De maffe reactie van Google op de ongelukken met haar zelfrijdende auto’s

De afgelopen weken heb ik gewerkt aan een documentaire over de zelfrijdende auto. Iedereen, van media tot minister, lijkt enthousiast over dit fenomeen.

Maar is het niet tijd voor wat serieuze technologie-kritiek. Je hoort het Eerste Pinksterdag zondag 24 mei om negen uur in RadioDoc op NPO Radio1.

Deze week werd bekend dat in de VS zelfrijdende auto’s van Google betrokken zijn geweest bij elf botsingen. ‘Light damage, no injuries’, en niet onze schuld, verzekert Google. Google’s director self-driving car program Chris Urmson heeft een nadere reactie geschreven. Die is nogal opmerkelijk als je ‘m goed leest.

En dat heb ik even voor je gedaan.

Om te beginnen überhaupt het feit van de reactie.

Het kostte de journalist van Associated Press een flinke omweg om er achter te komen dat er ongelukken zijn geweest met Google’s zelfrijdende auto’s. Google zelf heeft het nooit naar buiten gebracht. Dat is even begrijpelijk als dom.

Het is begrijpelijk omdat in het verkeer nou eenmaal aanrijdingen gebeuren. Maar het is vooral dom. Omdat Google voortdurend hamert op de grote veiligheid van de zelfrijdende auto.

Als dat zo is, waarom niet meteen openheid over de botsingen? Ze waren toch niet Google’s schuld? Of is zulke publiciteit maar een sta-in-de-weg in jullie aaibaar aangezette missie om aan te tonen dat computers beter zijn dan mensen?

Het grote probleem met deze reactie is dat ‘wij’ subtiel de schuld krijgen, als humane bestuurders.

En dat gebeurt op slinkse wijze. Google schrijft eerst een stuk over hoeveel doden er eigenlijk wel niet vallen in het verkeer in de VS. Namelijk 33.000 per jaar. Dat is extreem veel, vergeleken met Europa. Hier vallen jaarlijks zo’n 30.000 doden in het verkeer, en wij hebben 731 miljoen inwoners. In de VS wonen 316 miljoen mensen, ongeveer de helft.

Enfin, als we dat weten, komt Google met een truc. Chris schrijft dat veel van wat er op de weg gebeurt niet wordt geregistreerd. Dat is dit bedrijf uiteraard een doorn in het oog.

It’s hard to know what’s really going on out on the streets unless you’re doing miles and miles of driving every day. And that’s exactly what we’ve been doing with our fleet of 20+ self-driving vehicles

Dit is een retorische truc.

Hier wordt over ‘the streets’ en wat daar gaande is gesproken alsof we het over de achterkant van de maan hebben.

Nee. Dit gaat over wat iedereen elke dag voor zijn eigen deur ervaart, op weg naar de supermarkt, naar het werk en naar vrienden, kortom: ALTIJD. Zo ‘hard to know‘ is dat niet, Google.

Het staat alleen niet in jullie databanken. Maar dat is wat anders.

Als je al die data nu hebt, zou ik graag de details van de botsingen willen weten.

Opmerkelijk: die zien we niet. Wel toont Google een situatie waarin hun auto registreert hoe een fietser bijna werd aangereden door iemand anders. En dat hun self-driving car in staat was om vooruit te zien, en zelf deze fietser niet aanreed.

Our car predicted the cyclist’s behavior (the red path) and did not start moving until the cyclist was safely across the intersection.

Alsof dat een verdienste is. Ik heb ook wel eens een fietser niet aangereden, Google.

Het heilige geloof in sensors, processors en databanken irriteert mij. Ik heb geen databanken, maar wel ervaring in het dagelijkse verkeer. Zoals vrijwel iedereen.

En dit is maar een voorbeeld van Google’s arrogante missie.

Chris Urmson schrijft dat hij denkt dat veel ongelukken gebeuren doordat fietsers en voetgangers nog snel even oversteken terwijl hun groene licht al op rood aan het springen is. Google laat daarom hun auto’s altijd nog even wachten nadat het licht groen is geworden.

