het ook online. De titel is ‘IJsdouche voor donateurs: er zijn nuttigere doelen dan ALS’. De kern van het verhaal: ‘Zo heeft geven voor de verspreiding van malarianetten zo’n 500 keer meer effect dan een donatie voor ALS-medicatie.’ Ik zet het artikel op facebook.

Reacties:
‘Poepen is 500 keer zo nuttig als schrijven voor de Volkskrant.’
‘Ah gut.. doet een goed doel een keertje iets slims is het weer niet goed..’
‘als je een baan hebt als onderzoeker aan een Universiteit, dan moet je natuurlijk wel af en toe wat pruttelen. Effectiever zou het zijn als haar salaris in muskietennetten zou worden omgezet.’

Dit was allemaal weer ad hominem (Latijn voor ‘NEE JIJ DAN MET JE …’). Geen inhoudelijke reactie. Tot…

28 augustus

Een vriend zet een artikel van VICE op mijn tijdlijn, met de titel ‘Stop asjeblieft met zeuren over de Ice Bucket Challenge‘. Het is een emotionele oproep van iemand die gediagnostiseerd is met ALS en blij is met het geld dat beschikbaar komt. Maar niet alleen dat, critici worden weggezet als volgt:

Bij elk feestje is er die ene vriend van een vriend die te dronken wordt en alles onderkotst en het feest verpest

Mijn reactie op facebook:

Dit artikel én de IBC is beledigend voor:
– iedereen die serieuze kritiek heeft op deze actie en dat zonder hyperbolen te berde probeert te brengen;
– iedereen die te maken heeft met een andere ernstige ziekte, al dan niet erfelijk, al dan niet zeldzaam, dan ALS;
– iedereen die in stilte geld overmaakt aan goede doelen, van welke aard dan ook.
En wie mij hierom ‘zuur’ noemt (of ‘die vriend van een vriend die op een feestje te dronken wordt en de boel onderkotst’), moet daar eerst maar eens over nadenken.

Eerst en belangrijkst: er is hier geen sprake van een level playing field in de discussie. De schrijfster heeft de ziekte. Dat is afschuwelijk, máár: dat geeft haar nog niet al het gelijk van de wereld. Het is een artikel vol hyperbolen en sentiment; inhoudelijk worden er nauwelijks steekhoudende argumenten gegeven waarom kritiek op de IBC onzinnig is. De meest inhoudelijke alinea:

Alle cynici die van mening zijn dat mensen in bescheidenheid moeten doneren en niet door middel van een filmpje op sociale media, kijken compleet voorbij de fundamentele realiteit dat de mensheid bestaat uit sociale dieren. We zoeken naar groepen waar we deel van kunnen uitmaken en dat groepsverband verbindt ons in dit geval met het goede doel. Doneren zonder emmers met ijswater boven onze hoofden leeg te gooienhaalt ons uit dat verband. Het gaat erom dat we ergens bij willen horen.

  • Ik ben niet cynisch over de IBC, ik vind de IBC cynisch. Dat is heel wat anders.
  • In bescheidenheid doneren of een filmpje er van maken op de sociale media is niet de kern van mijn kritiek. Maar als je het daar over wil hebben, zie het vierde puntje.
  • Voorbij kijken is een uitdrukking die niet klopt, het is voorbij gaan aan of over het hoofd kijken, over het hoofd zien is nog mooier.
  • De redenatie dat we alleen geld aan een goed doel willen geven omdat we ergens bij willen horen, is uit de lucht gegrepen. We kunnen ook een persoonlijke motivatie hebben. Het is bovendien een diskwalificatie voor de miljoenen die geven in anonimiteit, het hele jaar door, soms decennia achter elkaar. Duizenden stichtingen draaien daar op. Het is wél een verklaring voor hypes, hulpactietelevisieshows en memes. Maar niet voor de rest.
  • Verder staat er in het artikel dat ALS nooit enige aandacht heeft genoten; ook dat is niet waar. De actie ‘als u dit leest ben ik dood’ was niet alleen behoorlijk brutaal, maar heeft ook veel media-aandacht gekregen.

Het stoort me dat je in dit stuk als een soort uitsmijter te horen krijgt dat de schrijfster ALS heeft. Het is afschuwelijk voor haar, maar om dit als effect in te zetten? Waarom niet meteen genoemd? Het is geheel in de stijl van de IBC, namelijk effect. Het is bijna onmogelijk om hier kritiek op te hebben, omdat de schrijfster deze afschuwelijke ziekte zelf heeft.

