Caliphate, of het ontbreken van podcastkritiek

Deze column verscheen 15 oktober 2020 in het Fries bij Omrop Fryslân.

Als speciale verslaggever Podcasts, heb ik vandaag een update uit podcastland. Want er is een sensationele rel over een grote Amerikaanse podcast, die een van de voorbeelden is voor alle verhalende podcasts. Ik heb het over Caliphate, een productie uit 2018 van het gezaghebbende The New York Times, gemaakt door Rukmini Callimachi.

Het gaat over een Canadese Pakistaan die radicaliseerde als tiener, naar Syrië reisde en daar voor de IS-politie ging werken. Hij zou twee executies hebben uitgevoerd. Deze hoofdpersoon is een paar weken geleden gearresteerd, omdat hij het hele verhaal zou hebben verzonnen. En dat is verboden in Canada, in de terrorism hoax law. Het lijkt er dus op dat het hele verhaal van deze hit-podcast niet waar is.

Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik heb de podcast niet helemaal gehoord. Er zijn veel podcasts en ik moet ook nog werken voor mijn centen. Dus moet ik antwoord vinden op de vraag waarom ik naar wat luister. In dit geval: pro is dat het van The New York Times is. Contra: wil ik het verhaal horen van iemand die geradicaliseerd is, iemand die twee moorden heeft gepleegd. Neu. Zoals ik ook niet naar de aflevering van College Tour met Willem Holleeder heb gekeken. Verhalen van één persoon zijn journalistiek altijd problematisch. Want dat is geen brononderzoek. Dat is misgegaan bij Caliphate, naar het zich laat aanzien.

In De Volkskrant werd karaktermoord op de maker van de podcast gepleegd: ze is binnengehaald bij The New York Times vanwege haar meeslepende berichtgeving over verre gebieden; vooral door haar tragikomisch verhaal over kassabonnetjes van Al-Qaida kwam ze op de radar van de krant. De Volkskrant schrijft dat andere kranten haar slordig en gretig vinden. Het zal allemaal wel, maar belangrijker is de vraag hoe het kan dat een van de belangrijkste kranten op de wereld dit naar buiten heeft gebracht, met veel bombarie, op het nieuwe platform dat podcast is, zonder dit verhaal minutieus te checken.

The New York Times is het nu aan het uitzoeken, maar een van de columnisten schreef al over de bevindingen. Over hoe dit kon ontstaan schrijft hij dat The New York Times midden in een veranderingsproces zit, van een zwaar dagblad vol nieuwsberichten, naar een collectie sappige, grote verhalen op sites en streaming services. Donald Trump noemt The New York Times al jaren fake news; hij zal deze column wel uitgeknipt hebben.

Callimachi zelf retweet nu elke dag tweets over wat voor fantastische verslaggever ze is. En ze kent het spelletje van karaktermoord ook: ze retweet dat iemand een deel van de kritiek ressentiment noemt, en dat er nu Schadenfreude is, met een hint van seksisme.

Wat moet de podcastluisteraar hier nu mee. En wat moeten mensen die nieuwsgierig zijn naar dit nieuwe platform er mee. Deze week zagen een miljoen Nederlanders een aantal Nederlandse podcasters aan tafel zitten bij De Vooravond. Allemaal mannen, 1 vrouw. Allemaal chatcasts, dus gesprekspodcasts. Allemaal mensen die al bekend zijn van ander werk in de media. Een van de aanwezigen vertelt dat hij andere klussen heeft opgezegd, omdat hij nu deels kan leven van de podcast die hij maakt. Van deze persoon is bekend dat hij in geld is geboren, en dat er dus voor hem niet zoveel op het spel staat. In zijn podcast gaat het vaak over hoe hij met al zijn geld moet om gaan, gevolgd door een oproep om vooral nog meer te doneren via petjeaf.nl. Het zal je kennismaking met podcast maar zijn.

Het is een nieuw medium. Het is niet zo gek dat er wat mis gaat hier en daar. Als podcastmaker zit ik er midden in en bekijk het met verwondering. Wat het meest mist aan dit medium is kritiek. Het is populair, maar is nog niet in de fase dat er met wat afstand en inzicht regelmatig over geschreven of gesproken wordt. (Ja, er is een nachtprogramma op NPO Radio 1 over podcasts en de scherpe en humoristische Vincent Bijlo doet ook in de krant zijn best, maar vergelijk dat eens met de aandacht voor theater en televisieseries.)