Iets eerder in het stuk schrijven ze dat ze zeven keer van achteren zijn aangereden, en ‘often there’s little the driver in front can do to avoid getting hit’.

Nou, je kan bijvoorbeeld voorspelbaar rijden. En niet een paar seconden wachten met optrekken als je verkeerslicht op groen springt. Dat verhoogt de kans op aanrijdingen, dat weet een kind.

Zelfrijdende auto’s zijn momenteel irritante verkeersdeelnemers.

Ze zijn slechtziende, langzaam rijdende, extreem voorzichtige en onvoorspelbare mobielen. Als er een plastic tas over de weg waait zullen ze remmen. Als er een auto op een vluchtstrook staat, zullen ze remmen – er kan zomaar iemand achter vandaan komen, immers. Als er eendjes oversteken op een provinciale weg, zullen ze remmen.

En dat is extreem gevaarlijk (sorry voor de eendjes, maar echt). Wat wij met onze ogen en onze ervaring kunnen, is lastig te evenaren door sensoren en databases.

De reden dat zulke auto’s zo defensief rijden is simpel. Technisch specialist bij Volvo Erik Coelingh legt in mijn documentaire uit dat ze zelfrijdende Volvo’s nooit voor ethische beslissingen willen plaatsen. Dat zou de programmeur/ autobouwer namelijk verantwoordelijk maken voor ongelukken.

In die positie wil het bedrijf niet komen. Laat staan dat wij als maatschappij ongelukken door een beslissing van een zelfrijdende auto zou accepteren.

Dan de claim dat de ongelukken niet Google’s schuld waren.

Ik heb voor het maken van mijn documentaire in een Volvo V60 gereden, met ‘City Safety’. Zodra iets minder dan 3 meter voor de voorbumper komt, schiet die wagen vol in de remmen.

Niet slecht, zeker niet als het bijvoorbeeld een kind betreft. Als degene die achter je rijdt dan bovenop je knalt omdat je keihard remt, dan is dat maar zo: het kind is veilig.

De V60 is niet schuldig aan die botsing. De achterligger wel. En dat geldt natuurlijk net zo hard voor de zelf-rijdende auto’s van Google.

Ze remmen voor elke potentiële scheet en dat maakt dat een menselijke bestuurder daar slecht op kan anticiperen. Voor een mens is een auto die onlogisch remt vooral gevaarlijk, en een bron van irritatie.

Google kan wel zeggen dat ze zelf niet schuldig waren aan de botsingen, maar misschien is dat alleen juridisch gezien het geval.

Dat weten we niet, want van alle technische autoCAD-achtige plaatjes die ze in hun reactie laten zien, betreft er niet een een situatiebeschrijving van een van de elf botsingen.

En dan nog iets over die genadeloze claim op veiligheid, de Godwin 2.0 in hedendaagse discussies.

Google beschrijft het verkeer van de VS als een van de gevaarlijkste en dodelijkste zaken op aarde. Citaten: ‘Lots of people aren’t paying attention to the road’, ‘seen people weaving in and out of their lanes’, ‘reading books’, ‘Intersections can be scary places’, ‘Turns can be trouble’, ‘seem to behave as if we’re not there’. Dat is retoriek.

Het is allemaal waar. Maar je kan met evenveel overtuiging exact het tegenovergestelde beweren: Lots of people are paying attention to the road!

Delphi heeft een auto coast to coast gestuurd, of laten sturen, meer dan 5.000 kilometer. Ik daag ze uit om ‘m van de Indische Buurt naar Slotervaart te sturen, dwars door Amsterdam.

Het is een wonder dat het zo vaak goed gaat. Or, is it…

Dat er jaarlijks vijf keer zoveel mensen in de VS sterven aan longkanker dan in het verkeer, staat er niet bij. Maar de 1,7 miljoen database-vullende mijlen moesten wel worden gereden met Google’s zelfrijdende SUV’s.