Wat ik al zei: ik heb geen level playing field. Iemand anders wel:

https://www.facebook.com/video.php?v=704040959685809

Een parabel, ten slotte

Beats is een bedrijf dat koptelefoons maakt; je kent ze als ‘Beats by Dr. Dre’. Het zijn goede koptelefoons. Ze geven wel relatief veel bastonen door, maar dat is een kwestie van smaak. Je zou hopen dat de geïnteresseerden ook wat andere koptelefoons op hun hoofd zouden zetten voor ze tot aanschaf over gaan, maar het geluid is niet de enige afweging. Ze zien er fantastisch uit en ze zijn ook heel erg populair. Kritiekpuntje: ze zijn ook ongelooflijk duur. Voor het geld van een Beats kan je ook een koptelefoon kopen die zestig keer beter uit tests komt. En je geeft maar een keer zoveel geld uit aan een koptelefoon.

De IBC is superpopulair. ALS is zo langzamerhand bij iedereen bekend, al zal ook die kennis oppervlakkig zijn. Het over je hoofd gieten van ijswater implanteert die kennis namelijk niet automatisch. Je zou hopen dat geïnteresseerden ook wat andere informatie over gezondheidszorg in hun hoofd zouden zetten voor ze tot de IBC overgaan, maar informatie is niet de enige afweging. Een IBC ziet er fantastisch uit en het is ook heel erg populair. Kritiekpuntje: je geld kan beter worden besteed. Een euro kan 500 keer zoveel doen bij een ander goed doel. En je geeft maar een keer dat geld uit.

Mijn punt is dus dat ALS een afschuwelijke ziekte is, maar dat het niet de enige afschuwelijke ziekte is. Het cynische aan de Ice Bucket Challenge is dat de bekendheid van de ziekte op een heel oppervlakkig niveau blijft, bijvoorbeeld hoe het met deze ziekte, de wereldwijde impact en het onderzoek er naar gesteld is in verhouding tot andere ziektes in de wereld. Er is een extreem handige PR-tool (de geschiedenis van de IBC is fascinerend) gevonden/ ontstaan, waar de ALS-stichting erg goed in is. Vergeet de ‘als je dit leest ben ik dood’-campagne niet.

De tijd die men besteedt aan het maken van zo’n filmpje zou in mijn ogen veel beter kunnen worden besteed door zich in brede zin eens te verdiepen in ziekten, gezondheidszorg en de farmaceutische industrie. Over cynisme gesproken. En daarna ook iets doen, ajb.

Ik las een ingezonden brief en schrok me wezenloos

 Een brief in de Volkskrant! Over televisie. Dat wordt leuk. Ik loop ‘m even met je door.

Schermafbeelding 2014-08-18 om 10.27.27

We beginnen bij zin 1. Er ontbreekt een onderwerp, omdat de schrijver zijn brief niet met IK wil beginnen. Dat zou zeer onfatsoenlijk zijn. Maar de brief begint feitelijk dus met IK.

Schermafbeelding 2014-08-18 om 10.30.59

Fred is erg belangrijk, al wordt niet uitgelegd wat die statuur nu precies is. We willen wel eens weten wat deze Fred nu exact heeft uitgespookt bij deze reus van een Amerikaanse beurscompany (bedrijf, red). Waar investeerden ze bijvoorbeeld zoal in. We hopen toch niet dat het platte of primitieve zaken zijn geweest, waar deze Fred zijn geld mee heeft verdiend.

Wel weten we dat hij een gewone gezonde Hollandse jongen is, en dat is wezenlijk, want zo weten we dat hij niet zeer onfatsoenlijk is.

Schermafbeelding 2014-08-18 om 10.34.37Schermafbeelding 2014-08-18 om 10.34.53

De briefschrijver weet hoe je stijlvol een geeuw kan onderdrukken. Dat is een zeer fatsoenlijke manier om uit te drukken dat je precies weet waar het over gaat, maar wil laten zien dat het beneden je stand is. Maar let zo meteen maar eens op.

Of, wacht even. Zit hij hier nu een beledigende opmerking over Aboriginals te maken? Is dat niet zeer onfatsoenlijk?

