Love, Simon

*spoiler alert*

De nieuwe film Love, Simon is een coming of age-drama over de jonge Amerikaanse Simon, dat draait om zijn coming out. Floortje Smit schreef er een lovende recensie over in de Volkskrant en zette in het bijgaande artikel er over dat het lang wachten is geweest op de eerste film over een homotiener van een grote filmstudio. Dat laatste is een belangrijke nuance, want coming of age/ coming out-films zijn er legio gemaakt, maar dus niet door een grote filmmaatschappij. Met een budget van 17 miljoen dollar.

Er is veel over deze film te zeggen, zoals dat het script misschien niet het sterkste punt is van deze film; dat met name in het begin de karakters rechtstreeks uit een instagram story lijken te zijn gelopen; dat je sommigen om alleen die reden al voor hun smoel zou willen stompen; en dat sommige verhaallijnen worden ingeleid, maar niet worden afgemaakt. Zo wordt het zusje van Simon in de eerste scene neergezet als iemand die waanzinnig goed kan koken; informatie waar je verder weinig aan hebt.

Maar de film ontroerde mij. De scenes waarin de vader en de moeder reageren op Simon’s coming out – en dan niet op het zo vaak in beeld gebrachte moment zelf, maar juist de dag er na, of de dag daar weer na – zijn hartverwarmend. Nou heeft Simon ook Arie Boomsma als vader, maar toch. De eindscene – ik zal niet alles spoileren – is op de grens van over the top en ontroerend, maar die greep me toch. Ik zeg het maar gewoon: ik liep hoopvol de bioscoop uit, gelovend in romantiek. Afijn.

Ik ben net als jij
Er is echter één scene die me nu, en dag later, nog helder voor de geest staat. Floortje merkte in de Volkskrant al geheel terecht op hoe belangrijk de eerste zin van deze film is: ‘Ik ben net als jij.’.

De scene waar ik het over heb is wanneer middelbare-schoolleerling Simon soortement droomt van zijn toekomstige leven, als gaystudent, die op zijn kamer een muur vol queer clichés heeft geplakt, die naar buiten loopt, begeleid door Whitney Houstons I Wanna Dance With Somebody.

Het is een fantastische scene. Simon, briljant gespeeld door Nick Robinson, wordt omringd door extatisch dansende jonge mensen met kleren in alle kleuren van de regenboog. Het is extravagant, maar je ziet Simon twijfelend meedoen. Is hij dit? Het is een scene die refereert aan een oneindige reeks gay coming of age drama’s, waarin de hoofdpersoon eindelijk wordt bevrijd van alles wat hem tot dan toe heeft beklemd; de extravagantie kan beginnen, kleuren, glitter, spotlights!

“Maybe not that gay.” zegt Simon als voice over, en de scene stopt.

Dit is voor mij de kern van de film, hoewel het een complexe boodschap is. ‘Net als jij’ kan ook ‘normaal’ suggereren, een term waar homoactivisten allergisch voor zijn, in de betekenis van ‘conformistisch’, en dan dus heteronormatief.

Maar dat is niet wat Simon zegt, als je de rest van de film bekijkt. Simon wil zichzelf zijn. En dat is niet extravagant, flaming of wat dan ook. Het is meer zoals zoveel van zijn leeftijdsgenoten zijn. Als je dat ‘normaal’ noemt en er op neer kijkt, zie je volgens mij iets belangrijks over het hoofd.

Extravagantie
Dit houdt me al een paar jaar bezig. Een van de eerste dingen die ik op mijn blog over de Gay Pride Canal Parade schreef, was niet erg positief. Ik schreef dat ik me er niet in herken, en dat ik niet denk dat extravagantie de homo-emancipatie helpt. Daar ben ik later op terug gekomen: natuurlijk mag dit allemaal bestaan.

Maar de laatste jaren maak ik een derde draai. Ja, het mag allemaal bestaan, maar zit je bij de gay extravagantie (die overigens veel meeromvattend is dan alleen de Canal Parade) niet te kijken naar een psychologisch fenomeen waarvan je je mag afvragen of het voor het individu nu zo goed is. En, met permissie, of dit nastrevenswaardig is voor de jonge homo die nog in de kast zit.

Ik bedoel dat het kan zijn (ik benadruk dat ik speculeer), dat personen die zich jarenlang beklemd hebben gevoeld op gebied van seksualiteit en geaardheid, als coping mechanism kiezen voor extravagantie.