Lexus RX450H, twintig stuks. Die verbruiken 8,1 liter benzine per 100 kilometer, met een uitstoot van 192g CO2 per kilometer. Dus dat is zo’n 525 ton CO2, voor een database.

Als je het mij vraagt is de zelfrijdende auto van Google het volgende Google Glass. Interessant voor een paar nerds, maar het mag aansluiten in de lange rij met matige technologische vernieuwingen, achter de Segway.

Auto-auto

Volvo doet het anders. Ontwikkelaar Erik Coelingh van Volvo vertelt in mijn documentaire dat zij zich in hun onderzoeksprogramma voor een zelfrijdende auto voorlopig uitsluitend richten op de snelweg. Stadsverkeer is veel te complex.

Dat is verstandig. Maar het ondermijnt ook de overal ge-uitte belofte van veiligheid van de zelfrijdende auto. En dus het ultieme argument er voor.

Want in Nederland gebeurt maar ongeveer een vijfde van de dodelijke ongelukken op plekken waar meer dan negentig kilometer per uur mag worden gereden (SWOV Factsheet). In de VS, zo schrijft Google zelf, is dat maar 1 op de 8.

Hoe ga je dan het dodental in het verkeer drastisch terug brengen met zelfrijdende auto’s, als die alleen op de snelwegen autonoom rijden?

 

RadioDoc 24 mei 21u op NPO Radio1.

D’Angelo in Paradiso *****

Eén keer per jaar overviel het me: hoe zou het met D’Angelo zijn? De man die ik in 2000 dat onvergetelijke optreden op North Sea Jazz zag geven.

Dan googlede ik hem, en kwam er achter dat zijn nieuwe album toch echt op het punt stond om uit te komen. Om er daarna een jaar niets meer over te horen. Of om te lezen dat hij was opgepakt voor drugsbezit, of zijn auto in de prak had gereden. Maar geen muziek.

Tot eind 2014 het er toch ineens was: Black Messiah. Het album oogstte meteen veel lof en werd ook veel besproken. Maar, dankzij mijn niet-aflatende D’Angelo-gegoogle, ontdekte ik in oktober al dat hij naar Paradiso zou komen om op te treden.

Ik smeet er meteen meer dan zeventig euro op stuk. En dat was maar goed ook. Want na de release van zijn album ging het hard met de kaarten – er kwamen twee extra concerten bij in Nederland en alles was in een mum van tijd uitverkocht. Gisteravond was het zo ver: het eerste concert van D’Angelo And The Vanguard in Paradiso, The Second Coming tour.

En het was briljant.

Meneer begon bijna een uur later dan de bedoeling was, maar dat waren we onderhand wel gewend. Daarna volgde een show die tweeëneenhalf uur zou duren, met twee toegiften die meer leken op een tweede en derde set – omdat ze ieder nog een half uur extra muziek waren.

IMG_1466

Het gespeelde was een mix van Black Messiah en oudere hits, met een grote nadruk op het eerste. De setlist verschijnt vast hier nog wel. Bij beluistering van het album heb ik vaak gedacht: hoe zou hij dat in vredesnaam op het podium willen doen. Maar daar heeft hij zelf geen enkele moeite mee.

En dat zit ‘m vooral hier in: hij is een van de beste popmuzikanten op de wereld.

De stem van D’Angelo kan grommen, gillen, grunten, zonder dat zijn prachtige falset er onder lijdt. Hij kan funken, rocken, en daarna een gevoelige ballad inzetten en het is allemaal geloofwaardig en goed. De meester van de Neo-Soul doet dingen met zijn stem, dat ik dacht: jongen, je moet morgen nog een keer, en overmorgen weer, zou je dat nou wel… maar gelukkig wel.

Zijn timing is magistraal en de controle over zijn band is iets waar je alleen maar kippenvel van kan krijgen.

HIMG_1463et zegt net zoveel over de kwaliteiten van zijn muzikanten trouwens, maar als je je band in een dik funknummer in één klap stil kan leggen, en per maat met het opsteken van een aantal vingers het zelfde aantal accenten kan laten spelen in een razend tempo, en je doet dat niet twee of drie keer, maar dertig keer… en als je dan ter afsluiting in je microfoon roept ‘twentyseven and a half’ en je hoort dan zevenentwintig en een half accent… ja. Diep respect.

