10 jaar! En waarom dit blog er bijna niet meer was

Op 29 juni 2004 plaatste ik een eerste weblog-achtig bericht op mijn persoonlijke website. Om dat te vieren volgt nu een verhaal over tien jaar online publiceren en hoe een website kan rijpen.

Om uit te leggen waarom deze website bestaat, al tien jaar, moet ik wat vertellen over mijn kindertijd op de boerderij in Friesland. Ik mag graag bouwen. Op de boerderij was een werkplaats, planken, balken en oud ijzer. Het aantal voertuigen, vlotten, luikjes, hutten en andere onzin dat ik heb gefabriekt is eindeloos.

Appel op houtblok (Artist Impression)
Appel op houtblok (Artist Impression)

Uitvinding
Zo heb ik bijvoorbeeld een appelraapmachine gebouwd. De vele fruitbomen op het erf waren een zegen in de zomer, behalve als je het gras wilde maaien. Dan moest je eerst de afgevallen onrijpe en rottende appels en peren oprapen, wat een rotklusje was. Dat loste ik als volgt op.

Van een in onbruik geraakt voertuigje ter grootte van het onderstel van een kinderwagen haalde ik de voorwielen af. De as verving ik door een zo rond mogelijk stuk van een boomstam, doorsnede ongeveer twintig centimeter. In ronde cirkels plaatste ik daar spijkers in, waar ik de kop vanaf haalde ten behoeve van een punt.

Appelraapmachine - uitgevonden door Botte Jellema in 1990 (c)
Appelraapmachine – uitgevonden door Botte Jellema in 1990 (c)

Om je niet verder in verwarring te brengen: de appels bleven aan de punten hangen, een stel houten vingers lichtte ze er weer af, waarna ze in een opvangbak terecht kwamen. Geniaal, al zeg ik het zelf.

Het werkte matig. De pinnen raakten gauw verstrikt in het gras en de appels waren vaak te hard om goed aan de pinnen te blijven hangen. Maar dat hinderde niet: ik had iets uitgevonden, het was nog wat conceptueel, maar als je daar doorheen keek was het toch vrij briljant! Ik gebruik de knutselvaardigheden die ik toen opdeed nog regelmatig.

Spijker in Appel, zoals dat ging bij de Appelraapmachine (Artist Impression)
Spijker in Appel, zoals dat ging bij de Appelraapmachine (Artist Impression)

Later bouwde ik minder, hoewel het knutselen aan bijvoorbeeld mijn gitaarspullen altijd is gebleven. Wat een uitkomst was het internet dan ook! Met HTML kon ik eigen websites bouwen. Na een paar keer te hebben geoefend op sites van anderen, begon ik in 2004 aan een eigen site. Een weblog, zo u wilt.

Internet in 2004
Ik was geen pionier, hoewel de meeste blogs in 2004 van mensen waren die geld verdienden met publiciteit, zoals politici en opiniemakers. Ik was en ben geen van beide. Om een beeld te schetsen van Het Internet in 2004: GeenStijl was een jaar voordien opgericht, maar ook weer verdwenen. Pas in 2006 kreeg het naam.

GeenStijl, exact tien jaar geleden
GeenStijl, exact tien jaar geleden

Nu.nl bestond net vijf jaar. Nederlandse websites zocht je tot voor kort met Ilse, Altavista (voorloper van Google) werd verkocht aan Yahoo! en Google bestond net twee jaar in het Nederlands.

Poep- en pieskleur
Poep- en pieskleur en niet meer werkende plaatjes. En dan ook nog iets anders verwijten dat het zo lelijk is.

Mijn site zag er ongelooflijk slecht uit. Bruin en geel. Ik weet nog dat ik dacht: laat ik voor iets minder contrasterende kleuren kiezen dan zwart en wit, maar het wel minimalistisch houden. Bruin en geel… Enfin. Het eerste blogje is van 29 juni 2004, nu exact tien jaar geleden. Ik had er een fotootje bij uit mijn eerste telefoon met ingebouwde camera met exact 0,1 megapixel. We zijn op veel fronten aardig opgeschoten.