“What doesn’t kill you,
gives you a lot of unhealthy coping mechanisms
and a really dark sense of humor”

 

Ik kan deze gedachte moeilijk onderdrukken wanneer ik drag queens zie. Begrijp me niet verkeerd: iedereen moet lekker doen wat-ie wil, maar het zijn acts. Iemand voelt zich kennelijk beter in een over the top alter ego, doorgaans opgebouwd uit clichés en popcultuurreferenties, dan wanneer we hem of haar zonder de opsmuk zouden zien. Waar heeft dit individu dit voor nodig?

In Love, Simon zit een cliché homo. Een schoolgenoot van Simon is dat cliché, de feminine jongen die een sarcastische levenshouding heeft en commentaar met flijmscherpe afzeikhumor pareert. Deze jongen krijgt het flink te verduren van zijn schoolgenoten. Iets dat in een van de betere scenes van de film pijnlijk duidelijk wordt.

Zelfvertrouwen
Simon is dat alles niet, en ambieert dat ook niet. Niet uit verlegenheid of omdat hij zich onderdrukt voelt; eerder vanuit zelfbewustzijn. Je kan speculeren over of het coming of age-aspect van deze film nou zijn coming out is, of dat juist het (her)vinden van zelfvertrouwen van Simon dat is.

Deze film rekent in dat opzicht ook af met een hoop gay coming of age-films; I Wanna Dance With Somebody is aantrekkelijk en herkenbaar, maar ook uit 1987. Move on.

Kritiek hier op kan zijn: ‘zeg je nou lay low, stel je niet aan, en doe normaal’. Maar dan heb je mij niet goed begrepen, en zal je Love, Simon mijns inziens ook niet goed begrijpen. Met al z’n tekortkomingen heeft deze film een complexere boodschap, die er zeer bewust in is gelegd.

Heeft toch een voordeel, wanneer je bij een grote studio zo’n film kan maken.

Botte & Ype & Paulien en ALLES over de zin van het leven – aflevering 58 van de podcast Eeuw van de Amateur

Wanneer mag je applaudisseren. Jouw podcasthelden buigen zich in deze aflevering over deze en alle andere levensvragen. Het is de hype waard, dat heeft Ype met z’n schoenen aan bedacht. Er werd koffie gedronken, dus het is verlicht, ook al lopen er straks schapen op straat. De chocola doet dan weer niets voor me. Paulien – peterselie – Cornelisse adviseert om met kindness te killen, maar maak het niet te krokant. Ionica en Linda konden zussen zijn. We starten de nieuwe rubriek ‘Canon der Geruststellingen’, maar vooral: wat is dit voor podcast!

Botte & Ype & Linda en ALLES over de grootste handlanger van het patriarchaat – Eeuw van de Amateur podcast aflevering 57

Seks op z’n Duits! Een goed gesprek, met onze gast Linda Duits. Wat leer je van je fouten en kunnen we namen onthouden, of überhaupt mensen herkennen. Meisjes zijn inwisselbaar, zeker als ze Eva of Tessa heten, sorry. De gesel der mensheid. Wat is er met penvrienden gebeurd en komt er een Eeuw van de Amateur-boek? Nu de Eeuw-o-Foon, nog altijd niet bij de nieuwe provider, maar voor we wegfaden luisteren we eerst nog even naar onze vrienden. Podcasttips! Merchandise! Elke interactie is gedoemd te mislukken. Wat kan je doen als je minder werkt, zo vraagt JP van WIE IS DE MOL en JP! Blowen. Of lekker naar een museum. Maar maar maar, zal je zeggen, is dat interessant voor onze vrienden? Luisteren die wel? Hier is aflevering 57, kant A en kant B!

Lonely – vertaalde column voor Omrop Fryslân Radio

Fryslân in The Lonely Planet, op de derde plaats in de top 10 van Europese vakantiebestemmingen. Iets om trots op te zijn. Fryslân, standplaats van de JSF! Fryslân, waar geen enkele Nederlander van kan zeggen welke Waddeneilanden er wel en niet bij horen! Fryslân, waarvan niemand weet hoeveel steden er zijn, behalve dan die anderhalve dag in de winter dat het vriest. Fryslân, met het gigantische toerisme in de zomers, wordt nu ontdekt voor gigantisch toerisme in de zomer. In de winter moet je er niet komen, want dan is er geen hond, waait het zes maanden lang en is alles bruin of grijs.

Maar nu niet. Nu is het er prachtig. Ik ben benieuwd, en surf naar lonelyplanet.com/the-netherlands/friesland. Kom maar op, wat vindt The Lonely Planet het beste dat Fryslân heeft te bieden. De pagina laadt, en ik zie meteen twee opmerkelijke dingen. De grote foto, en de naam van onze provincie, prominent op deze pagina: Friesland.

