OpenCompanies, de update

Vorige week schreef ik over het bedrijf OpenCompanies, dat niet alleen mijn privéadres op internet zet (dankzij de Kamer van Koophandel), maar mij ook nog eens juridisch probeerde af te poeieren, toen ik verzocht of ze daar mee wilde ophouden.

Dat stukkie deed het vrij goed op de sociale media, en ook OpenCompanies kreeg er lucht van. Ik had op zaterdag een e-mail van de directeur, mevrouw Nora Kaijser.

Welnu. Mijn adres staat niet meer bij mijn bedrijfsgegevens op hun site. Dus dat hebben we binnen. Maar mijn bedrijf staat nog steeds vermeld, en andere ZZP’ers die vanuit huis werken kunnen wat OpenCompanies betreft de pot op.

Eerst de feiten

Nora schrijft mij afgelopen week begrip te hebben voor het feit dat ik mijn adresgegevens niet zichtbaar wil hebben. Dat wil ik niet, omdat ik journalist ben en misschien niet overal vrienden maak.

Ze schrijft ook dat ze haar excuses aanbiedt voor de wijze waarop er met mij is gecommuniceerd. Daar had ik haar overigens expliciet naar gevraagd, want in haar eerste mail had ze het er niet over. Dank, Nora.

Maar ze schrijft ook dat ze niet alle journalisten, schrijvers en kunstenaars van haar site gaat halen:

Op basis van elk verzoek maken we een afweging of en in welke mate het privacybelang van de ondernemer van het desbetreffende bedrijf opweegt tegen het bieden van (aanvullende) informatie om weloverwogen te kunnen ondernemen. Op basis hiervan hebben wij besloten om de overige informatie te laten staan en uw prive-adres wel van de pagina te verwijderen. Dit laatste zullen we in de toekomst op individueel verzoek bij vergelijkbare situaties blijven doen.

Ik kom hier zo op terug, met een handleiding voor hoe je je adres van OpenCompanies af kan krijgen.

Iemand op twitter wees mij op een uitspraak van de Rechtbank van Amsterdam in een vergelijkbare zaak, al was die veel verder uit de hand gelopen. Het komt er kort gezegd op neer dat het opnemen van een bedrijfsnaam en een KvK-nummer in een nationaal wanbetalersregister onrechtmatig is.

Ik heb Nora gevraagd wat ze hier van vindt. Zij reageerde hier als volgt op.

De website van OpenCompanies bevat geen zwarte lijsten en heeft in tegenstelling tot de zwarte lijst ook niet als doel om bedrijven in een negatief daglicht te zetten. Mochten bedrijven bezwaar hebben tegen overige informatie die OpenCompanies biedt, dan worden deze per individueel geval bekeken en beantwoord.

Ook hier kom ik op terug, met de mening dat Graydon op basis van de uitspraak van deze rechter OpenCompanies moet opheffen.

Ten slotte in het feitenrijtje nog een opmerking die Nora maakte in onze mailwisseling:

Het is daarnaast niet de bedoeling dat we ‘ons eigen vlees keuren’ en daarmee onze gemiddelde score beïnvloeden en zullen de waarderingen van eigen medewerkers op onze pagina dan ook verwijderen.

Ik had namelijk ontdekt dat OpenCompanies- en Graydonmedewerkers scores hebben gegeven aan de vermelding van OpenCompanies op hun eigen site. Mooi dat ze dat willen verwijderen, al is dat op het moment van schrijven (zaterdag 26 september) nog niet gebeurd.

Mijn opinie over OpenCompanies van Graydon

Hef het maar op. Ik geef daar drie heldere redenen voor.