D’Angelo speelde halverwege het optreden twee indrukwekkende nummers achter elkaar.

The Charade is het centrale nummer van Black Messiah, met de kernzin ‘All we wanted was a chance to talk, instead we got outlined in chalk‘; een aanklacht tegen de behandeling van zwarte mensen in Amerika. Zeer actueel geworden door de tragische gebeurtenissen in Ferguson, eind vorig jaar. D’Angelo speelde dat nummer met een opgeknoopte, bezoedelde, vermoeide Amerikaanse vlag op zijn rug. Een vuist in de lucht. Ingehouden gitaar, prachtige harmonieën, een verstikt afgebroken refrein… Dat zorgde voor kippenvel.

Het tweede nummer, meteen daar achteraan, was Sugah Daddy. Een funkfeestje, waarin D’Angelo laat zien dat hij Prince, Michael Jackson en James Brown naar de kroon steekt.

Het dak ging er af.

IMG_1458Vanuit de zaal was er grote waardering voor de muzikanten. Het mooist was dat te horen bij de afsluiter, een uitgesponnen versie van ‘Untitled (How Does It Feel)’, waarbij de muzikanten één voor één het podium verlaten. Op het laatst staan alleen D’Angelo en zijn oerdegelijke, trouwe maatje bassist Pino Palladino er nog. Palladino krijgt een moment om te soleren, en in de stilte roept iemand uit de zaal keihard “Pino we love you”, waarna heel Paradiso in juichen uitbarst en Pino een grote glimlach krijgt… prachtig.

Tweeëneenhalf uur heb ik in de muziek gezeten, niets leidde af.

De muzikanten van D’Angelo’s nieuwe band The Vanguard (met dus wel oude vertrouwde Palladino) speelden oerdegelijk, vrolijk, interessant, speels en betrouwbaar, het was een lust voor het oor.

IMG_1468En D’Angelo. Niet alleen heeft hij zich hernomen door na vijftien jaar een briljant album af te leveren, ook heeft hij zichzelf hervonden. Hij is inmiddels 41, en ziet er fantastisch uit.

Een glimlach zo breed als het podium van Paradiso, energiek alsof er nooit wat is gebeurd, een feestje bouwend, een boodschap verkondigend, controle hebbend, grappen makend, flirtend… en dan zo muzikaal zijn.

Magistraal.

De 10 belangrijkste culturele gebeurtenissen van 2014

10. Politiek: Het bezoek van Obama aan het Rijksmuseum
Er vliegen wel twaalf helicopters rond, er staan snipers op het dak van het Van Goghmuseum, en zijn bomen afgezaagd op het Museumplein en er is een waar leger van politie op de been. Omdat Barack Obama, president van de VS, naar het museum gaat (foto’s). Hij had naar de Deltawerken kunnen gaan. Of ASML, of de Rotterdamse haven. Nee, het werd Amsterdam. De belangrijkste gast van kunstenbezuiniger Rutte gaat naar het Rijksmuseum. Naar Rembrandt.

9. Jazz: De CD ‘Smooth Jazz Apocalypse’ – Reinier Baas
Reinier is een jonge jazzgitarist, die meteen al hoge ogen gooit als hij op het Conservatorium van Amsterdam zit. Met ‘Smooth Jazz Apocalypse’ levert hij een tweede album op zijn naam af, en hij wordt almaar eigenzinniger. Reinier blijkt overigens ook nog eens een bijzonder aardig iemand te zijn, zo ontdek ik wanneer ik hem interview.

8. Oerol: Bidonville – De Kift / Sanne den Hartogh
In een kuil op een plek waar bos overgaat in duin, ergens midden op Terschelling, is een enorme puinhoop gemaakt. Je hebt bij binnenkomst meteen medelijden met degene die het weer moet opruimen. Maar tot die tijd, tijdens Oerol, staat punkmuziektheatergroep De Kift op de vuilnisbelt, en het lijkt alsof ze thuis zijn. Acteur Sanne den Hartogh speelt mee en praat in een zelf uitgevonden streetwise welbespraakt taaltje. Prachtig.