Zo zou er eens wat moeten worden gezegd over de obsessie met sensationele true crime in podcastland, en Caliphate valt ook in die categorie. En over geld verdienen met podcasts. En over mediapersoonlijkheden die podcastland kapen met hun obligate praatjes. Het medium is wonderlijk mooi, maar het heeft het nodig dat verhalen kloppen, voordat ze sappig en groots worden verteld.

Alt-rechtse slangenolie tegen homofobie van Krijn Lock

Ene Krijn Lock schrijft vandaag een opiniestuk in de Volkskrant, over hoe LHBT+ zich volgens hem zou moeten opstellen tegenover moslims. Het is een schoolvoorbeeld van alt-rechtse propaganda, en hoe dit deze kolommen heeft gehaald is mij echt een raadsel.

Je kan een slachtofferladder verzinnen. Je kan proberen ellende met ellende te vergelijken. Je kan een rangorde aanbrengen. Maar je belandt dan in discussies over of omkomen in het verkeer erger is dan van een berg vallen. Het is zinloos. Niemand heeft hier iets aan.

Lock schrijft dat in islamitische landen homoseksualiteit door 80% van de bevolking wordt afgewezen. No shit, Sherlock. Dat zou blijken uit onderzoek van Pew, dat door Lock gerenommeerd wordt genoemd. Lock zegt er niet bij dat door Pew maar een paar islamitische landen in het onderzoek zijn verwerkt. En ook niet dat deze zin ook in het onderzoek staat: ‘But in Nigeria, for example, acceptance of homosexuality is low among Christians and Muslims alike’.

Je hoeft geen enkele LHBT+ te vertellen dat religie niet een vriend is. Geen enkele religie. En LHBT+ maakt zich echt weinig illusies over de islam. Maar Lock probeert het anti-moslimvuurtje nog even op te stoken, met een analyse die logisch klinkt maar het niet is.

Vluchtelingen in AZC’s, zegt Lock, zijn dus ook niet ruimdenkend. Tussen islamitische landen en asielzoekers staat in zijn hoofd een = teken. Dat die vlieger niet op gaat lijkt me helder. Het houdt Lock niet tegen tot een volgende conclusie te komen. ‘De vraag rijst: waarom moest Huffnagel [de Pride voorzitter die dit jaar moest opstappen wegens xenofobe uitspraken] zich überhaupt verantwoorden voor zijn uitspraken?’ Zal ik je dat uitleggen, Lock?

Huffnagel zei: ‘Wij zien een kind en denken dan: o wat zielig, terwijl we niet de vader zien die daarachter staat, die misschien oorlogsmisdaden heeft gepleegd, en een moeder die daarachter staat die dat heeft gefaciliteerd,’ als argument voor geen nieuwe vluchtelingen op te nemen. De reden dat LHBT+ organisaties dit onacceptabel vonden, is de xenofobie. Angst voor vreemdelingen, van een nogal onderbuikig en dom niveau. Daarom.

Lock gaat verder om aan te geven dat het goed en gegrond is om als LHBT+ angst te hebben voor vreemdelingen. Hij put daarbij selectief uit onderzoek naar de achtergrond van verdachten van anti-homogeweld. Daar weet ik toevallig veel van. Ik maakte over dit onderwerp een documentaire en schreef dit artikel over de research. Lock gebruikt ook één van de onderzoeken die ik aanhaal, namelijk een onderzoek in Amsterdam uit 2009. Daaruit blijkt dat ongeveer een derde van de verdachten van anti-homogeweld in Amsterdam een Marokkaans Nederlandse achtergrond heeft.

Wat Lock niet zegt is dat uit datzelfde onderzoek blijkt dat religie bij de verdachten geen rol speelt als motivatie. Wat Lock ook niet zegt is dat het weliswaar een oververtegenwoordiging is, maar dat het overgrote deel van de verdachten nog steeds autochtoon was. En wat Lock ook niet zegt is dat op landelijk niveau ook cijfers bekend zijn, en dat ook daar een oververtegenwoordiging uit blijkt van Marokkaanse Nederlanders, maar dat de kans dat je als LHBT+ door een autochtoon in elkaar wordt geslagen vijf tot zes keer zo groot is.