Schermafbeelding 2014-08-18 om 10.41.18

Bedenken is hier niet wederkerig, tenzij je op een eerder ingenomen standpunt terug komt. Dat zou in dit geval betekenen dat Aboriginals onbeschaafd zijn, of “nee, wacht even!” dat er sprake is van een onbewuste glijdende schaal aangaande gewenning aangaande hufterigheid. Dat gaat niet, dus is het niet wederkerig.

Glijdende schalen worden overigens gekenmerkt door ‘onbewust’, dus hier zien we een contaminatie.

Schermafbeelding 2014-08-18 om 10.49.38

Ignorantie is een archaïsch woord, maar zo weten we in ieder geval dat de schrijver een rijke woordenschat heeft. Mensen met een rijke woordenschat kunnen onmogelijk televisiekijken. Al kan het ook zijn dat hij graag een woord als dit gebruikt om de neiging naar anglicismen stijlvol te onderdrukken.

Schermafbeelding 2014-08-18 om 10.52.40

(Spiegel van beschaving, red.)

Kostelijk, nu krijgen we waarschijnlijk een opsomming van alle mogelijke vuige titels van hedendaagse televisieprogramma’s: ik hoop dat hij die middag de proef op de som nam, een televisiegids kocht en zich wezenloos schrok!

Schermafbeelding 2014-08-18 om 10.55.32

Zeer onfatsoenlijk, is dat hier op televisie?! Maar wacht even… waarom moest je daarvoor een televisiegids kopen? Dit staat namelijk dagelijks achter in de Volkskrant, de krant waar je deze brief naar toe stuurde. Of wil je onderstrepen dat je deze televisieprogramma’s nog nooit hebt gezien, door nadrukkelijk te vermelden dat je een televisiegids moest kopen om er achter te komen wat voor programma’s hier eigenlijk op de buis zijn?

Schermafbeelding 2014-08-18 om 11.00.32

Arme Fred. Gelukkig ziet onze briefschrijver dit NOOIT, hij had er een oude Australische vriend met een indrukwekkende carrière die een gewone gezonde Hollandse jongen was gebleven voor nodig om hem dit te laten zien. We zien het ook aan het platvloers noemen van Paul van Leeuw. Waarschijnlijk is dat Paul DE Leeuw. De naam van een TV-persoonlijkheid verhaspelen is een uitstekende manier om heel erg te laten zien dat je dus nooit TV kijkt. Die platvloers noemen is overigens iets van voor de emigratie van Fred naar Australië.

Ik ben trouwens ook tegen diffuus gefriemel aan geslachtsdelen. Ik heb dat liever gewoon scherp en goed uitgelicht in beeld, dus daar heeft de schrijver gewoon een punt.

Schermafbeelding 2014-08-18 om 11.04.22

Switchen is een Engels woord voor schakelen. Voor iemand met nogal wat statuur en zonder hoogmoedige of elitaire denkbeelden is Fred wel wat hulpeloos met afstandsbedieningen.

Schermafbeelding 2014-08-18 om 11.06.25

Met gezwinde spoed terug naar het continent waar Groot Britannië ooit zijn schurken naar toe stuurde, dat nu garen spint bij de Russische boycot op Europees groente, fruit en zuivel, en waar homo’s niet kunnen trouwen! Althans, niet met elkaar.

Maar waar SOWIESO dit soort schunnigheid nooit never niet op de telemevisie is te zien! Jammer dat Fred nu wel de Nederlandse wiskundige heeft gemist, die in Zomergasten drie uur lang een prachtig verhaal vertelde. Prime time on Dutch TV.

Schermafbeelding 2014-08-18 om 11.13.19

Precies! DOEI! Of. Maar. Je keek toch niet? En nu wel? Of is het hoogmoedig of elitair om geen TV te kijken?

Alle stellingen volgen uit de aanname dat media de spiegel van beschaving zijn, waar ik nog wel wat tegenin kan brengen. Zeker als je alleen TV als media ziet, en al helemaal als je alleen commerciële TV als media ziet. Die zijn gewoon geld aan het verdienen. Daar weet jouw gezonde Hollandse vriend die bij die ‘reus van een Amerikaanse beurscompany’ werkte alles van.

Wat is nu zeer onfatsoenlijk: TV kijken of hoogmoedige en elitaire brieven schrijven in de Volkskrant?

