De brief van Schiphol aan omwonenden is een onberispelijk meesterwerk van moderne public stakeholders communication

Ik blijk een van de uitverkorenen te zijn, die van het grote Schiphol (in de top tien van grootste luchthavens ter wereld) een brief mocht ontvangen. Van Birgit! In de vijftien jaar dat ik in Amsterdam woon, is dat nog nooit gebeurd. Mijn inschatting is dat meer mensen ‘m hebben gekregen, misschien wel een miljoen, dus het is een belangrijke brief. Zeker als je iets weet van de discussie over de groeiwensen van het bedrijf, de overlast die omwonenden (meestal niet-Amsterdam) er van hebben, en dat het bedrijf voor een belangrijk deel in handen is van de staat en de Gemeente Amsterdam.

Een analyse.

Stop. Bij het eerste woord al. ‘Jaarlijks’ heeft iets geruststellends; een verjaardag, Hemelvaartsdag en Valentijn zijn jaarlijks; niks aan de hand. Niet ongerust worden dat er ineens na vijftien jaar een brief van Schiphol in je bus zit. Een goed moment om deze brief dus terzijde te leggen. Het water is er per slot van rekening ook wel jaarlijks een keer af. Hoe erg kan het zijn.

Nog meer geruststelling. Dat onderhoud essentieel is om de veiligheid en onverwachte storingen te voorkomen geldt ook voor een pannenset. En als we dat al niet begrijpen, dan hadden we toch op z’n minst de moeite kunnen doen om in de media te lezen over taxibanen van Schiphol; wie heeft er niet een google news alert op!

Birgit laat er geen gras over groeien; het begint overmorgen al. Ik heb persoonlijk geen flauw idee welke baan de Zwanenburgbaan is, maar aangezien ik deze brief krijg, is het waarschijnlijk mijn lievelingsbaan, qua minste hoeveelheid overlast als-ie gewoon in gebruik is. Anders zou ik deze brief niet krijgen. Toch eens op een kaartje opzoeken welke baan het is.

Verder goed om te lezen dat de baanverlichting van Schiphol LED wordt. Goed dat die lampjes straks nog maar 0,0003% van de uitstoot veroorzaken die een 747 heeft als-ie even hoest.

Het kan leiden tot meer of juist minder geluidsoverlast! Wie zal het zeggen? De wedkantoren zijn geopend.

Ik ben verliefd op het woordje ‘juist’ in die zin – briljant. Birgit had het weg kunnen laten, en dan had de zin exact hetzelfde betekend. Maar door het woordje ‘juist’ wordt de waarschijnlijkheid van de ‘minder’-optie groter. Juridisch niet natuurlijk, maar gevoelsmatig wel. Communicatieparel!

Hoe zou Schiphol nu ook kunnen weten of deze werkzaamheden tot meer of minder overlast voor omwonenden leidt – vliegtuigen, decibellen, geluidscontouren, het is allemaal ingewikkeld jargon waar je het publiek natuurlijk niet mee moet lastig vallen.

Oh.

GeLuIdSpReFeReNtIeEl BaAnGeBrUiKsYsTeEm!

Ongelooflijk – Birgit geeft ons een uniek inkijkje in de inner workings van de kern van Schiphols bedrijfsysteem. Het is net zo interessant als hoe ik mijn auto parkeer, volgens mijn eigen afstandspreferentieel parkeervakgebruiksysteem.

Ze doen echt hun best om zo min mogelijk hinder op te leveren.

Maar er moeten natuurlijk wel gewoon vliegtuigen landen.

Mocht uit de voorgaande alinea’s op een of andere manier toch de vraag zijn gerezen of wij als omwonenden overlast zouden kunnen ervaren vanwege de verbouwing, en mochten we ondanks alles door hebben gelezen, dan is deze alinea de schop waarmee je helemaal tegen de grond wordt gewerkt. Schiphol schetst hier een black box, niet bedoeld voor het publiek om te doorgronden, waardoor het volgende gesprek tussen twee buurvrouwen over de heg kan plaatsvinden:

“Hey buurvrouw, wat maken de vliegtuigen een lawaai vanochtend he?”

