De regenboogsoap in de Friese Staten

UPDATE 28 februari: Er gaat definitief geen geld naar regenboogbeleid vanuit de Provincie Fryslân.

Aanstaande woensdag stemmen de Friese Statenleden over het ‘regenboogbeleid’ in de Provinsje Fryslân. Gedeputeerde Staten is niet van zins om hier een cent aan uit te geven, ondanks dat Fryslân een Regenboogprovincie is. Bij monde van gedeputeerde Femke Wiersma is regenboogbeleid afgedaan als geen kerntaak en financieel ondermijnend.

Dit stuk schrijf ik vanuit verbijstering, dan weet je dat alvast. Ik schrijf het ook niet als journalist, maar als belanghebbende, in die zin dat ik Fries ben, hoewel ik er al lang niet meer woon, en dat ik homo ben. Ik schrijf dit tevens als behoorlijk ingevoerde, al zeg ik het zelf.

Welnu.

Foto van het Friese Provinciehuis
Provinciehuis Fryslân (foto: Botte Jellema)

Het heeft jaaaaren geduurd voordat Fryslân in 2020 als allerlaatste provincie van Nederland een Regenboogprovincie werd. De discussie over de zin er van mogen we nu nog weer even dunnetjes overdoen. Ten overstaan van PS en GS mogen de homo’s en plein publiek weer hun hele ziel en zaligheid komen tonen. Dat is irritant maar het moet, niet omdat wij zielig zijn of omdat we van suiker zijn, maar omdat we nog steeds in elkaar worden geslagen, worden gepest, uitgescholden en uitgesloten. 

De geschiedenis van Fryslân als Regenboogprovincie

In 2020 heb ik het proces van het worden van een Regenboogprovincie gevolgd en vastgelegd in een radiodocumentaire. De weerstand er tegen, was terug te voeren op één man, Teus Dorrepaal, die jarenlang Statenlid in Fryslân was voor het CDA, in 2019 met pensioen ging en in 2022 overleed. Dorrepaal was homo (al moest je dat niet tegen hem zeggen, hij verbrak het contact met je) en leefde zijn hele leven samen met zijn vriend. 

Hij heeft een werkelijk afschuwelijke jeugd meegemaakt, en is daar slecht uit gekomen. Hij schreef daar een sleutelroman over, met de titel ‘Praat er maar niet over’. Het is een verschrikkelijk boek, op alle manieren, maar vooral omdat het een advies suggereert over wat je moet doen als je niet cis-gender en/of niet hetero bent. Voel je je aangetrokken tot hetzelfde geslacht: vooral niet over praten.

Dorrepaals mening over LHBT+ deelde hij in 2016 in een cruciale Statenvergadering over het worden van Regenboogprovincie, waar ik fragmenten uit laat horen in de documentaire. Hij weet de hele vergadering om te krijgen, van links tot rechts, met christelijke platitudes en drogredeneringen. Het komt er op neer dat homo’s niet anders zijn, niet anders moeten zijn, en niet anders behandeld moeten worden. Het is echt stuitend.

Om de simpele reden dat dit in de praktijk niet kan, want LHBT+ wordt wél anders behandeld. Vernederd, gepest, en in elkaar getrapt.

Net zoals inbreken bij wet is verboden, en niemand zal zeggen dat hij steelt, is de praktijk weerbarstig en zien we in de bouwmarkten schappen vol met sloten en diefstalwerende materialen, en kan je op de website van de politie (overheid dus) uitgebreide informatie lezen over hoe je inbraak zoveel mogelijk kan voorkomen. Praat er dus over. Deze metafoor veegt eigenlijk alles wat Dorrepaal zei meteen van tafel, maar zo makkelijk gaat dat in de Friese Staten dus niet.

Een Statenvergadering waarin LHBT+ het allemaal nog een keer nóg een keer mag uitleggen

Goed, terug naar nu. Want Dorrepaals stem galmt nog altijd door het provinciehuis. Twee weken geleden mocht LHBT+ dus in de Statenzaal komen om hun ziel weer eens bloot te leggen – LHBT+ wel, de potenrammers gingen die avond gewoon lekker Netflixen of weet ik veel. 