Boyhood

Als Mason een jaar of acht is, zien we hem achter een schuurtje zitten. In de schaduw, op de modder, voorovergebogen. Elk jongetje van acht doet dat. Dan zien we waar hij naar kijkt: het karkas van een dood vogeltje. Mason zegt niks. Doet niks. Hij kijkt alleen. Wat mij betreft is dit een van de belangrijkste scenes uit de briljante semi-documentaire film ‘Boyhood’.

Hieronder ga ik het nodige over de film verklappen. Weet dat, als je van plan bent deze film te gaan zien. Als je twijfelt, niet wil of ‘m al hebt gezien, lees dan sowieso verder.

Net echt
Ik was zo’n jongetje als Mason, zoals nagenoeg elke man op aarde zo’n jongetje is geweest. Ellar Coltrane (1994), die Mason gestalte geeft, is gefilmd tussen zijn zesde en zijn achttiende. De jongensjaren. Mason heeft een zusje, waar hij voortdurend ruzie mee heeft, en een moeder die steeds voor foute mannen valt. We beleven twee echtscheidingen met huislijk geweld en drankmisbruik, vanuit het perspectief van een kind.

Maar deze gebeurtenissen komen voorbij zoals ook het bladeren door de lingeriepagina’s van een postordercatalogus voorbij komt, of het mountainbiken met een vriendje, of een kampeerscène, of een autorit met vrienden, of een eerste joint. Als gebeurtenis, maar zonder de gecomprimeerde dramatische uitwerking die je doorgaans in film of theater ziet. Net echt.

Herkenbaar
De eerste twee uur van deze film (hij duurt bijna drie uur) is feitelijk een aaneenschakeling van losse scènes. Er is niet veel filmisch drama. Als Mason zijn rijbewijs heeft, waarschuwt zijn vader om heel voorzichtig te rijden. Een half uur verderop in de film rijdt Mason met een vriendinnetje in zijn auto. Zij laat op haar mobieltje een plaatje van een varkentje zien. Geconditioneerd als dramakijker, verwacht ik dat hij nu dus dat verschrikkelijke auto-ongeluk zal krijgen. Mooi niet.

Maar veel meer dan drama is er herkenbaarheid. Zo observerend en registrerend als Mason is, zo was ik ook. Zo is elk kind; ik zie het bij mijn jonge neefje en nichtjes. Alles wordt onthouden. Als Masons vader z’n musclecar blijkt te hebben verkocht, zegt Mason “Je had ‘m mij beloofd voor mijn zestiende verjaardag”. Mason was tien toen vader dat had gezegd. Ze onthouden alles. Van dronken stiefvaders tot dode vogeltjes.

Vragen
Mason blijft relatief stil. Maar na twee uur, als Mason vijftien of zestien is, wordt hij een karakter. Zoals jonge mensen dat worden na hun pubertijd. Mason blijkt een goed oog voor fotografie te hebben. Hij begint ruzies te krijgen met z’n docenten en bazen, en wordt opstandig. Dat uit zich in de film in conversaties met een vriendinnetje. Ze vindt hem een zwartkijker en maakt het uit. Maar Mason is geen zwartkijker, hij begint vragen te stellen. Hij begint aan de ‘werkelijkheid’ te pulken. Wat in een film slim en geestig is, uit de aard van de zaak, en in dit geval al helemaal. Het is immers een semi-documentaire.

Mason zit in de auto en vertelt zijn vriendinnetje hoe de maatschappelijke systemen ons in hun greep hebben en zegt cynisch dat het een groot complot is. “You are weird”, zegt ze glimlachend. Oh, hoe vaak heb ik dat gehoord.

Zin van het leven
Waar gaat het allemaal over, vraagt Mason op zijn achttiende, vlak voordat hij gaat studeren. Hij stelt deze vraag letterlijk, aan zijn biologische vader, vroeger een flierefluiter, inmiddels gesettled en aan een tweede leg begonnen.

“Alles?”, vraagt z’n vader met een zenuwachtig lachje. Even daarna zien we Masons moeder, die kleiner gaat wonen nu haar kinderen het huis uit zijn. Ze heeft de kinderen groot gebracht en er alles aan gedaan om dat goed te doen. Bij het uitruimen van het huis moet ze huilen: “Ik dacht dat er meer zou zijn.”