“Haai, ja dat komt doordat Schiphol de start- en landingsbanen volgens een geluidspreferentieel baangebruiksysteem inzet, waarbij ze de voorkeur geven aan banen die de minste hinder opleveren en vliegbewegingen over dichtbevolkte gebieden zoveel mogelijk vermijden, wat ze doen volgens een vaste voorkeursvolgorde, ook wel de preferentievolgorde genaamd.”

“…”

Het tweede zinnetje, ‘zo’n 200 vliegbewegingen per dag zich verplaatsen’. Het argeloze ‘zo’n’; hoeveel is 200 nou eigenlijk echt; en ‘zich verplaatsen’ alsof ze een eigen wil hebben. Schitterend. IJs en weder dienende.

Zo niet vergeten even te googlen waar welke baan ook weer ligt.

“Zeer uitzonderlijk”. Het is bijna niet voor te stellen dat het gebeurt, maar toch heeft Schiphol maar even met de gemeente Aalsmeer en bewonersverenigingen om tafel gezeten om hierover keiharde afspraken te maken.

Ook hier weer de vaagheid: ‘verwachten’ dat het 1 of 2 nachten zal zijn, dus een marge van 100%. Wie zal het zeggen.

Het magistrale planningssysteem van de werkzaamheden heeft voorzien in iets dat vergelijkbaar is met lampen in je badkamer plaatsen op het moment dat je de badkamer verbouwt. Birgit zet het er maar even bij, zodat we niet denken dat ze hier niet aan hebben gedacht, voor ons. Ze doen het voor ons, dat realiseren we ons des te meer als onze zomervliegvakantie op het spel wordt gezet!

Birgit heeft wensen ‘meegenomen’ bij het opstellen van de plannen. Mooi. Er blijken wensen te zijn geweest, geen eisen. En ze zijn meegenomen, niet ingewilligd. Feitelijk kan alles wat gezegd is aan de kant zijn geschoven, maar dat gevoel krijg je niet.

Mochten we toch nog twijfels hebben, Birgit heeft het aan papa (de grootaandeelhouder) gevraagd en die vond het goed, hoor!

Ja, ik rond het af. Birgit heeft er keurig bij gezet waar haar kerkhof voor klachten precies ligt, en het logo van BAS kreeg zelfs ruimte in de brief. BAS door het dolle heen natuurlijk. Had ook een kaartje met waar welke baan precies ligt kunnen staan, maar hey.

Ohja, dat banenstelsel van Schiphol. En nog meer baanpreferentievolgorde! Kijk, we weten niet hoe het af gaat lopen met deze werkzaamheden, want deze brief zegt letterlijk niks over wat we kunnen verwachten. Maar omdat dit de eerste brief ever is van Schiphol hierover, zou het mij niets verbazen als dit het scenario is – maar het is pure speculatie:

Waarschijnlijk valt het wel mee, al zullen er een aantal mensen best wel overlast ervaren. Aan het eind van deze werkzaamheden, dus zo’n beetje begin mei, krijgen we nog een brief. Veel mensen zullen zich dan deze eerste brief herinneren, en dan denken: ohja, hey, niks van gemerkt, dat doen ze toch goed bij Schiphol.

En daarna kan ergens volgend jaar ongehinderd groot onderhoud beginnen, waartegen dan niemand in verweer zal komen, want het viel de vorige keer immers zo mee. Ik bedoel: dit gaat over alleen de Zwanenburgbaan – wherever that might be – en ze hebben er nog vijf. Ja, ik weet het niet, maar als omwonende van Schiphol word je natuurlijk wel eens een beetje sceptisch.

Mij rest niets meer dan Birgit te bedanken voor deze parel van een brief, waar waarschijnlijk nog wel een paar communicatiestudenten op kunnen afstuderen. Ik wens iedereen veel Zwanenburgbaanpreferentieplezier toe!

Klootzakken van de kerk

Ik was voor mijn werk bij de opening van de tentoonstelling ‘Alle Rembrandts’, in het Rijksmuseum. Ze exposeren zo’n driehonderd tekeningen van Rembrandt, en alle 22 schilderijen die daar in beheer zijn. 