Kortom: er is geen enkele grond voor wat Lock hier probeert te construeren. Ook daar heeft hij rekening mee gehouden. Hij schrijft namelijk dat ‘de aangiftebereidheid onder lhbti’ers erg laag is’. Een heerlijk argument, want het haalt alles onderuit wat bekend is uit onderzoeksresultaten, en geeft ruim baan aan: De Onderbuik. Die onderbuik waar die xenofobe uitspraken van Huffnagel ook vandaan kwamen.

Ik kijk weg, zegt u? Okay, en wat doet Lock dan, met zijn wegkijken van het anti-homogeweld door autochtonen? Met het wijzen naar de islam, terwijl hij even lekker vergeet wat Leviticus 18 en 20 heeft aangericht onder LHBT+, ja, uit het Oude Testament inderdaad. Joods-Christelijk.

De suggestie dat LHBT+ niet opstaat tegen religie, of dat alleen doet als het niet over de islam gaat, is een politieke en propagandistische uitspraak van Lock, is onderbuikig en xenofoob. En het is niet waar, wat ook blijkt uit wat nota bene COC Amsterdam doet, maar dat komt straks.

Om nog even terug te komen op de uitspraken van Huffnagel: de reactie er op kan je links noemen, maar het is nog meer een kwestie van de zaken bekijken zoals ze zijn. Er is een vluchtelingenprobleem, maar roepen om de grenzen te sluiten helpt werkelijk niemand. Ook LHBT+ opzetten tegen moslims helpt natuurlijk niet. Daar mag je het mee oneens zijn, maar probeer LHBT+ niet voor je xenofobe karretje te spannen. Als er een groep is die weet wat de gevolgen van religie en uitsluiting op individuen kunnen zijn, dan zijn wij dat wel.

Krijn Lock laat nog even blijken dat hij weet wat ‘cancellen’ is, en dogwhistlet nog even dat COC Amsterdam en BIJ1 daar te druk mee zijn om zich zorgen te maken over of je als homostel hand-in-hand door Nieuw West kan lopen.

Een vriend van me is voorlichter bij COC Amsterdam, en die staat (stond, pandemie) met enige regelmaat op ROC’s in exact het genoemde stadsdeel, in een poging juist daar iets aan te doen. Dat betekent duizend keer meer dan dit soort idiote psuedo-analytische opiniestukken.

Put litter in its place symbol

Beugels: noodzaak of luxe?

Ik werd een beetje boos van het openingsartikel van de Volkskrant vandaag, als beugeldrager. Geschreven onder de vraag ‘Beugels: noodzaak of luxe?’.

Bureaustoelen: noodzaak of luxe? Belegen kaas: noodzaak of luxe? Stofzuigers: noodzaak of luxe? Ik hoef vast niet door te gaan om duidelijk te maken dat de vraag veel te simplistisch is. Vanuit welk idee is dit artikel nou geschreven?

‘De helft van álle kinderen met een beugel heeft medisch gesproken een beugel nodig’. ‘Universitair hoofddocent aan de Harvard school of Medicine stelt […] dat een groot deel van de beugeladviezen op wetenschappelijk drijfzand is gebaseerd.’ ‘Commerciële beïnvloeding’ BAM! Daarna volgt een stuk waar inderdaad uit blijkt dat er geen standaard is waarmee je een set tanden van iemand kan vergelijken om dan wetenschappelijk tot een conclusie te komen of er moet worden gebeugeld. Een insinuatie dat commercie op de loer ligt; het wordt niet hard gemaakt.

Dan beschimping van de beroepsgroep: ‘vaak’ gaat het om gewone tandartsen, die niet gespecialiseerd zijn in orthodontie. ‘De behandeling vindt plaats op basis van vertrouwen’ (alsof er iets in de wereld anders werkt). En oh, wat verdient een orthodontist toch veel geld!!1!

Dan: akkefietje van 8 jaar geleden met het loslaten van de tarieven, wat geen succes was. Ging dat over orthodontisten? Nee, over de hele sector. Een inkoop truukje is ontdekt, ook nog! Bij iedereen? Fraude? Zelfs de NZa kan het niet zeggen, maar ja, het staat nu wel in de krant.