Een foto van station Hilversum Noord, waar ik toentertijd veel kwam. Eerste ‘foto’ op deze site.

Ik had aan het bouwen erg veel lol. Inhoudelijk was ik duidelijk nog op zoek naar wat ik wilde. Het belangrijkste: het bouwen van het weblog zelf.

Maar ik lees tot mijn vreugde op de eerste pagina ook al meteen iets waar ik nog altijd plezier in heb: het vastleggen van iets bijzonders dat ik hoor, zie of bedenk. Zo simpel is het. Op 15 augustus 2004 keek ik kennelijk naar ‘Zomergasten’, met Maarten Toonder. Die had een filmpje laten zien, ik weet niet meer wat, dat overduidelijk te lage cultuur was voor interviewer Joost Zwagerman. Toonder repliceerde:

Het is niet slecht. Het appelleert aan iets dat u geen barst interesseert.

Dat gebruik ik nog regelmatig.

Vorm en inhoud
Even de technische geschiedenis van de site: na een jaar html-en ging ik over op ‘Greymatter’, een Content Management Systeem (CMS). De site zag er daardoor een stuk beter uit, en was eenvoudiger bij te werken. Een paar jaar later maakte ik de overstap naar WordPress, waar de site nog steeds op draait. De content van de Greymatter-jaren kon worden geconverteerd, dus dat is in de archieven van de site soepel terug te vinden. WordPress kan de content in verschillende lay outs weergeven. Ik hou van prutsen en daarom verandert dat bij mij nogal eens.

Infographic Content Management Systemen van bottejellema.nl
Infographic van de Content Management Systemen van bottejellema.nl

Momenteel draait het thema ‘Twenty Fourteen’. Naar tevredenheid, ondermeer door de compatibiliteit met verschillende mobiele platforms. Druk deze site maar eens plat, met het rechterkader van je browser.

Ook inhoudelijk is er veel veranderd. En ik heb verschillende keren overwogen om er helemaal mee op te houden. Het laat zich illustreren door een recent voorval.

Misstanden
Maandagavond deed ik een observatie die ik tien jaar geleden sowieso meteen op mijn site had gezet, en nu niet. Het gaat om het volgende.

Ik wandelde rond een uur of twaalf langs het kruispunt van de Plantage Middenlaan en de Plantage Kerklaan, vlakbij de ingang van Artis. Er stopte een donkere sedan, halverwege het kruispunt. Een jongeman stapte snel uit, griste twee grote borden uit de achterbak, pakte vier tiewraps en monteerde fluks de borden om de paal van een verkeerslicht. Prominent was de aankondiging van een dansfeest te zien (al werd ik niet wijs uit de namen van de dj’s en andere onbegrijpelijke termen uit die wereld). Het zag er niet erg officieel uit.

De volgende ochtend was het bord alweer verwijderd.
De volgende ochtend was het bord alweer verwijderd. Dus daar is dan niks meer van te zien…

De volgende ochtend was het bord alweer verwijderd.

Redenen om er wel over te berichten: het is malafide en raar. Ik had er een foto van kunnen maken en het kenteken op kunnen schrijven. Dan had ik een MISSTAND aan de kaak gesteld, journalist die ik me d’r ben.

Redenen om er niet over te berichten: het is een futiel incident, het maakt mij een snobistische zeikerd en ik heb wel wat beters te doen, zoals slapen.

Het laatste won. Dat is een belangrijke verandering geweest ten opzichte van tien jaar geleden. Toen had ik er zeker melding van gemaakt op mijn site. Omdat ‘we’ toen bezig waren om de hele wereld op internet te zetten.

Mijn grootste ‘hit’ als journalist op internet is een auto-ongeluk op de A1 waar ik stomtoevallig getuige van was, en waar ik stomtoevallig foto’s van kon maken. Welkom, 6000 websitebezoekers en twitteraars. Voor één dag. Tot zo ver die tak van ‘nieuwe journalistiek’. Mooi voor het collectief, maar je kan er geen carrière op bouwen.