7. Kunstdiscussie: Sterrenstof
Ineens liggen kunstrecensenten met elkaar én met kunstenaars in de clinch. Johan Simons voert een vurige polemiek aan in de NRC over een slechte beoordeling van zijn ‘Danton’s Dood’. Deze voorstelling krijgt in de NRC 1 ster (bal), en in de Volkskrant 4, met in beide recensies als argument het spel van Gijs Scholten van Aschat. Een bericht van mij op Radio 1 wakkerde een en ander nog verder aan. Het sterrenstof is nog lang niet gaan liggen.

5. Kunstwerk: Blue – Mostly Other People Do The Killing
De New Yorkse jazzband Mostly Other People Do The Killing heeft het legendarische album ‘Kind of Blue’ van Miles Davis exact nagespeeld. Het is angstaanjagend hetzelfde als ‘Kind of Blue’. Razend knap, maar waar slaat het op? Veel jazzliefhebbers vinden ‘Kind of Blue’ de ultieme jazz. Als het daar niet op lijkt, is het geen jazz. Maar als je dat ultiem vindt, dan is hier het extreme antwoord: de perfecte kopie. Is dat wat je wil? En daarmee is ‘Blue’ een curieuze aansporing naar nieuwe muziek te luisteren.

4. Muziektheater: Op de Bodem – Grote club ‘Nieuwkomers’ van Orkater
Muziektheatergroep Orkater geeft jaarlijks (of zo) jonge makers de kans het podium op te gaan. In deze voorstelling gaan ze met z’n allen, van vele cohorten, tegelijk. Voorman Alex van Warmerdam van Orkater is persoonlijk bij bijna alle schouwburgdirecteuren van Nederland langs gegaan om deze voorstelling te verkopen. En er is een indrukwekkende speellijst. Het is lang geleden dat ik zoveel energie van het podium zag stuiteren als bij ‘Op de bodem’. In deze hoedanigheid uitgespeeld, maar veelbelovend.

3. Optreden: Arctic Monkeys – Pinkpop
Ik zal eerlijk bekennen: tot het uitkomen van het album ‘AM’ (2013) had ik nauwelijks een beeld bij Arctic Monkeys. ‘AM’ is mijn favoriete popplaat van vorig jaar, en daarom ben ik nieuwsgierig naar hun optreden op Pinkpop. Niet nieuwsgierig genoeg om daarvoor naar Landgraaf af te reizen, maar 3voor12 maakt een uitstekende videoregistratie. Met name de ijzersterke uitvoering van ‘Arabella‘ is elektrisch, seksie en een herdefiniëring van cool.

2. CD: Black Messiah – D’Angelo
Op de nipper komt D’Angelo in 2014 met zijn derde album. Hij is een van de belangrijkste hedendaagse soulartiesten, en zijn laatste album dateert van 2000. ‘Black Messiah‘ maakt bij eerste beluistering vooral nieuwsgierig. Na meerdere keren kruipt hij onder mijn huid en stijgt daarmee ver boven de rest uit. En dat proces is nog gaande.

1. Film: Boyhood – Richard Linklater
Na het zien van deze film zit ik een half uur stilletjes met een biertje in m’n hand op het terras van Eye in Amsterdam. Een dag later schrijf ik een uitgebreid blog over deze film. Hij gaat voor mij over alles wat er is. Er is geen groter iets, er is niet ‘meer’. Dit, het leven op deze aarde, het verstrijken van tijd, het moment dat een menselijk leven is, is de grootste eenheid. Niet de vaak dramatische constructies van religie, kunst of idealen. En het is goed. Nooit eerder zo krachtig verteld als in ‘Boyhood’. Draait nog steeds in de bioscoop.