  1. Het is overduidelijk dat het bij OpenCompanies wél de bedoeling is om bedrijven zwart te maken. Niet uitsluitend, maar leg mij eens uit hoe je bedrijven beoordeelt bij OpenCompanies, als je niet negatieve beoordelingen achter kan laten. En dat is onrechtmatig, zoals de Amsterdamse rechter heeft bepaald.
  2. Als ik een bedrijf heb dat enigszins louche is, dan heb ik legio mogelijkheden om een ander adres op te geven dan waar ik woon. Postbussen werken al vrij goed, maar zelfs een simpel opslagbedrijf als AllSafe biedt je uitstekende mogelijkheden. Kost nog geen vijftig euro in de maand. Ik vind 600 euro per jaar een hoop geld, maar als je een beetje louche bent dan lach je daar natuurlijk om. Ik wens als eerlijk ZZP’ertje niet 600 euro te moeten dokken om mijn privéadres uit internetbestanden te houden. Dat snapt iedereen. Wie het nog niet willen snappen zijn OpenCompanies, Graydon, de Kamer van Koophandel, en het ministerie van Economische Zaken.
  3. De kern van OpenCompanies is dat ‘reputatie-economie’ van ze. Het klinkt goed, maar het is bij nader inzien kul. En dat is zo, omdat reputaties op internet op duizenden manieren te koop zijn. Ik heb er ooit bij gezeten toen een student voor een Italiaanse mode-ontwerper 40.000 twittervolgers kocht. Kostte iets van tachtig euro. Hoe eenvoudig het is om een reputatie op te bouwen of af te breken, blijkt al uit het feit dat OpenCompanies de eigen reputatie manipuleerde op de eigen site. Oh, de ironie…

Nog meer ironie: omdat ik hier zo fel over ben, zou ik het fijn vinden als OpenCompanies niet mijn thuisadres zou weten. Maar ook al vermelden ze het niet, ze weten het wel. Keurig gekregen van de Kamer van Koophandel, overigens.

Graydon moet met OpenCompanies stoppen. Het is onrealistisch, onzinnig en onrechtmatig.

Ben je ook ZZP’er die vanuit huis werkt, en sta je vermeld op de site van OpenCompanies? Dit is wat je moet doen om je adres er af te krijgen.

De handleiding

  1. Zoek je bedrijfsgegevens op op www.opencompanies.nl. Kopieer de link die in de URL-balk van je browser staat.
  2. Open een nieuwe e-mail. Plak daar de link in. Adresseer de mail aan: nora@opencompanies.nl.
  3. Neem de volgende tekst over in je mail, en verstuur ‘m:

U publiceert op uw website mijn privé-adres. Ik ben [beroep], en ZZP’er die werkt vanuit huis. Het is voor [beroepsgroep] gevaarlijk dat hun adres té eenvoudig te achterhalen is. En als dat nu niet speelt, dan kan dat ieder moment in de toekomst wel zo zijn, en ‘what happens on the internet, stays on the internet’… kortom: ik wil het niet. Ik verzoek u mijn vermelding te verwijderen.

Verwijs eventueel naar het precedent dat in dit weblogje staat. Succes!

Voorts moeten het ministerie van Economische Zaken en de Kamer van Koophandel zich diep, diep schamen!

CPz6aPPWcAAQpGcOp vragen over de openbaarheid van gegevens en de verstrekking er van door de KvK, stuurden ze mij een antwoord van het Ministerie van Economische zaken, n.a.v. vragen van de kamerleden Gerkens en Gesthuizen. Een citaat:

Elke ondernemer bepaalt overigens zelf welke bedrijfsnaam hij voor zijn onderneming kiest; dat kan de eigen persoonsnaam zijn maar ook een ‘fantasienaam’.

Het is niets anders dan een tip van het ministerie om vooral voor een ‘fantasienaam’ te kiezen als je als ZZP’er vanuit huis gaat werken. Dat gaat regelrecht in tegen alle redelijkheid, en ook tegen de eigen adviezen omtrent het kiezen van een bedrijfsnaam van de Kamer van Koophandel.

Wat een zooitje.

OpenCompanies doet WC-eend

OpenCompanies 2 OpenCompanies 1

Je kan bedrijven waarderingen geven op de site van OpenCompanies. Daar geloven ze erg in, dat dat werkt. Zij zijn helemaal van de reputatie-economie.

Dat ze bijgevolg de privé-gegevens van duizenden ZZP’ers publiceren, nemen ze voor lief. Sterker nog, ze verdedigen dat met verve!