‘Voor patiënten is niet altijd duidelijk of een beugel nu medisch noodzakelijk is of niet’, noteert de krant uit de mond van de NZa-voorzitter. Ah, noodzaak. Daar schreef ik al iets over. Maar laat ik mijn eigen zaakje dan even als voorbeeld geven.

Al meer dan tien jaar stond ik nooit tanden-bloot-lachend op foto’s. Eén van mijn voortanden stond iets naar achteren, wat er met name bij wat slechtere camera’s (en daar zijn er veel van, trust me) voor zorgde dat die tand een rottend uiterlijk kreeg. Twee hoektanden liepen bekant mijn mond uit en mijn boventanden stonden naar links uit het lood omdat ooit links een kies was getrokken, voor een beugel die ik rond mijn 15e had. Onder de streep: medisch absoluut niet noodzakelijk.

Luxe, is dan het enige andere antwoord volgens de krant. En het woord ‘luxe’ wordt hier geladen met je overgeven aan een schimmig, frauderend, onwetenschappelijk en onopgeleid stel geldwolven in witte jassen.

Toen ik na jaren van wikken en wegen bij mijn tandarts liet weten dat ik misschien wel iets aan de stand van mijn tanden wilde laten doen, verwees ze me direct door naar een orthodontist. Die maakte een behandelplan. Dat heb ik met mijn tandarts doorgesproken, waarna ik een second opinion heb gevraagd, en gekregen bij de ACTA. Mijn tandarts stimuleerde het aanvragen van een second opinion, omdat ze merkte dat ik onzeker was over wat er volgens het plan moest gebeuren. Ik heb dat proces als zeer professioneel en prettig ervaren.

Mijn orthodontist heeft zo’n set van acht behandelunits. Ze behandelen er heel veel mensen, vooral pubers natuurlijk. En ja, het kost mij meer dan 3000 euro. Maar ik kan niet zeggen dat ik dat, gezien het werk dat ze er in stoppen, als ‘veel’ beoordeel.

Bij mij was geen sprake van medische noodzaak. Het feit dat er een kies en een tand moesten worden getrokken, maakt echter wel duidelijk dat er wat weinig ruimte in mijn mond was. Daarom kon ik tussen sommige tanden niet flossen. Is flossen medisch noodzakelijk? De tandarts, de orthodontist en de ACTA hebben mij uitstekend geïnformeerd, ook over de vervelende aspecten van het dragen van een beugel. En die zijn er legio. Het maakt me soms wanhopig, de wondjes, de pijn, zeker in het begin. Het was allemaal aangekondigd.

Maar het maakt me niet zo wanhopig als het idee dat ik de rest van mijn leven niet meer lachend op foto’s sta. Of überhaupt niet durf te lachen / tanden durf te tonen in het algemeen. Oh, ook daarover heeft de krant een kadertje: ‘Een beter zelfbeeld door een beugel?’

‘Er is nog altijd geen bewijs dat een beugel leidt tot meer zelfvertrouwen, zoals orthodontisten al heel lang beweren.’ Wat is dit in vredesnaam voor zin, joh?! Fun fact: noch tandarts, ortho of ACTA heeft in mijn geval IETS gezegd over mijn zelfvertrouwen. Ik maak me echt geen enkele illusie over groter maatschappelijk of seksueel succes, na het dragen van een beugel. Oh ja, ik heb Magnolia gezien, hoor.

Ik weet zeker dat de Nederlandse orthodontie mij niet nodig heeft om zich te verdedigen. De reden dat ik zo boos word van dit stukje, is omdat het onder het mom van ‘wetenschap’ een bak insinuaties plaatst en op geen enkel punt, ook niet in de vier ‘vox popjes’, zich rekenschap geeft van de valsheid van hun beginvraag: noodzaak of luxe. 99,9 procent van de wereld is namelijk geen van die twee, en deze valse vraag doet geen recht aan de soms heel ingewikkelde vraag of je moet beugelen of niet.