Hoe ik de Kamer van Koophandel, a.k.a. CLUSTERFUCK, terug neuk

kvk-logoExcuse my french. Maar ik ben echt helemaal klaar met de Kamer van Koophandel. Ze verkopen mijn gegevens, wat ik niet leuk vind, maar nog erger is dat ze zeggen er alles aan te doen om dit te voorkomen. En dan doen ze het toch. Daar kan ik woest over worden.

Je doet er niets tegen. Of toch…
Ik heb er wat op verzonnen. Eerst de historie. Ik schreef tweeëneenhalf jaar geleden al over de Kamer van Koophandel en mijn probleem met hen. En dat dit al begon in 1997.

De recente ellende begon toen ik in 2009 ging freelancen als journalist. Tot die tijd was journalist een zogenaamd vrij beroep, maar vanaf dat jaar, dankzij de ‘nieuwe handelswet’ van toenmalig CDA-minister Donner, moest elke zelfstandige zichzelf inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Welke zin dat had is niemand ooit duidelijk geworden.

Handel in huisadres
Zelfs als je bedrijf bestond uit een laptop en een telefoon – zoals bij mij – moest dat het handelsregister in. Radiomaken is geen vetpot, dus uiteraard werk ik vanuit huis. Dat betekende dat mijn thuisadres in het handelsregister kwam.

Ik verhuur mijzelf, zogezegd, dus was het niet meer dan logisch dat ik mijn bedrijf ‘Botte Jellema’ noemde. Dit is mijn fout geweest. Want nu kwam mijn eigen naam in combinatie met mijn huisadres in het handelsregister.

Google en de handige jongens
Google dan ‘Botte Jellema’, en zie keurig overal mijn zeer gedetailleerde privégegevens opduiken – omdat die nu eenmaal gelijk zijn aan mijn bedrijfsgegevens. De clusterfuck die Kamer van Koophandel heet doet de rest: lekker handelen in je register.

Handige internetjongens weten daarbij ook mijn telefoonnummer en zelfs de oppervlakte van mijn huis bij te zetten. Routeplannertje er bij? Geen probleem.

Ik ben er al jaren boos over. Deze week was ik zo gefrustreerd dat er iets moest gebeuren. Het systeem was mij aan het neuken, en dan rest er maar één ding: terugneuken.

Bedrijfsnaam gewijzigd
Daarom heet ‘Botte Jellema’ vanaf heden niet meer ‘Botte Jellema’. Ik heb een bedrijfsnaam gekozen die ik NIET op internet zal zetten in combinatie met mijn eigen naam. Wil je ‘m weten, dan zal je me moeten inhuren, want hij staat alleen op mijn facturen.

Het overtreedt net wat halfjes de regels die de Kamer van Koophandel heeft voor het verzinnen van een bedrijfsnaam. Prima. Lastig nog om er niet over te schrijven, want ik ben er best trots op.

Maar zo kan het in de toekomst hopelijk niet meer gebeuren dat mijn privégegevens overal opduiken wanneer je mijn naam googlet. Zoals het hoort.

Met dank aan de Kamer van Koophandel. Fuck you very much.

Grappig filmpje van Lubach, als het niet zo ernstig was

Fuck de Kamer van Koophandel. Zo, ik zei het.

Arjen Lubach maakte in zijn nogal goeie programma Lubach op Zondag het volgende item. Daarna ga ik de Kamer van Koophandel nog maar een keer zwart maken, alsmede ene Peter Schinkel.

Arjen heeft gelijk; ook ik heb een eenmanszaak en merk dat de Kamer van Koophandel mijn gegevens lukraak op het internet smijt. Daarover heb ik tweeëneenhalf jaar geleden al eens een dikke discussie met ze gehad, maar het gaat gewoon door.

Bedrijvenstek.nl

Ik heb minder last van telemarketeers, maar ik zie wel overal op het internet mijn telefoonnummer en mijn adres verschijnen. Dat vind ik niet leuk. Misschien ben ik overgevoelig, want waarom zou iemand niet mogen weten waar ik woon, maar dan neem ik je nu even mee naar de website bedrijvenstek.nl.