Maar je kan OpenCompanies B.V. zelf ook raten. Ze trappen hier in hun eigen val.

Daar reageren ze net zo sportief op als op kritiek: gewoon zelf terugraten! Wij van OpenCompanies adviseren OpenCompanies!

Hoi Natasja Wildschut, Jr. digital specialist!

OpenCompanies, de zielige nageboorte van een kredietchecker die tweepuntnul gaat

Ze publiceren mijn adresgegevens, en op een verzoek daar mee op te houden reageren ze laf en debiel. Na de knip zie je de hele conversatie met ene ‘Martijn’ van OpenCompanies. Een nieuwe poging om kleine zelfstandigen het leven zuur te maken.

OpenCompanies: agressieve klinische algoritmes, onder een dun laagje deel-economie-vertedering.

Wat is het: een internetstartup van Graydon, een kredietchecker. Zulke bedrijven proberen te achterhalen of een bedrijf te vertrouwen is of niet. Daar betaal je gewoon voor, maar sinds de nieuwe handelswet zijn er ook cowboys op de markt die Kamer van Koophandel-informatie gewoon online plempen.

Daar heb ik me al vaker boos over gemaakt.

Bij Graydon hebben ze in 2012 gedacht: we moeten ook! Maar weet je wat, we doen het zelf niet, want dat staat niet chique. We gooien het onder een nieuwe naam: OpenCompanies.

En dat wordt dan lekker agressief en hip, ‘we geloven in de reputatie-economie’, hélemaal 2.0, met zo’n ‘je houdt de ontwikkelingen toch niet tegen’-attitude, en we gebruiken alleen voornamen en je- en jij-en in de communicatie. Lekker gek!

Zag je die deel-economie-vertedering? Hier wil je toch bij horen? Insert poesjesfoto! Zo doen we het toch in het internettijdperk? Of niet? 

Wat ze wel doen: ze trekken de hele KvK-database leeg (wat al debiel is dat het kan), en dan heb je er als kleine zelfstandige maar mee te dealen. Rechtskundig lekker ingekleed, met de juristen van Graydon op de achtergrond. Wat kan je gebeuren.

OpenCompanies, voor al je desinformatie. OpenCompanies, voor alles waar je net niks aan hebt. OpenCompanies, voor als je eigenlijk Graydon wil maar te krenterig bent om echt ergens voor te betalen.

Geloof je het niet?

Check een bedrijf dat je kent op hun site, en kijk wat je daar allemaal kan invullen. Positief, dan wel negatief. Ze geloven namelijk in de reputatie-economie. Nou, ga je gang.

Bert Brussen? Kan je raten. GeenStijl? Kan je raten. Bas Heijne, Tim den Besten, Paul de Leeuw, dat sloopbedrijf dat zoveel lawaai maakte, die supermarkt waar iets over de datum in de koeling lag. Raten maar!

OpenCompanies, voor het zwart maken van je concurrent. OpenCompanies, voor het ophemelen van je vriendjes.

Wil je OpenCompanies zelf raten? Kan ook! Reputatie-economie, hatsikidee!

Heeft iemand hier wat aan? Nee. Nee, echt niet. Niks. Het pathetische clubje draait waarschijnlijk zelf ook al jaren verlies. Maar ja. Tweepuntnul he.

Lees hieronder verder, voor de stuitende communicatie van OpenCompanies, naar aanleiding van een verzoek van mij om mijn gegevens niet meer te publiceren.

Wat een horken.

Verder lezen →

Lobby – de boeren moeten in de leer bij de jagers

IMG_1823

“Ik moet eerlijk zeggen: die jagers, die hebben het goed voor elkaar.”

Zaterdagavond ben ik op een semi-extravagant retrodiscofeest (tsja) in de hoofdstad, en stomtoevallig tref ik een jongedame die mijn naam ergens van kent. Ze heeft mijn reportage over de jagende vrouwen bij RadioEénVandaag in de voorgaande week gehoord.

Ze blijkt iets met communicatie en PR te doen bij de Partij voor de Dieren.

“De meeste partijen die we tegenover ons krijgen, die kunnen we goed aan. Maar de jagers, dat zijn slimme, hoog opgeleide en mediagenieke types. Daar winnen we het niet van,” zegt het communicatiemeisje.