Er hangt een piepklein etsje tussen; je ziet een getekend graanveld waarin een stelletje ligt te krikken. Een meisje met een melkkan – melkmeisjes waren van lichte zeden, zo preekt het bijschrift – en een man in een pij. Ja, een Katholieke monnik. 

Kennelijk was dit zo’n vierhonderd jaar geleden gewoon bekend, en wel zo bekend dat Rembrandt van Rijn het probleemloos even tekende. En niet weggooide.

Deze week verschijnt in Nederland een boek van Frédéric Martel, die zich vier jaar onderdompelde in de wereld van het Vaticaan. Zijn conclusie is dat zo’n 80 procent van de kardinalen, bisschoppen en andere kerkbestuurders homo is. Zo’n boek dat ik eigenlijk wel wil lezen. Het beslaat ruim zeshonderd pagina’s. Ik weet niet of ik zoveel tijd wil besteden aan die klootzakken van de kerk.

– Maar Botte, wat een taal!

Ja. Schrijver Martel is socioloog en schetst, volgens de nieuwsberichten, een sluitend systeem van wereldwijde homohaat, in alle vormen. Een vicieuze cirkel van de hel. De ‘geestelijken’ zijn homo, maar mogen dat van de kerk niet zijn. Ze hebben een dubbelleven en gaan zich daarin te buiten aan escorts, drugs en jonge jongens. Om dat voor anderen, maar ook voor zichzelf, te verhullen, strijden ze des te harder tegen homoseksualiteit. 

Zoveel schade. Zoveel ellende. En waarom.

Het gaat nog verder. Ze spreken zich ook stellig uit tegen het condoomgebruik, een uitstekend middel in de strijd tegen de HIV-epidemie; één van hen bestond het zelfs om de dwaze uitspraak te doen dat HIV door een condoom heen kan komen. Gebruik het daarom niet… Hoeveel doden deze klootzak op zijn geweten heeft, weet alleen ‘de baas van de paus’, zoals Bert Wagendorp vanochtend treffend schreef in zijn column in de Volkskrant.

De schaal van de cognitieve dissonantie is bijna niet te bevatten, als je de geschatte percentages van homo’s in de Katholieke kerk ziet, en weet hoe groot dat instituut is. De verwerping van homoseksualiteit door die kerk richt onnoemlijk grote schade aan over de hele wereld. Elke homoman, en zelfs elke heteroman, en iedereen die zich elders in het gender- en geaardheidsspectrum bevindt, kerkelijk of niet, wordt hierdoor geraakt. 

Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe men over vierhonderd jaar hier op terug kijkt.

Het gif van de Nashville-verklaring

Vertaalde column, zoals uitgesproken op Omrop Fryslân Radio op donderdag 10 januari

Orlando Bottenbley en Kees Postma zijn twee voorgangers uit Fryslân, die hun handtekening hebben gezet onder de Nashville-verklaring. Ze zijn in het gezelschap van zo’n tweehonderd Nederlandse collega’s, en ook van Kees van der Staaij, fractievoorzitter van de SGP in de Tweede kamer. Zijn SGP-collega uit de Eerste Kamer, Diederik van Dijk, heeft ook zijn handtekening gezet.

Het is onzeker of de SGP in Fryslân meedoet aan de statenverkiezingen op 20 maart. Maar van mij mogen ze het laten. Want de statenleden kiezen de leden van de Eerste Kamer, en dat is dus onder andere die SGP’er Diederik van Dijk.

‘Maar Botte,’ zo kun je nu denken, ‘die Nashville-verklaring is toch maar een bespottelijke prutstekst; heb het er maar niet over.’ Zeker, je hebt een heel goed punt, en ik heb mijn mond er ook over gehouden, de hele vorige week. Want toen was dit verhaal namelijk al bekend. Maar toen zei de Nederlandse initiatiefnemer, Piet de Vries, verbonden aan de Vrije Universiteit, in het Algemeen Dagblad:

‘Toen de nazi-ideologie zich opdrong, zwegen de kerken. Nu dringt de genderideologie zich op en zwijgen de kerken weer te vaak’.