In zekere zin zijn we nog steeds bezig de hele wereld op het internet te zetten (google streetview, facebook en het viva-forum), maar het begint wat sneu te worden. Ik heb genoeg foto’s van katten gezien, geloof het wel van het filmpje met THIS GUY WAS JUST WALKING AND WHAT HAPPENS NEXT WIL BLOW YOUR MIND en ga niet een review van mijn stofzuiger schrijven op het internet, omdat het kan. Het is teveel aan het worden en ik heb er geen zin meer in.

Stofzuiger - door mij nooit gerecenseerd op Het Internet.
Stofzuiger – door mij nooit gerecenseerd op Het Internet.

Lange tijd schreef ik hier verslagen van concerten en voorstellingen die ik bezocht, maar ook daar ben ik ook mee opgehouden. Wat doet het er toe.

Crisis
Digitale existentiële crisis, zegt u? Ja. Die duurde bij mij van 2009 tot 2012, om precies te zijn. 2008 was het jaar dat ik toetrad tot Facebook en 2009 het jaar dat ik begon met Twitter. Zou ik het dansfeestbordschandaal tot voordien op mijn site zetten, en vanaf toen kwam het sowieso op Facebook en Twitter.

Alles zette ik daar op. Tot vervelens aan toe zat ik er te zeuren over hoe mijn talent miskend werd, hoe anderen hun werk slecht deden en hoe asociaal de mensen om mij heen eigenlijk wel niet waren. Ik richtte op Facebook groepen in van vrienden en waakte als een wolf over wie wat wel een niet mocht lezen. Als dat mis ging was het meteen ruzie. Twitter was nog het gevaarlijkst, want daar kan je helemaal uit de heup schieten. Veel sneller dan op m’n site, met (al gauw) nog meer publiek ook. Plus dat ze reageerden; nou, dat gebeurde nauwelijks op mijn site.

Het was best een beetje verslavend, maar na een paar jaar zag ik mijn site verschrompelen tot wat aankondigingen van mijn werk en een enkel essaytje dat te lang was voor Facebook en Twitter. Bovendien gingen die twee een belangrijk deel van mijn aandacht opeisen. Ik kwam niet eens meer aan mijn eigen site toe.

Om mij heen zag ik bij andere bloggers exact hetzelfde gebeuren. Matijn postte maanden lang niks meer, maar was superactief op Facebook en Twitter. MannetjeVanDeRadio stopte er helemaal mee en bij andere enthousiast begonnen weblogs verscheen de ene na de andere post met ‘Ik heb hier al een tijd niets geschreven…’. Om dan maanden te blijven staan. Facebook was winnende. Dat leek bij mij ook te gebeuren.

weblog +"tijd niets geschreven"
weblog +”tijd niets geschreven” – 12.400 resultaten

Bovendien worstelde ik enorm met wie wat mocht zien. Mogen mijn tweets worden doorgestuurd naar Facebook (NEE, zei een goede vriend, dan lees ik alles DUBBEL, en hij verborg mijn tijdlijn)? Welke tweets mogen naar LinkedIn? Wat mag publiek zichtbaar zijn op Facebook en hoe geheim blijft de rest? Wat is privé? En wat zet ik van dat alles uiteindelijk op mijn website? Ik maakte een stroomschema met wat waar mocht komen en wat er automatisch doorgeplaatst mag worden, tot op het punt dat ik het zelf ook niet meer begreep.

Alles openbaar
In 2012 was ik het zat. Ik besloot dat alles op Facebook openbaar moest worden en dat er geen onderscheid meer komt tussen de verschillende media. Ik richte ‘hootsuite’ in. Wat ik daar op zet, gaat automatisch naar Facebook, Twitter, Google+ en LinkedIn. ALLES werd publiek.