In mijn geval betekende het: financieel sparen tot het kon, en emotioneel sparen tot ik het idee aan kon dat ik twee van mijn tanden kwijt zou raken en twee jaar met metaal in mijn mond rond zou lopen. En dat aan iedereen uit moet leggen. En sinds dit artikel waarschijnlijk nog vaker. Ik doe dit weloverwogen en niet voor de lol. Bedankt, Aliëtte Jonkers.

Omdat ze er wat sneu op reageerde op twitter (namelijk: mij uitlachen en de kritiek niet serieus nemen), heb ik het nog maar een keer gelezen. Hier het verslag.

Boerenverstand – vertaalde column voor Omrop Fryslân Radio

Er zijn weer blokkerende boeren; ze zijn fel tegen nieuwe regelgeving. Er is een jongen van zeventien opgepakt die met een trekker inreed op een aantal marechaussees. Er is in het noorden een verbod op demonstraties met trekkers. En een paar boeren wilden het noorden van de rest van Nederland afscheiden. De LTO heeft geen regie, het Landbouwcollectief is uit elkaar gespat en Farmers Defence Force, die het trekkerverbod een ‘oorlogsverklaring’ noemde, is helemaal koekoek. Zulks teert behoorlijk in op het maatschappelijk krediet. Wie zijn de demonstranten eigenlijk? En vooral: wie menen ze zelf wel niet dat ze zijn?

De boeren protesteren omdat de overheid heeft bepaald dat er tijdelijk minder eiwit in het krachtvoer mag zitten. De maatregel moet zorgen voor minder stikstofuitstoot, gelijk aan de vermindering die de maatregel van de maximumsnelheid moet opleveren. Een offer dat alle autorijders brengen, voor een gezonder leefmilieu. Of dat lukt is nog maar de vraag, en de universiteiten van Utrecht en Wageningen hebben bedenkingen bij deze maatregel. Maar landbouw zorgt nu eenmaal voor veel stikstofuitstoot en er moet iets gebeuren. Hoe het ook zit, de boeren en het ministerie kwamen er niet uit, en nu heeft het ministerie dit dus besloten. Het is wel een beetje de schuld van de boeren zelf.

Eén filmpje viel mij op: een man in een overhemd, die niet verder kon rijden, probeerde snelwegblokkerende boeren duidelijk te maken dat ze het andere mensen zo ook onmogelijk maken om een stukje brood te verdienen. Een boer ging voor hem staan en zei: “En wie maakt jullie brood dan? En nou jij weer,” en liep daarna weg. Het overhemd had daar wel weer wat op te zeggen, maar kreeg de kans niet, al was het maar omdat het filmpje daar was afgeknipt. Op de socials stond een eindeloze stroom van reacties, over hoe de man te kakken was gezet en hoe gelijk de boeren wel niet hebben.

Oh?

Dus dan maar even over dat brood. Een boer verbouwt tarwe, dat nodig is voor brood. Dat gebeurt overigens door akkerbouwers en niet door de melkveehouders die we nu op de trekkers zien, maar soit. Die tarwe moet na de oogst over wegen worden getransporteerd, dus we hebben wegenbouwers nodig. Dan komen de tarwekorrels in een fabriek uit, waar ze tot meel worden gemalen. Om de fabriek draaiende te houden is elektriciteit nodig, dus we moeten ook een centrale, transformatoren en kabels hebben. Bij het meel komt water. We hebben waterwinning nodig, een leidingstelsel en een riool voor het afvalwater. Gist moet er bij, dat een natuurproduct is, maar goed gecontroleerd moet worden in laboratoria. Die moeten we dus ook hebben.

Dat komt allemaal bij elkaar in een bakkerij. We hebben een oven nodig, en gas, als brandstof. We hebben gaswinning nodig, gasfabrieken, gasleidingen, gasopslag en gasmeters. De bakker moet een broodsnijmachine hebben. En zakjes en een labelprinter, met labels en een computer. Dan ligt het brood klaar op een schap. Dat is van hout, dus we hebben ook een houtfabriek, houthakkers en een bos nodig. Om het brood af te rekenen hebben we een bank nodig, maar goed, die hadden we al nodig, omdat tussen alle hiervoor genoemde zaken ook geld moet worden uitgewisseld.