En dan verandert mijn bloed in karnemelk.

Kijk, het is echt een gedrocht van een tekst, die waardeloos is vertaald. Met wat retorische trucjes, zoals de repetitie van de woorden ‘WIJ BEVESTIGEN’ en ‘WIJ ONTKENNEN’, zodat het nog wat lijkt. Scherp is de tekst wel in juridische zin. Want er staat eigenlijk niks in dat direct in strijd is met de wet. Het is vooral met veel omhaal van woorden dat iets zonde is, of dat de heere in andere bedoeling heeft en dat iets onrein is.

Er wordt bijvoorbeeld gesteld dat homo of transgender zijn een keuze is. Dat soort achterlijke gedachten slaat gezinnen uit elkaar en zorgt voor voor veel leed en psychische schade. De geest van dit document is giftig. Giftiger dan de appel die Eva uit de Hof van Eden haalde. En nee, het is geen nieuws, maar altijd als zoiets ergens weer staat, dan doet het mij pijn.

Ik ben homo. Ik ben academicus, en ik heb het geloof van mij afgeworpen. Maar dat betekent niet dat de woorden mij niet meer raken. Omdat ik wel een jongen ben geweest in een gereformeerde Friese kerk. En ik moet denken aan de jongens en meiden, en aan hen die daar geen keuze in maken, van nu, die niet precies weten wat ze aanmoeten met hun gevoelens. Gevoelens die niet stroken met wat deze mannen menen te weten. En die dan het duivelse gif van de Nashville-verklaring onder ogen krijgen.

Zonde, onrein, niet volgens de bedoelingen van het opperwezen, en alle veroordelingen van de medemensen – hoe ga je dan denken over jezelf, als jonge vent of meid en wat daar tussen zit. En oh nee, ze zijn niet zielig. Ze hoeven niet te worden gered. Ze zijn sterk als iedereen. Zolang de mannenbroeders ze niet psychisch mishandelen.

Waar bemoeien mannen als Bottenbley en Postma, en Van der Staaij, en, straks mogelijk mede in Friese opdracht, Van Dijk zich in vredesnaam mee? Heb uw naasten lief, oh ja, ik ben echt niet vergeten wat Jezus heeft gezegd! Niet: ‘heb gelijkgestemden lief, desnoods ten koste van anderen, in een poging om in de hemel te komen’. En daarmee een vijandige wereld scheppend voor iedereen die wel vragen durft te stellen; een wereld waarin het eeuwig een kwestie is of de naaste je liefheeft of je ‘ONTKENT’. Of erger.

Wie denken de Nashville-mannen, oh ja, weer eens allemaal mannen, in vredesnaam we niet helemaal dat ze zijn, om zich te bemoeien met gevoelens van liefde in een document dat bol staat van de zuivere haat. Haat voor homo’s, transgenders, en voor mensen die niet in het vakje man of vrouw passen. Het is geen rocket science dat sommigen gewoon niet man of vrouw zijn, dat sommigen niet hetero zijn; het is biologie, natuur, je weet wel, dat wat jullie god zogenaamd gemaakt heeft. Dat deze mannen dit niet met hun domme kop kunnen verwerken, en leven met Middeleeuwse dogma’s, zegt vooral heel veel over hen. Bottenbley, Postma en die hele SGP, verdienen geen enkele steun van weldenkende mensen.

We hoeven geen giftige, oordelende, gezamenlijke verklaring over de zogenaamde bijbelse seksualiteit. We hoeven alleen maar nieuwsgierigheid en liefde. Dát, moeten ‘WIJ BEVESTIGEN’.

Nieuwe korte documentaire in RadioDoc over XTC

Hier vind je uitgebreide achtergrondinformatie, een toelichting op wat er in de documentaire wordt gezegd en bronverwijzingen: XTC – de ongemakkelijke achterkant van het feestpilletje

De Politieacademie schreef een rapport waarin stond dat de wereldwijde omzet van in Nederland geproduceerde synthetische drugs in 2017 minstens 18,9 miljard euro is geweest. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid reageerde op dat rapport met twee dingen. Ten eerste trok hij 100 miljoen euro uit voor opsporing en bestrijding, en ten tweede deed hij een moreel appèl op de gebruikers van XTC.