Als ik daar mijn eigen naam invoer, krijg ik de volgende resultaten.

bedrijvenstek

BAM, daar staat het. Niet alleen mijn volledige naam, adres en woonplaats, maar ook doodleuk mijn mobiele nummer. En de oppervlakte van mijn huis.

De informatie is recent, want ik woon nu iets meer dan een jaar op dit adres, en het klopt. Ik heb een klein eenmanszaakje, dat bij de KvK ingeschreven staat op mijn woonadres. Dus publiceert de KvK, en in dit geval ook bedrijvenstek.nl privégegevens.

Dat weet bedrijvenstek.nl ook, want er staat achter ‘Bestemming’ het woord ‘woon’. Ik kan daar zo kwaad om worden.

We hebben toch een overheid die wil dat we verstandig omgaan met het verspreiden van privégegevens? Waarom doet een uitvoerende overheidsinstantie als de Kamer van Koophandel dan doodleuk waar ze zin in heeft?

Individueel inzien gegevens

Toen ik me inschreef bij de KvK heb ik aangegeven dat ze mijn gegevens niet aan derden mogen doorverkopen. In hun termen een ‘non-mailingindicator’. Maar dat blijkt grotendeels een farce.

Ik heb de naam van een paar vrienden met een eenmanszaak op bedrijvenstek.nl ingevuld. Alle informatie wordt zonder blikken of blozen gegeven. Kan iemand mij vertellen wat voor nut het heeft dat deze informatie op het internet staat?

Ik vroeg het vorige week aan de Kamer van Koophandel. Deze keer via Twitter. Het antwoord:

No shit, Sherlock. Dat wisten we al. KvK verkoopt deze gegevens in bulk. Come on, hoe komt anders zo’n bedrijvenstek aan z’n database?

Geen direct marketing. Ok. Maar waarom staan ik en al mijn zzp-vriendjes en -vriendinnetjes met een shitload aan gegevens op bedrijvenstek.nl?

Laat maar. Serieus, laat maar. Ze hebben natuurlijk een professioneel opgetuigde juridische afdeling, die dit allemaal tot in de puntjes heeft afgekit. En daar begint een kleine zelfstandige als ik helemaal niks tegen. Het enige dat ik kan doen is mezelf af en toe googlen en hopen dat er een ‘verwijder’-knop is ingebouwd op dit soort maffiasites. Bij de site gevonden.cc (geen link, ik gun die ratten echt geen traffic) zit zo’n knop. Of ik even 35 cent wil aftikken voor het verwijderen van mijn eigen gegevens. Nee. Op mails reageren ze niet.

Zijn het parasiterende ratten? Ja, het zijn parasiterende ratten.

Dan bedrijvenstek.nl. Laten we daar eens even flink in duiken. Want het publiceren van zoveel gegevens, dat stinkt gewoon. voorwaaren Hier de ‘Voorwaaren’ (sic). Ik vraag me af hoe ze alinea 3 kunnen verenigen met alinea 1. Ze zeggen dat je de data niet opnieuw mag verspreiden, met een beroep op de databankenwet. Maar zelf mogen ze dus wel rustig overal data vandaan harken en opnieuw verspreiden. Ik klik op de link naar de databankenwet: databankenwet Man, man, man…

Peter Schinkel en het goede doel in een grachtenpand

Wat is bedrijvenstek.nl? Ze staan niet in hun eigen database. Echt waar. Een SIDN’etje leert ons wel wat meer; de domeinnaam is geregistreerd door ene Peter Schinkel. Peter Schinkel Een google van “peter schinkel” +bedrijvenstek levert nagenoeg geen informatie. En Peter, noch bedrijvenstek, staan als zodanig ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Handige jongen. Zie hier het bedrijvenregister ‘KvK’ voor u aan het werk. Maar we komen via de google van Peter Schinkel wel bij een investeringsbedrijf uit, wakibi.

Wakibi biedt de mogelijkheid om kleine leningen aan ondernemende mensen in ontwikkelingslanden te verstrekken.