De provincie heet Fryslân, ook in The Netherlands. Maar goed, niet meteen zeuren. Verder naar die schitterende foto, met een boom op een heideveld. Het zou Appelscha kunnen zijn. Op het randje van Fryslân, maar nog altijd Fryslân.

Ik trek de foto door Google Reversed Photo Search, en de eerste hit met dezelfde foto is de website weekenddesk.nl, onder de kop ‘Kom tot rust in de prachtige natuur van Drenthe.’

Ja, wacht even, Drenthe, prachtig, maar het ging over Fryslân! Meer hits met deze foto: Assen, Coevorden, en zelfs ‘Taiwan China Landscape’. Ze hebben dus geen fotograaf in Fryslân gebeld bij The Lonely Planet. Jammer.

The Lonely Planet gaat verder:  ‘At first, Friesland seems typically Dutch: it’s flat, it’s green and there are plenty of cows (the namesake black-and-white variety).’

Ziet Fryslân er typisch ‘Dutch’ uit? En die zwart-witte koeien zijn niet helemaal naar Fryslân genamesaket. Ze bedoelen waarschijnlijk Fries-Hollands of Holstein-Friesian. Mooi, maar dan moeten we de eer toch delen met de Hollanders en de Duitsers. Bovendien, die koeien die je ziet in de Friese weiden hebben voor het grootste deel Amerikaans bloed. En daar zit ook Fries bloed in, maar het verhaal is wel wat ingewikkelder dan ‘naamgenoot’.

‘But explore a bit and you’ll find its differences. For one, the province has its own language, as you’ll see on road signs.’ Ja! De taal! Leuk dat ze dat er nu uitpikken. Ik ben benieuwd wat er nu komt.

‘Top Experiences’, is het volgende kopje. Als eerste: Leeuwarden. De hoofdstad van Fryslân, al willen Leeuwarders dat niet altijd weten. Die spreken ook geen Fries. Twee: Schiermonnikoog. Ook daar wordt amper Fries gesproken. Drie: Hindeloopen, alweer een plaats waar ze hun eigen taal spreken. Vier: Terschelling… je raadt het al.

Vijf, zes en zeven zijn Ameland, Harlingen en Sneek. Alleen over Harlingen ben ik niet zeker, maar volgens mij wordt in geen van de plaatsen ‘its own langauge’ van ‘the province’ gesproken. Maar goed, we hoeven de bussen ook niet naar Oosterbierum of Dedgum te sturen. Het zal de toeristen ook niet veel uitmaken; de voertaal in alle genoemde plaatsen is al decennia lang Duits.

Dan komen de ‘Top Sights in Friesland’. En daar word ik weer warm van. Het Fries Museum, Princessehof, de Oldehove, Eise Eisinga, het Fries Natuurmuseum… ik woon nu al een tijdje niet meer in Friesland, maar in de tijd dat ik er woonde ben ik van al deze plekken alleen een keer op de Oldehove geweest. En dat was voor Omrop Fryslân, dus uit eigen beweging, nee. Zonde natuurlijk. Ook het wereldberoemde Eise Eisingamuseum heb ik alleen maar bekeken in functie als verslaggever. Ik had toentertijd misschien zelf wel zo’n Lonely Planet kunnen gebruiken.

Hoewel…. de website van The Lonely Planet sluit af met ‘Friesland Activities’. Eerste ‘activity’: ‘Zuiderzeemuseum Enkhuizen including Round-Trip Train Ride from Amsterdam’. That went well…

Maar kom op, het wordt een mooi jaar voor de toeristische sector in Fryslân. Nu hopen op wat mooi weer. En, zoals een vriend van mij deze week zei: “Ik wil nog wel een keer naar Scharnegoutum voordat de Britten het ontdekt hebben.”

Verschenen op 24 mei op Omrop Fryslân Radio in het Fries.

Rekenen – vertaalde column voor Omrop Fryslân Radio

In de week dat de eindexamens weer zijn begonnen, verwonder ik mij over onze vermogens tot rekenen. Twee weken geleden ging mijn stadsfiets kapot, en net op dat moment las ik een artikel over Swapfiets. Nee, dat is niet een wrak geval waarmee je zo op de grond swapt, maar het is een leasefiets. Te herkennen aan de blauwe voorband, en ik zie ze bij bosjes in deze studentenstad.

Studenten, toch het soort mensen waar je qua rekenen wat van mag verwachten. Populair zijn de ‘omafietsen’ van Swap; er is hier zelfs een wachtrij voor, zegt de website. De website vertelt verder dat je nooit langer dan twaalf uur met een kapotte fiets zit, want ze halen, repareren en brengen fietsen. En dat het vijftien euro per maand kost.