“Het eerst volgende is mijn begrafenis”, zegt de moeder. Mason antwoord dat ze nu misschien zo’n veertig jaar overslaat. En weer is het drama ontladen; wanneer hoor je in een film nu iemand zoiets nuchters zeggen? Net echt.

Gedenk te sterven
‘Boyhood’ is wat dat betreft de viering van het leven (er wordt ook letterlijk veel gevierd). Alles is graffiti spuiten, alles is mountainbiken, je zusje pesten, flirten, het verstrijken van tijd, een zonsondergang, een autorit, zwemmen in open water, een baan als afwasser, een vriend, een foto, school, een versleten spijkerbroek, een gitaar, een moeder, kijken naar een dood vogeltje. Dat is alles.

Dan de slotscene. Mason gaat studeren en heeft net een medestudente ontmoet. Ze zitten bij een riviertje, bij een zonsondergang. Zij: “Sommigen zeggen dat je in het leven het moment moet pakken. Ik denk dat het andersom is”.

Het is een grappige dubbelzinnige omkering. Het gaat over de film, waaraan regisseur en schrijver Richard Linklater twaalf jaar heeft gewerkt. Niet bepaald ‘een moment’. Het gaat over Masons existentiële kwestie, want zulke ‘momenten’ zouden een antwoord kunnen vormen op de vraag waar het allemaal over gaat.

Maar de dwaasheid van een idee over de zin van het leven is iets wat ze weglachen. Ze zeggen het niet. Mason zwijgt weer. Net als zijn foto’s. Net als toen hij een dood vogeltje bekeek, in een proces van ontbinden tot stof. Memento mori.

Grootste eenheid
Er is geen groter iets, er is niet ‘meer’. Dit, het leven op deze aarde, het verstrijken van tijd, het moment dat een menselijk leven is, is de grootste eenheid in het echte leven. Niet de dramatische constructies van religie, kunst of idealen. En het is goed.

Nooit eerder zo krachtig verteld als in ‘Boyhood’.

Hier kan ik zo boos van worden

Vandaag in de Volkskrant: ‘Zuinige’ hybrides zijn eigenlijk zuipschuiten.

slurpDe als energiezuinig aangeprezen hybride-auto’s zijn in de praktijk vaak enorme zuipschuiten. Alle auto’s verbruiken meer brandstof dan de fabrieksnorm aangeeft, maar bij half-elektrische auto’s is die normoverschrijding groter dan gemiddeld, blijkt uit een onderzoek van TNO.

Het ergst is de Mitshubishi Outlander PHEV:

Bijna 40 duizend euro [subsidie, BJ] kon een ondernemer ‘verdienen’ aan de Outlander, hoewel de auto maar 30 kilometer op elektriciteit kan rijden voordat hij overschakelt op benzine. […] Deze nogal fors uitgevallen SUV alleen al heeft de schatkist 250 miljoen euro aan subsidies gekost

Outlander PHEVAnd counting, want voor zo’n Outlander hoef je geen wegenbelasting te betalen. 1.885 kilo auto en NUL euro wegenbelasting; je trekt er voren mee in het asfalt, maar je rijdt gratis.

Ter vergelijking. Ik rijd in een BMW 320d, een diesel van ongeveer 1.400 kilo. Daar betaal ik elke maand 130 euro voor. Dat is op jaarbasis 1.560 euro. En het verbruik? Lager dan een Outlander.

5,6 liter per 100 kilometer, zegt mijn boordcomputer. Okay, diesel, maar toch.

Het laffe Milieudefensie reageert met ‘Mensen die uit milieu-overweging kiezen voor een hybride hebben een andere rijstijl’. Wel, beste ‘Milieudefensie’, en prutsambtenaren en -politici in Den Haag. Zullen we in het vervolg dan asjeblieft rijstijl gaan subsidiëren in plaats van 1885 kilo SUV?

En haal die subsidie op de ‘PHEV’ terug, en geef ‘m de wegenbelasting die hij verdient? Vandaag nog?

UPDATE: Milieudefensie vindt dat ze hopeloos zijn geciteerd. De medewerker ‘verkeer’ twittert: ‘We moeten wat Milieudefensie betreft naar feitelijk verbruik en emissie belasten. Zonder trucjes.’ Op mijn vraag of de subsidie van de Outlander af moet, zegt Milieudefensie ja.