Ze vertelt met een importbiertje in haar hand dat ze een kater heeft. Ik zeg dat ik boerenzoon ben en dat de Partij voor de Dieren niet mijn favoriet is. Ik vind het handige mediaspelers, die gemakkelijk scoren bij groepen die hun PR minder goed voor elkaar hebben. Zoals boeren.

“Bij de boeren heb ik wel eens medelijden. Die vent in Zembla laatst, dat was gewoon een lomperik.”

Dat vind ik niet. Maar ik begrijp die perceptie heel goed.

Van Dorp, de geïnterviewde boer uit Hazerswoude in Zembla, heeft laten zien wat er op een modern boerenbedrijf gebeurt. De aanleiding voor het tweedelige verslag (vanavond deel II) is dat het melkquotum onlangs is afgeschaft. De reportage buigt echter totaal af naar een Dierenlobbyverhaal.

De meest ‘dramatische’ scene’s in Zembla betreft het onthoornen van kalfjes, het scheiden van een pasgeboren kalf van de moeder en een wat mager aandoende koe die een hoge productie heeft. Als je een beetje ingevoerd bent – en dat ben ik – dan weet je dat dit helemaal geen dramatische zaken zijn. Dat kan je een kind uitleggen. Dat doet Zembla niet.

Bovendien zijn dat toevallig precies dingen die al vijftig jaar op boerenbedrijven gebeuren, en geen noviteiten zijn in verband met het afschaffen van het melkquotum. Waarom zit dat in de Zembla-reportage?

Juist. Omdat het dient als ‘bewijs’ dat de afschaffing van het melkquotum zorgt voor verslechterd dierenwelzijn in de melkveehouderij: afschaffing quotum -> schaalvergroting boerenbedrijven -> hogere melkproductie -> koeien zijn slechter af.

Precies, maar dan ook exact, het verhaaltje dat de Dierenlobby al jaren verkoopt. Of het waar is? Ik denk van niet.

Maar Van Dorp wilde het eerlijke verhaal van een moderne melkveehouderij laten zien. Het is boer eigen: kom maar, ik laat het je zien. Sterker nog: ik heb zelf zulke excursies wel ondernomen naar het bedrijf van mijn zus en zwager. En dan zit er geen editor tussen met zijn rijtje van de Dierenlobby die selectief laat zien wat er gebeurt.

Nu wel. Ik neem dat Zembla best wel kwalijk: samen met de Dierenlobby iemand aanvallen die openheid van zaken geeft.

Daar heeft de Dierenlobby geen last van. De reclamefilmpjes van Friesland Campina worden gekraakt, terwijl de reclamefilmpjes van de Dierenlobby onbesproken blijven.

Het gaat me aan het hart, maar de boeren kunnen maar beter een voorbeeld nemen aan de jagers en de producenten van bijvoorbeeld cola: vertel nooit het hele verhaal, wees selectief eerlijk en geef nimmer een kijkje in de keuken.

Unilever, Sara Lee en Coca Cola geven nooit een kijkje in de keuken. Dat schijnen we allemaal heel normaal te vinden, Zembla incluis.

Goed gedaan, communicatiemeisjes… De boeren moeten in de leer bij de jagers.

Klaas Jellema (1943-2015)

Omke Klaas Jellema is twee dagen geleden overleden. Een dierbare oom en een markante man die een bijzonder leven heeft geleid. Fries en man van de wereld, boerenzoon en ingenieur, gelovig en wichelroedeloper, ondeugend en warm.

Klaas Jellema was de oudste zoon van pake Botte, die boer was in de buurt van Sneek. Klaas ging niet op de boerderij werken, maar ging studeren, aan de Technische Universiteit in Delft.

Vervangende dienstplicht bracht ir. Klaas Jellema op het spoor van het ontwikkelingswerk, waar hij vijfendertig jaar van zijn leven aan besteedde. Hij werkte in Zambia, Malawi, Zimbabwe, Rwanda, Uganda, Sudan en Angola.