Eeuw van de Amateur meets EditieNL!

EditieNL kwam bij ons langs, en we werden geïnterviewd door Eise en zijn cameraman Emiel. Alles in het kader van de Dutch Podcast Awards, waarvan de uitreiking deze avond is (maandag 3 september). Je ziet het item dus in de aflevering van deze dag, maar je hoort ook ons gesprek met Eise in deze podcast.

En! Spreek je vraag in voor de aflevering 63 waarin Aaf Brandt Corstius te gast is! Bel de Eeuw-o-Foon op 06 1990 68 71. Gaan wij verder met duimen voor vanavond…

Hannah Gadsby – Nanette

Gisteravond keek ik de registratie van de show ‘Nanette‘ van de Australische Hannah Gadsby op Netflix. Een absolute aanrader. Maar verwacht niet teveel comedy.

Gadsby vertelt haar persoonlijke verhaal; haar heel persoonlijke verhaal. Ik vond het een van de meest rake uitwerkingen van waar de laatste jaren (ook door mij) veel over wordt geschreven, zoals bijvoorbeeld in het inmiddels iconische artikel ‘The Epidemic of Gay Loneliness‘ (Huffington Post).

Het vergif van de verborgen homofobie, en de unhealthy coping mechanisms. Bij deze post vier screenshots, die wat mij betreft de centrale boodschap samenvatten. Ze vertelt veel meer, en het is iets waarvan ik zou willen dat het op middelbare scholen zou worden vertoond. Ook omdat de verpakking – comedy – zich op een onverwachte (omgekeerde) manier uitstekend leent voor deze complexe boodschap.

Beeld: Hannah Gadsby in haar show ‘Nanette’, registratie op Netflix

Love, Simon

*spoiler alert*

De nieuwe film Love, Simon is een coming of age-drama over de jonge Amerikaanse Simon, dat draait om zijn coming out. Floortje Smit schreef er een lovende recensie over in de Volkskrant en zette in het bijgaande artikel er over dat het lang wachten is geweest op de eerste film over een homotiener van een grote filmstudio. Dat laatste is een belangrijke nuance, want coming of age/ coming out-films zijn er legio gemaakt, maar dus niet door een grote filmmaatschappij. Met een budget van 17 miljoen dollar.

Er is veel over deze film te zeggen, zoals dat het script misschien niet het sterkste punt is van deze film; dat met name in het begin de karakters rechtstreeks uit een instagram story lijken te zijn gelopen; dat je sommigen om alleen die reden al voor hun smoel zou willen stompen; en dat sommige verhaallijnen worden ingeleid, maar niet worden afgemaakt. Zo wordt het zusje van Simon in de eerste scene neergezet als iemand die waanzinnig goed kan koken; informatie waar je verder weinig aan hebt.

Maar de film ontroerde mij. De scenes waarin de vader en de moeder reageren op Simon’s coming out – en dan niet op het zo vaak in beeld gebrachte moment zelf, maar juist de dag er na, of de dag daar weer na – zijn hartverwarmend. Nou heeft Simon ook Arie Boomsma als vader, maar toch. De eindscene – ik zal niet alles spoileren – is op de grens van over the top en ontroerend, maar die greep me toch. Ik zeg het maar gewoon: ik liep hoopvol de bioscoop uit, gelovend in romantiek. Afijn.

Ik ben net als jij
Er is echter één scene die me nu, en dag later, nog helder voor de geest staat. Floortje merkte in de Volkskrant al geheel terecht op hoe belangrijk de eerste zin van deze film is: ‘Ik ben net als jij.’.

De scene waar ik het over heb is wanneer middelbare-schoolleerling Simon soortement droomt van zijn toekomstige leven, als gaystudent, die op zijn kamer een muur vol queer clichés heeft geplakt, die naar buiten loopt, begeleid door Whitney Houstons I Wanna Dance With Somebody.