Ik denk dat ik nog wel een tijdje door kan gaan, zoals over de scholen voor de werknemers, de vakantieparken, natuurgebieden en theaters waar ze kunnen uitrusten, de gezondheidszorg, en de muziek van Omrop Fryslân die ze aan hebben staan op hun werkplek. Maar van alles wat ik heb opgesomd kan je niet één factor weg laten, of dat hele brood komt er niet.

De notie dat het allemaal begint bij de boeren is een valse voorstelling van zaken. Want je kan mijn verhaal ook een stuk verder terug beginnen, zoals bij het lab waar het tarwezaad is verbeterd, de fabriek waar bestrijdingsmiddelen worden gemaakt, of de raffinaderijen voor de diesel waar de trekkers op rijden. Programmeurs voor software, in trekkers en in melkrobots. Geen een element uit het netwerk is belangrijker dan het andere. En de boer dus ook niet.

De maatregel is niet ideaal. Maar Farmers Defence Force, met haar idiote militante teksten, en die protesterende boeren vertonen tekenen van een messiascomplex. Een volslagen wereldvreemd en misplaatst autoriteitsgevoel, alsof ze door Jezus zelf onder de uiers zijn gejaagd. De boeren zijn gegijzeld door hun eigen extremisten. Het is een baan, een bijzondere baan, maar niets meer of minder dan alle andere banen. Boeren zijn net zo onmisbaar en misbaar als iedereen. Ja, word maar boos op deze sukkel van een columnist, die biologische zuivel koopt, in de hoop dat het Farmers Defence Force-vrij is. Maar toon mij maar mijn ongelijk.

Ik denk dat die boeren die de afgelopen dagen niet op hun trekkers zijn gestapt, heel goed weten dat ze onderdeel zijn van een groter geheel. En dat voor andere beroepen ook geldt dat er heel veel regelgeving is. Als je dat niet leuk vindt, dan hou je er toch mee op.

Uitgesproken bij Omrop Fryslân Radio op donderdag 9 juli 2020, hier in het Fries te lezen en te beluisteren.

Fryslân Regenboogprovincie!

Vertaalde column voor Omrop Fryslân Radio van donderdag 28 mei

Aanleiding voor een feestje vind ik het nauwelijks, want veel te laat, maar hiep hoi, Fryslân is Regenboogprovincie! Er klonk gisteravond zelfs applaus voor in de vergadering van de Provinciale Staten. Wat niet mocht van Commissaris Brok. Die zelf regenboog is. Maar goed. In juli 2016 werd buurman Drenthe als eerste een Regenboogprovincie, en gisteren, slechts veertienhonderd eenentwintig dagen later is Fryslân de laatste. Dat was een sneu parkoers van met name het CDA in de Staten, tezamen met de VVD.

Dwarse geesten bij het CDA – oh, het CDA! De lievelingspartij van alle columnisten, sinds haar formatiecongres-show in 2010. Altijd over de verkeerde eigen schaduwen heen springend, zich verschuilend achter een Groter Gezamenlijk Doel, dat door elke CDA prominent compleet anders wordt uitgelegd. Met name in Brabant, de laatste tijd.

Welnu, ze stemden gisteren met vijf voor en tegen waren mw. Prins-Meindertsma, dhr. Algra en dhr. Aalberts. Ik denk, ik noem de namen maar even. Ze staan als tegenstemmers naast de complete PVV- en de complete FvD-fracties, namelijk. Interessant.

En wat was VVD-gedeputeerde Avine Fokkens bang dat ze in een frame zou worden gedrukt, bij Omrop Fryslân. Want ja, met zo’n vlag stel je toch écht dat LHBT’ers anders zijn, en dat wilde ze niet. Dat iedereen anders is, en dat de hele moderne discussie over acceptatie van LHBT’ers juist niet gaat over assimilatie, maar in alle kleuren onderdeel zijn van de maatschappij, is Fokkens ontgaan. Vooral bang dat Fryslân, maar ze bedoelde natuurlijk zichzelf, in een frame van homofobie zou worden gedrukt. En in een onbegrijpelijke kronkel van haar geest betekende dat, dat je tegen de regenboogvlag moet zijn. Maar goed, die fractie stemde voor, op dhr. Dijkstra na.