Dan gaat het snel in mijn hoofd: dat is 180 euro per jaar. Een beetje tweedehands fiets kost tussen de 100 en 150 euro, legaal dan, voor avonturiers kan het voor nog iets minder, dus na een maand of acht ben je met een eigen tweedehands fiets al goedkoper uit dan met zo’n leasefiets. En ik doe echt wel een paar jaar met zo’n fiets.

En ja, dan kan het natuurlijk voor komen dat je er een keer een nieuwe bel op moet zetten, zelf lampjes moet kopen en misschien eens een keer een band moet plakken. Maar dat zijn de kosten niet, en dat kan meestal ook prima binnen twaalf uur.

Nog een voorbeeld. Gisteren stond in De Volkskrant een stuk over studenten – van diezelfde studenten weer – die in hun huis een wasmachine leasen. Ze zijn met z’n zessen, en betalen ieder 2,40 per maand. Dus ik weer rekenen.

2,40 per persoon per maand, dat is dus 14,40 per maand en dat is 172,80 per jaar (ja, ik gebruik hier een rekenmachine voor, maar daar gaat het niet om). Studeren doe je vier jaar, dus dat is een kleine 700 euro in totaal. En wanneer die vier jaar voorbij zijn, heb je geen wasmachine meer. Voor dat bedrag heb je een heel degelijke nieuwe machine, en voor de helft kan je tweedehands te kust en te keur. ‘Bij een tweedehands via Marktplaats vonden we het risico te groot dat deze snel kapot zou gaan’, zegt studente Michèle.

Voor mij als student was 700 euro, zelfs als het verdeeld was over vier jaar, heel veel geld. Ik vind het nog steeds heel veel geld. En daar komt nog bij dat tweedehands, kapot en wrak synoniem zijn met spullen in studentenhuizen. Kapotte wasmachines horen er bij, dan ga je naar vrienden toe, of je regelt wat anders, het is geen ramp. Of ben ik nu een ouderwetse romanticus?

Intussen geef ik echt wel eens wat meer geld aan iets uit dan noodzakelijk is. Omdat goedkoop in sommige gevallen echt heel duur kan zijn. En die Hollandse obsessie met goedkoop – wat vertellen we graag bij een nieuwe aankoop dat het in de aanbieding was of dat we hebben afgedongen – is ook wel wat ziekelijk. Maar dat leasen bij studenten begrijp ik niet. Ik bedoel: ik heb nog een beurs gekregen, dat is tegenwoordig ook niet meer zo.

Ik twijfel niet zozeer aan de rekenkwaliteiten van onze nieuwe studenten. Maar stel wel vragen bij onze obsessie met zekerheid. Alles moet het altijd doen, er is geen ruimte voor gerommel. Lekke band? Binnen twaalf uur is er een nieuwe fiets voor je geswapt. Wasmachine kapot? Niet jouw zorg. En zelfs een koffiezetapparaat kan je thuis leasen, en dan betaal je volgens de krant 35 cent per kopje, met een minimum van drie kopjes per dag. Even rekenen: minstens 383,25 per jaar. Schrikkeljaren 384,30. En dan moet je geen bezoek krijgen…

Kom op studenten, en examens-makende aankomend studenten! Wat moeten jullie met gloednieuwe Mieles? Denken jullie dat dat echt beter is dan die ‘Vaagtronics’-machine die in mijn studentenhok stond te hobbelen? De leasebedrijven hebben prachtige praatjes over ‘circulaire alternatieven’, ‘duurzaamheid’ en ‘de abonnementseconomie’, als ze tijd hebben tussen het geldtellen door.

En ik stap zo lekker op het circulaire, duurzame alternatief, en het wonder van rekenkracht, dat mijn eigen nieuwe tweedehands rammelbak is.

Botte & Ype & Paulien en ALLES over liedjes die alleen jij leuk vindt – aflevering 56 van de podcast de Eeuw van de Amateur

Noem een nummer dat jij te gek vindt, maar dat verder niemand goed lijkt te vinden. Daar hadden we het de vorige keer over, en dat hebben we geweten. Een flink segment muziek deze keer; zie ook de speciale Spotify-playlist bij deze aflevering ‘Liedjes die alleen – jij – leuk vindt’. Verder natuurlijk weer de Eeuw-o-Foon en de rubriek THEE, tegen heug en meug. Verder belt Tim, vandaar dat we vijf minuten korter zijn. Komt Martijn Rosdorff terug, wanneer voel je je volwassene, hoe werken eenzijdige vriendschappen en wat was je eerste aankoop waar je trots op was. Japan, een dode man, Europa Cinemas, incel, ajeto en een natte fluit!