Het is een fantastische scene. Simon, briljant gespeeld door Nick Robinson, wordt omringd door extatisch dansende jonge mensen met kleren in alle kleuren van de regenboog. Het is extravagant, maar je ziet Simon twijfelend meedoen. Is hij dit? Het is een scene die refereert aan een oneindige reeks gay coming of age drama’s, waarin de hoofdpersoon eindelijk wordt bevrijd van alles wat hem tot dan toe heeft beklemd; de extravagantie kan beginnen, kleuren, glitter, spotlights!

“Maybe not that gay.” zegt Simon als voice over, en de scene stopt.

Dit is voor mij de kern van de film, hoewel het een complexe boodschap is. ‘Net als jij’ kan ook ‘normaal’ suggereren, een term waar homoactivisten allergisch voor zijn, in de betekenis van ‘conformistisch’, en dan dus heteronormatief.

Maar dat is niet wat Simon zegt, als je de rest van de film bekijkt. Simon wil zichzelf zijn. En dat is niet extravagant, flaming of wat dan ook. Het is meer zoals zoveel van zijn leeftijdsgenoten zijn. Als je dat ‘normaal’ noemt en er op neer kijkt, zie je volgens mij iets belangrijks over het hoofd.

Extravagantie
Dit houdt me al een paar jaar bezig. Een van de eerste dingen die ik op mijn blog over de Gay Pride Canal Parade schreef, was niet erg positief. Ik schreef dat ik me er niet in herken, en dat ik niet denk dat extravagantie de homo-emancipatie helpt. Daar ben ik later op terug gekomen: natuurlijk mag dit allemaal bestaan.

Maar de laatste jaren maak ik een derde draai. Ja, het mag allemaal bestaan, maar zit je bij de gay extravagantie (die overigens veel meeromvattend is dan alleen de Canal Parade) niet te kijken naar een psychologisch fenomeen waarvan je je mag afvragen of het voor het individu nu zo goed is. En, met permissie, of dit nastrevenswaardig is voor de jonge homo die nog in de kast zit.

Ik bedoel dat het kan zijn (ik benadruk dat ik speculeer), dat personen die zich jarenlang beklemd hebben gevoeld op gebied van seksualiteit en geaardheid, als coping mechanism kiezen voor extravagantie.

“What doesn’t kill you,
gives you a lot of unhealthy coping mechanisms
and a really dark sense of humor”

 

Ik kan deze gedachte moeilijk onderdrukken wanneer ik drag queens zie. Begrijp me niet verkeerd: iedereen moet lekker doen wat-ie wil, maar het zijn acts. Iemand voelt zich kennelijk beter in een over the top alter ego, doorgaans opgebouwd uit clichés en popcultuurreferenties, dan wanneer we hem of haar zonder de opsmuk zouden zien. Waar heeft dit individu dit voor nodig?

In Love, Simon zit een cliché homo. Een schoolgenoot van Simon is dat cliché, de feminine jongen die een sarcastische levenshouding heeft en commentaar met flijmscherpe afzeikhumor pareert. Deze jongen krijgt het flink te verduren van zijn schoolgenoten. Iets dat in een van de betere scenes van de film pijnlijk duidelijk wordt.

Zelfvertrouwen
Simon is dat alles niet, en ambieert dat ook niet. Niet uit verlegenheid of omdat hij zich onderdrukt voelt; eerder vanuit zelfbewustzijn. Je kan speculeren over of het coming of age-aspect van deze film nou zijn coming out is, of dat juist het (her)vinden van zelfvertrouwen van Simon dat is.

Deze film rekent in dat opzicht ook af met een hoop gay coming of age-films; I Wanna Dance With Somebody is aantrekkelijk en herkenbaar, maar ook uit 1987. Move on.

Kritiek hier op kan zijn: ‘zeg je nou lay low, stel je niet aan, en doe normaal’. Maar dan heb je mij niet goed begrepen, en zal je Love, Simon mijns inziens ook niet goed begrijpen. Met al z’n tekortkomingen heeft deze film een complexere boodschap, die er zeer bewust in is gelegd.

Heeft toch een voordeel, wanneer je bij een grote studio zo’n film kan maken.