Teus Dorrepaal is een naam om te onthouden, voor het lichte TV-drama dat hierover kan worden gemaakt. Tot een jaar geleden was hij Statenlid voor het CDA in Fryslân, en hij is homo. Over zijn eigen coming out schreef hij het bioboek ‘Praat er maar niet over’. In een interview bij de EO noemde hij zichzelf misvormd door hoe er met hem om is gegaan in het grefo-milieu waar hij toentertijd zijn coming out had.

In de Leeuwarder Courant zette hij in 2016 een ingestuurd stuk, met de titel ‘Laat regenboogvlag maar in de kast’. Wat hebben LHBT’ers aan zo’n vlag; we kloppen ons maar op de borst; het is toch al geregeld; en het wordt nog druk met vlaggen op het provinciehuis, aldus de CDA’er met vlaggenmastvrees. Niet over praten, zei hij, in geen enkele poging om zijn verminking de volgende generatie LHBT’ers te besparen. Die scheve redenatie is totaal achterhaald, maar dreunde nog lang na in de gangen van het Friese provinciehuis.

Dorrepaal is nu geen Statenlid meer. En het Friese CDA en de Friese VVD hadden ook buiten Sipke Jan Bousema gerekend. De TV-producent verhuisde in tijdje geleden terug naar zijn geboortegrond, en keek vervreemd om zich heen. De hele schaamtevolle vertoning, het hele imago – of frame, zoals Fokkens het noemt – van Fryslân, is gered door Sipke Jan Bousema. In plaats van een gedeputeerde, ging híj naar voetbalclub Drachtster Boys, en hees daar de regenboogvlag.

Waarom? Omdat de Boys willen laten zien dat iedereen welkom is. Moet dat? Ja, want dat er wat aan de hand is in de voetballerij, en eigenlijk in de hele maatschappij, heeft Bowi Jong uit Alkmaar wel laten zien door zijn brief aan de KNVB. Of vooral door de bedreigingen aan zijn adres die daar op volgden. Drachtster Boys hijst de regenboogvlag. Wanneer je bij hen door de poort loopt, dan heb je respect voor die jongen of dat meisje dat misschien anders is dan jij. En daar praten ze wél over, bij de Boys.

Nu is het klaar: Fryslân is ten langen leste Regenboogprovincie. Wat is hier veel over gesproken. Daarmee is de acceptatie van LHBT’ers natuurlijk nog niet klaar, maar we praten er wél over, Dorrepaal. En Dijkstra. En vooral die smiechten van de PVV en FvD. Die, als ik op eerder stemgedrag en op het commentaar op mijn tweet over de uitslag van gisteravond af mag gaan, alleen heel voorwaardelijk voor homo’s zijn.

En die onbegrijpelijke tegenstemmers van het CDA. Oh, het CDA… waar zouden wij als columnisten zijn zonder het CDA.

uitslag stemming

De mislukkende succestentoonstelling ‘Bij Ons In De Biblebelt’

Hij maakte een niet al te gelukkige indruk. Het was een beeld van een zittende Jezus, zonder kleren aan. Baardje en doornenkroon. Ribben die te zien zijn, gezicht op half zeven. Het beeld heet ‘Jezus op de koude steen’. Ik kon niets bedenken uit mijn gereformeerde jeugd over Jezus op een of andere koude steen.

‘Jezus op de koude steen’ – 1510

Deze week nam mijn moeder mij en mijn broer mee naar de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ in het Catharijne Convent in Utrecht, een expositie over de strook van Zeeland, via de Veluwe, naar het Noorden, waar een hoop orthodoxe christenen wonen. Het Jezusbeeld was een van de eerste dingen die we zagen, en stond op de onderste van de drie verdiepingen die de tentoonstelling beslaat.

De onderste gaat over de oorsprong van het protestantisme, namelijk het Roomse geloof. De schatkamer van het museum is daar ook, en die staat, als museum dat fysiek gekoppeld is aan een kerk, vol met Rooms Katholieke kunstwerken. Zoals rijk versierde monstransen, codexen en oude kleden van bischoppen. Zo is ook een reliek te zien dat de koorkap van Bonifatius zou zijn geweest, al bleek bij onderzoek dat dat kleed gemaakt is in de twaalfde eeuw, en we weten allemaal wanneer Bonifatius is vermoord.

In 754 bij Dokkum.