Wakibi staat wel op bedrijvenstek. Leuk grachtenpandje, pik. Gaat wel lekker he, zo’n ‘goed doel’? [ zie update hieronder ]

Peter Schinkel-bewijs

Maar is dit dezelfde Peter Schinkel? Ik kan het niet bewijzen, want bedrijvenstek.nl opereert volledig geïsoleerd. Er is niets over te vinden. Zo royaal als het is met het verspreiden van gegevens van anderen, zo hermetisch is het over de gegevens van zichzelf. Maar ik ontdek het twitterkanaal van bedrijvenstek. Daar gebeurt niks. Niemand volgt het. Het kanaal zelf volgt een handjevol mediabedrijven, en twee personen. Waaronder ene Peter Schinkel, van Wakibi. Toeval? Kan, zeker, kan. Maar ik denk het niet.

Ik heb deze Peter gevraagd of hij de eigenaar is van bedrijvenstek.nl, want ik wilde er nog wel even het een en ander van weten. Dat is nu drie dagen geleden en er is geen antwoord gekomen. Druk met het opmeten van woonkamers van individuele zzp’ers, denk ik.

Dat geeft niks. Dan gaan we toch lekker even wat gegevens van hem zelf op het internet zetten?

Naam: Peter Schinkel
Website: Bedrijvenstek.nl
E-mail: p.schinkel@wakibi.nl
Mobiel Nummer: 06-51129896
Vaste lijn: 020-7895050
Sociale Media: LinkedIn
Adres: Realengracht 142

Postcode: 1013 KW
Plaats: Amsterdam
KvK nummer: 00005327 7201
Type vestiging: Rechtspersoon
Rechtsvorm: Stichting

Openbare bronnen, mensen!

Peter Schinkel

Maar dit kan toch niet? Klöpt, zou Salamander zeggen.

Fuck dus de Kamer van Koophandel. Je krijgt wegduikvlerken zoals Peter Schinkel, gevonden.cc en nog honderd andere ratten die een slaatje proberen te slaan uit het verspreiden van gegevens die – OH NEE ECHT – P.R.I.V.E. zijn.

Stop de handel van deze overheidsinstantie in privegegevens!

Een bedrijvenregister, prima, maar zullen we dat gewoon bij de Kamer van Koophandel zelf houden? Dank u.

 

UPDATE 12 december:

Peter Schinkel mailde een reactie. Hij biedt zijn excuses aan voor het vermelden van mijn privégegevens. Over bedrijvenstek.nl zegt hij:

Bedrijvenstek is opgezet uit persoonlijke frustratie, in mijn geval na een aanschaf via marktplaats bij een frauduleuze organisatie. Daarvan waren (bleek achteraf) geen daadwerkelijke contactgegevens bekend, dus ook geen mogelijkheid om over een niet geleverde aankoop in contact te komen. Na lang zoeken konden de bewuste gegevens achterhaald worden en Bedrijvenstek is opgezet om dat voor anderen te vergemakkelijken.

En over zichzelf en Wakibi:

Wat betreft je punt over het goede doel in het grachtenpand: Ik deel een huurwoning, zodat ik me op dit moment en afgelopen drie jaar bijna full-time op vrijwillige basis (zonder enige vergoeding) kan inzetten voor ondernemers in ontwikkelingslanden. Wat mij betreft is het dan ook jammer dat door mijn fout bij Bedrijvenstek, en jou aannames over mij, Wakibi nu in een kwaad daglicht gezet wordt. Mocht je hier verder aandacht aan willen besteden dan is dat je goed recht, maar mocht je Wakibi daarbuiten laten dan wordt dat op prijs gesteld.

Waarvan akte.

promotiefabriek – gedramatiseerd

Op de voorkant van de Volkskrant van vandaag ziet u een grafiek met in blauw de ontwikkeling van het aantal dissertaties. In het rood ziet u exact dezelfde ontwikkeling, maar dan gewoon wat dramatischer. En dan we noemen het de ‘promotiefabriek’.

promotiefabriek