Facebook levert het bewijs dat 'stomme vragen' wel degelijk bestaan.
Facebook levert het bewijs dat ‘stomme vragen’ wel degelijk bestaan.

De reden is simpel. De discussie over privacy werd naar grote hoogtes opgestuwd en ik kwam maar tot één conclusie:

What happens on the internet, stays on the internet.

Dat is een om- en verdraaiing van het oude gezegde ‘What happens in Las Vegas, stays in Las Vegas’. Dat betekent (betekende) dat wat er in Las Vegas gebeurde, nooit naar buiten zou komen. Op het internet is het precies omgekeerd: als er eenmaal iets op internet staat, blijft het tot het einde van het internet er op staan.

Het is waar, want iemand heeft er een t-shirt van.
Het is waar, want iemand heeft er een t-shirt van.

Mijn conclusie: zet geen dingen op internet waarvan je niet wil dat anderen het ooit zien. Dan ben je in een klap van alle privacyzorgen af (internetbankieren en DigiD etc daar gelaten, maar dat is HUN probleem en moet dat vooral blijven).

Ik ben twee avonden lang bezig geweest om ALLE posts van Facebook te verwijderen. Je vindt niks meer in mijn tijdlijn, vriend of niet, behalve algemeenheden of zaken die sowieso publiek zijn. Het luchtte behoorlijk op.

Broadcast
Het was ook het resultaat van een analyse van mijn communicatiegedrag (en dat van velen met mij). Het komt er eenvoudig op neer dat je in een kleine kring met goede bekenden veel eerlijker en directer bent dan je kan zijn in een grotere kring. Bijvoorbeeld onder ‘vrienden’ op Facebook. Of ‘goede vrienden’.  Of ‘familie’ – oh, Facebook is zo behulpzaam om je in een digitale crisis te storten.

‘Broadcast’ – publiekelijke publiceren – was tot een jaar of twintig geleden exclusief voorbehouden aan een kleine club krantenschrijvers en omroepmedewerkers. Dat nu iedereen ‘broadcaster’ kan zijn met een twitteraccount, is kennelijk nog ingewikkeld. Het kan je aardig in de problemen brengen (zoek mijn Lowlands-akkefietje maar eens op, op deze site, en nee, ik link niet).

Dus als alles op mijn facebookaccount openbaar wordt, dan ben ik aan het broadcasten en dientengevolge bedien ik een groter publiek. Dan moet ik ook meer uitkijken met wat ik er op zet en hoe. Ik hou me dus in. Privacyprobleem (goeddeels) opgelost.

Jammer? Spreek voor smeuïge verhalen maar met me af. Of bel. Of Whatsapp me… maar geen tweet, dankuwel.

Hoe verder met de site
Maar dan bleef het probleem van mijn website: wat wil ik daar mee. Waarom heb ik het. Ik verdien er geen cent mee, het levert me niet of nauwelijks klussen op en het wordt slecht gelezen. Your average weblog, zo u wil.

Toen kwam ik terug bij mijn appelraapmachine. Alles behalve perfect, functioneel belabberd en niet erg interessant voor het grote publiek. Maar ik vind het leuk om het te bouwen. Het is mijn bouwsel. Ik steek er belachelijk veel tijd in, omdat ik het leuk vind. Ik bouw er verhaaltjes, zoals dit.

Ik vind mijn site rijper dan ooit. Het zeurt minder, het bevat wekelijks een aantal nieuwe verhalen, het is een persoonlijk archief en is een weerslag van waar ik me mee bezig houd. Misschien interesseert het weinig mensen, maar het is wel mijn manier om gedachten te ordenen.

Als het niet briljant is, is het wel honderd procent van mij. Het is mijn website, al tien jaar, en jij mag komen kijken.