Zijn kinderen zijn in Afrika geboren, waaronder mijn neef, vriend, naam- en stadsgenoot Botte Jellema.

In de jaren ’80 en ’90 kwam om de twee jaar het hele gezin over naar Nederland. Ze bezochten familie en vrienden, en logeerden dan in de zomer in een oude stacaravan – het ‘wielenhuisje’ – op het erf van de boerderij van mijn ouders.

Het waren heerlijke zomers en ik keek er altijd naar uit om de familie weer te zien; de kinderen speelden allemaal instrumenten en vonden het fantastisch om op de boerderij te zijn. Moeder Marion als rustgevende rots in de branding en vader Klaas als vat vol verhalen, plagerijtjes, wijsheden en stiekem ook wat kattekwaad.

Voor mij, iemand die een beschermde opvoeding genoot op het Friese platteland, waren de verhalen van Klaas en zijn familie exotisch. Ik heb hem altijd gezien als een onwaarschijnlijke avonturier. En als iemand die altijd kritische vragen stelde, iemand met een groot rechtvaardigheidsgevoel.

Van het werk van Klaas en Marion werden we op de hoogte gehouden met rondzendbrieven, en af en toe een cassettebandje. Verhalen over met jeeps de jungle in trekken, over apen en bananenbomen in de tuin, over hulporganisaties; ik begreep daar toentertijd weinig van, maar de wichelroede zal ik niet vergeten.

In de genoemde Afrikaanse landen wist hij daarmee water te vinden, om er putten te slaan. In dat droge Afrika, dat ik van het journaal kende, vond mijn omke Klaas water! Magisch.

Klaas werkte ook in oorlogsgebieden. Ik hoorde de laatste jaren de verhalen met name van zijn zoon Botte. Het was een paar keer flink gevaarlijk. Dat heeft hij overleefd.

Maar toen hij na zijn pensionering weer in Friesland ging wonen, ging het niet goed.

Verschillende gemene ziektes sloopten langzaam zijn lichaam en geest. Ik zag hem nog slechts enkele keren, en soms belde hij me op. Door de medicatie en de ziekte lukte het niet altijd om een gesprek te voeren. Maar altijd was er nog die vonk, ergens, soms heel ver weg, maar toch.

Klaas en Marion werden in 2006 in hun gemeente Opsterland gehuldigd met een lintje: Lid in de Orde van Oranje Nassau. Klaas heeft over de hele wereld vrienden.

Zijn dochter Pleuntje schrijft op facebook: ‘He embraced all God’s people from every walk of life and his faith could be seen in a stubborn, passionate commitment to justice in every aspect of his life.’

Het is verdrietig dat hij niet in gezondheid ouder mocht worden. Ik bewaar bijzondere herinneringen aan Klaas Jellema. Ik heb altijd graag over hem verteld, en dat zal ik blijven doen.

Mijn tweede naam is Klaas, en ik ben trots op de man naar wie ik ben vernoemd.

Rêst sacht, leave omke.

D’Angelo in Paradiso *****

Eén keer per jaar overviel het me: hoe zou het met D’Angelo zijn? De man die ik in 2000 dat onvergetelijke optreden op North Sea Jazz zag geven.

Dan googlede ik hem, en kwam er achter dat zijn nieuwe album toch echt op het punt stond om uit te komen. Om er daarna een jaar niets meer over te horen. Of om te lezen dat hij was opgepakt voor drugsbezit, of zijn auto in de prak had gereden. Maar geen muziek.

Tot eind 2014 het er toch ineens was: Black Messiah. Het album oogstte meteen veel lof en werd ook veel besproken. Maar, dankzij mijn niet-aflatende D’Angelo-gegoogle, ontdekte ik in oktober al dat hij naar Paradiso zou komen om op te treden.

Ik smeet er meteen meer dan zeventig euro op stuk. En dat was maar goed ook. Want na de release van zijn album ging het hard met de kaarten – er kwamen twee extra concerten bij in Nederland en alles was in een mum van tijd uitverkocht. Gisteravond was het zo ver: het eerste concert van D’Angelo And The Vanguard in Paradiso, The Second Coming tour.