Afijn, het was op die verdieping opvallend rustig. Op aanmoediging van de website van het museum zelf waren we er vroeg naar toe gegaan, en dachten daaronder dat dat weer zwaar calvinistisch van ons was geweest. Maar toen kwamen we er op de bovenliggende etage achter dat het wel degelijk zeer druk was; de bezoekers liepen gewoon snel door die Roomse uitdragerij heen. Ze moesten niets hebben van al die pracht en praal, en dat sterkte bij mij het idee dat ik toch al had toen ik om mij heen had gekeken bij de kassa.

Namelijk dat hier vooral mensen uit de biblebelt zelf op af komen. Wij, als Friezen, waar toch ook nog wel behoorlijk SGP wordt gestemd, hoorden daar trouwens ook bij. Ik zag verder veel lange rokken bij de vrouwen, veel kort en vooral grijs haar, en alles behalve spijkerbroeken bij de mannen. Dagblad Trouw had een stukje over deze expositie, en daarin staat dat het Catharijne Convent zich vooral richt op de museumkaarthouders. En nu lijken die soms wel wat op biblebelters, maar ik kreeg niet het idee dat dat het grote deel van de bezoekers uitmaakt. Maar goed, daar komen we vanzelf wel achter wanneer het Catharijne Convent de jaarcijfers bekend maakt.

We liepen verder en zagen prachtige foto’s, in opdracht van de expositie gemaakt, van bijvoorbeeld jonge stellen uit de biblebelt. We zagen herkenbare dingen zoals het bord in kerken waar de psalmen voor de dienst op staan. Filmpjes van interviews met biblebelters over hun leven, waar dan uiteindelijk ook één homo vertelt over hoe het hem niet makkelijk wordt gemaakt. Verder eigenlijk weinig waar een bilbebelter zich aan kan storen, hoewel er evident zaken zijn die wringen in die gemeenschap.

En dat maakt het bezoek aan deze expositie toch ook wat ongemakkelijk. In Trouw zei de samensteller dat het ze niet gaat om het zoeken van de confrontatie, omdat het bedoelde publiek de ongemakkelijkheden zelf wel begrijpt. Maar ik vraag me af of het publiek dat ze ‘bedoeld’ hadden, nu wel komt. Ik heb sterk het idee dat er mensen op af komen die naar zichzelf kijken. Zichzelf wijs makend dat ze met al die gereformeerde en hervormde zelftuchtiging goed bezig zijn op de smalle weg, in plaats van de wereldlijke verlokkingen van de brede weg. Dus zien we nergens afvalligen die duidelijk kunnen maken dat ze dan misschien wel niet meer geloven in een opperwezen, maar dat ze absoluut geen duivels leven leiden, en dat er dus geen reden is voor een heilig superioriteitsgevoel van een ‘refo’. En dan mislukt zo’n idee over ‘ze begrijpen het wel’ toch; assumption is the mother of all fuck ups.

Koffiedrinken met je moeder in Utrecht is erg leuk, maar ik heb mijn twijfels over deze tentoonstelling. Mijn broer en ik hebben nog gezocht om een beeld van een wat meer comfortabele ‘Jezus op de warme steen’. Die heeft ongetwijfeld ergens op een brede weg gestaan, maar was niet te vinden in het Catharijne Convent.

Deze column is, in het Fries, gemaakt voor en uitgesproken op Omrop Fryslân Radio.

Ronnie en Jasper – Hand in Hand

In een nieuwe documentaire van Botte is het verhaal te horen van Ronnie en Jasper, het homostel dat twee jaar gelden in Arnhem in elkaar werd geslagen met een betonschaar omdat ze hand in hand liepen.

De verontwaardiging was toentertijd groot; politici gingen na een oproep van Barbara Barend hand in hand op de foto, zoals Alexander Pechtold en Wouter Koolmees, Mark Rutte noemde de aanpak van anti-homogeweld topprioriteit, en er volgde een grote manifestatie op het Gele Rijdersplein in Arnhem, waar LHBT’s uit heel Nederland en omgeving hand in hand demonstreerden. Iedereen stond pal voor de rechten van LHBT’s en voor de acceptatie.

Hoe groot is de deceptie na twee jaar van rechtszaken. Hoor het zondag 30 juni om 21u in RadioDoc op NPO Radio 1.