Een appelraapmachine uit de 19de eeuw. Als de appels rijp zijn, worden de van de bomen geschud en geraapt. Voor dat rapen blijkt de mens intensief te zijn. In het verleden werden speciale karretjes gemaakt met een soort grote rol met “spiekers” de appels opraapten en in de bak van het karretje lieten vallen. Scheelde veel bukken en gemak dient de mens. (http://ma-deuxieme-vie.com/frankrijk/31/374/0/culinair-cider)
Een appelraapmachine uit de 19de eeuw, in een Frans Cider-museum. “Als de appels rijp zijn, worden de van de bomen geschud en geraapt. Voor dat rapen blijkt de mens intensief te zijn. In het verleden werden speciale karretjes gemaakt met een soort grote rol met “spiekers” de appels opraapten en in de bak van het karretje lieten vallen. Scheelde veel bukken en gemak dient de mens.” (http://ma-deuxieme-vie.com)

Holocaustmonument Wertheimpark

Er komt zo goed als zeker een nieuw holocaustmonument in Amsterdam, in het Wertheimpark. Daar ligt nu nog alleen het Spiegel-monument “Nooit meer Auschwitz”, van Jan Wolkers.

NOS

Het Wertheimpark is bij mij om de hoek. Het is een klein, maar erg fijn parkje. Het was me eerlijk gezegd ontgaan, maar gisteravond in het NOS Journaal hoorde ik van de plannen met dit park. Een derde er van moet wijken voor een nieuw holocaustmonument.

Een gigantisch bouwwerk van hoge zwarte muren wordt er in gezet, ontworpen door de maker van het holocaustmonument in Berlijn. Op de muren komen 102.000 namen van Nederlandse Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Drie dingen storen mij hier aan.
1. Jacques Grishaver van het Auschwitz Comité zegt in het journaal dat het Auschwitz-monument van Jan Wolkers, dat nu in het park staat, abstract is. Mijns inziens laten de woorden ‘NOOIT MEER AUSCHWITZ’ weinig ruimte voor abstractie. Ze zijn in ieder geval niet abstracter dan een haarspeldbochtmurendoolhof met 102.000 namen er op.
2. Op de site van het initiatief, die vooral is ingericht om geld binnen te halen, staat ‘Er is in Nederland geen monument met de namen van alle Nederlandse slachtoffers van de holocaust’. Mijns inziens is dat een kwestie van perspectief. Want honderd meter bij het Wertheimpark vandaan staat de Hollandse Schouwburg. Daar is een namenwand. Tamelijk indrukwekkend, kan ik uit eigen ervaring vertellen. Het is niet een plek waar je onbestemde selfies gaat maken, zoals dat bijvoorbeeld in Berlijn wel voortdurend gebeurt. Het is een muur met familienamen, 6.700 om precies te zijn. Daarnaast heeft de Hollandse Schouwburg een uitstekende expositie over de holocaust in Amsterdam en bovendien een digitaal monument, met alle namen van holocaustslachtoffers. Dat zijn er bij de Hollandse Schouwburg overigens 104.000.

Dat alles bij elkaar maakt het in mijn ogen een beetje onzinnig om zo’n bombastisch monument neer te zetten. De holocaust was niet bombastisch. Die was een geniepige, huiveringwekkende sluipmoordenaar, weet ik van de expositie in de Hollandse Schouwburg.

En zo kom ik bij het derde dat mij hier aan stoort. Als je het met een AUSCHWITZ COMITÉ en een officiële ARCHITECT en een item op het NOS JOURNAAL brengt, dan ram je zoiets in het schuldbewuste Amsterdam er zo doorheen. Ik vermoed dat de controverse die bestaat over het holocaustmonument in Berlijn niet erg is doorgedrongen tot de beslissers. En als dat wel zo is, dan durven ze er uit angst om voor nazi of anti-semiet versleten te worden waarschijnlijk niet naar te handelen.

Terwijl, het is altijd uitkijken met monumenten. Volgens mij heeft Wolkers het aardig begrepen, en kan je dat het beste zo laten. Geef dat geld asjeblieft aan de Hollandse Schouwburg.

UPDATE: Schimmig besluit rond omstreden Auschwitzmonument (Het Parool)