En het was briljant.

Meneer begon bijna een uur later dan de bedoeling was, maar dat waren we onderhand wel gewend. Daarna volgde een show die tweeëneenhalf uur zou duren, met twee toegiften die meer leken op een tweede en derde set – omdat ze ieder nog een half uur extra muziek waren.

IMG_1466

Het gespeelde was een mix van Black Messiah en oudere hits, met een grote nadruk op het eerste. De setlist verschijnt vast hier nog wel. Bij beluistering van het album heb ik vaak gedacht: hoe zou hij dat in vredesnaam op het podium willen doen. Maar daar heeft hij zelf geen enkele moeite mee.

En dat zit ‘m vooral hier in: hij is een van de beste popmuzikanten op de wereld.

De stem van D’Angelo kan grommen, gillen, grunten, zonder dat zijn prachtige falset er onder lijdt. Hij kan funken, rocken, en daarna een gevoelige ballad inzetten en het is allemaal geloofwaardig en goed. De meester van de Neo-Soul doet dingen met zijn stem, dat ik dacht: jongen, je moet morgen nog een keer, en overmorgen weer, zou je dat nou wel… maar gelukkig wel.

Zijn timing is magistraal en de controle over zijn band is iets waar je alleen maar kippenvel van kan krijgen.

HIMG_1463et zegt net zoveel over de kwaliteiten van zijn muzikanten trouwens, maar als je je band in een dik funknummer in één klap stil kan leggen, en per maat met het opsteken van een aantal vingers het zelfde aantal accenten kan laten spelen in een razend tempo, en je doet dat niet twee of drie keer, maar dertig keer… en als je dan ter afsluiting in je microfoon roept ’twentyseven and a half’ en je hoort dan zevenentwintig en een half accent… ja. Diep respect.

D’Angelo speelde halverwege het optreden twee indrukwekkende nummers achter elkaar.

The Charade is het centrale nummer van Black Messiah, met de kernzin ‘All we wanted was a chance to talk, instead we got outlined in chalk‘; een aanklacht tegen de behandeling van zwarte mensen in Amerika. Zeer actueel geworden door de tragische gebeurtenissen in Ferguson, eind vorig jaar. D’Angelo speelde dat nummer met een opgeknoopte, bezoedelde, vermoeide Amerikaanse vlag op zijn rug. Een vuist in de lucht. Ingehouden gitaar, prachtige harmonieën, een verstikt afgebroken refrein… Dat zorgde voor kippenvel.

Het tweede nummer, meteen daar achteraan, was Sugah Daddy. Een funkfeestje, waarin D’Angelo laat zien dat hij Prince, Michael Jackson en James Brown naar de kroon steekt.

Het dak ging er af.

IMG_1458Vanuit de zaal was er grote waardering voor de muzikanten. Het mooist was dat te horen bij de afsluiter, een uitgesponnen versie van ‘Untitled (How Does It Feel)’, waarbij de muzikanten één voor één het podium verlaten. Op het laatst staan alleen D’Angelo en zijn oerdegelijke, trouwe maatje bassist Pino Palladino er nog. Palladino krijgt een moment om te soleren, en in de stilte roept iemand uit de zaal keihard “Pino we love you”, waarna heel Paradiso in juichen uitbarst en Pino een grote glimlach krijgt… prachtig.

Tweeëneenhalf uur heb ik in de muziek gezeten, niets leidde af.

De muzikanten van D’Angelo’s nieuwe band The Vanguard (met dus wel oude vertrouwde Palladino) speelden oerdegelijk, vrolijk, interessant, speels en betrouwbaar, het was een lust voor het oor.

IMG_1468En D’Angelo. Niet alleen heeft hij zich hernomen door na vijftien jaar een briljant album af te leveren, ook heeft hij zichzelf hervonden. Hij is inmiddels 41, en ziet er fantastisch uit.

Een glimlach zo breed als het podium van Paradiso, energiek alsof er nooit wat is gebeurd, een feestje bouwend, een boodschap verkondigend, controle hebbend, grappen makend, flirtend… en dan zo muzikaal zijn.

Magistraal.