Aanwezig was ook iemand van de marginale ‘homobelangenclub’ Roze Leeuw. Twee dingen over Roze Leeuw: het is een raar domrechts clubje dat regenboogvlaggen verbrandt en exact dezelfde destructieve en meritocratische mening er op nahoudt als Dorrepaal deed; en het is een club die zichzelf keer op keer in de kijker weet te spelen.

Journalisten uit de hele natie trappen er iedere keer weer in: ze komen naar demo’s met de voorzitter en de vicevoorzitter (zie anti-voorleesmiddagdemo van vorige zomer in Rotterdam), want meer leden komen niet opdagen of zijn er domweg niet. En wat heerlijk voor journo’s om dat een ‘tegengeluid’ op te kunnen schrijven, ook al is dat dan compleet uit balans en een valse voorstelling van zaken.

Dus even voor journalisten die Roze Leeuw googlen en alleen deze zin lezen: het is een marginale, domrechtse club zonder substantiële aanhang. Check gewoon even hoeveel volgers ze op insta hebben en vergelijk dat getal met dat van GSA netwerk. Negeren, want geeft vertekend beeld. Bedankt.

Dorrepaal in 2024

Nog iets over die Roze Leeuwer. Hij was helemaal vanuit Noord-Brabant gekomen, om tegen regenboogbeleid in algemene zin te adviseren, want ‘als je zielig genoemd wordt dan wordt je vanzelf zielig’ (of zoiets onsamenhangends zei hij), en je kan beter stadswandelingen organiseren. Dat laatste was zijn letterlijke advies aan de leden van de Provinciale Staten van Fryslân.

Dit is een bekende drogredenering van de Roze Welpjes: zogenaamd ‘misplaatst slachtofferschap’. De club bestaat uit types die maar niet kunnen inzien dat het van veel privileges getuigt als je zonder problemen uit de kast kan komen, zonder problemen LHB kan zijn (T is voor hen om idiote redenen ook ingewikkeld), en vooral: dat ‘normaal’ een heel problematische term is, en ‘normaal doen’ een stupide opdracht is. Hier is al zoveel over geschreven, hebben ze allemaal nooit gelezen.

PVV en FVD in de Staten waren natuurlijk uit de schroeven over deze jongen. CDA (hoi Dorrepaal!) vond het ook echt helemaal fantastisch, wat een dappere mening, en ze zullen het zeker meenemen in de beraadslagingen. En dat helemaal vanuit Noord-Brabant, bedankt voor de ondernomen reis, we laten je als eerste spreken, zodat je de trein terug nog kan halen, echt heerlijk, wat een schat!

Opvallend hoe PVV even later een vanuit Frankrijk overgekomen insprekende Friese homo uitgebreid de maat nam over wat hij eigenlijk wel niet over Friesland meende te weten. Een man die in de jaren ’80 in Friesland woonde en de nodige gruwelijkheden heeft meegemaakt (mocht hij allemaal vertellen, niemand viel het op dat hij zichzelf niet zielig vond). Geen bedankje voor de reis.

Maar vertel me nog een keer dat ik een voorkeursbehandeling wil.

Femke Wiersma en haar ongeïnformeerde drogredenen

Ik heb de helft van deze Statenvergadering gezien, toen kon ik het niet meer aan. Dat kwam door de inbreng van Femke Wiersma, gedeputeerde en BBB’er. En televisieboerin en iemand die het prima vindt dat er asbest in de fik wordt gestoken op onze snelwegen. Zij begon aan haar betoog, en wist de insprekers te bedanken alsof hun inbreng over het type asfalt op de de N356 ging, waarna ze elke vraag van andere PS-leden beantwoorde met: het is geen kerntaak en er is geen geld.

Eerst even dat laatste. Het gaat om zo’n 50.000 euro. Het provinciebudget is ongeveer 525 miljoen euro. Dus het gaat om 0,01% van de begroting. Maar nee, regenboogbeleid zou de financiële ‘weerbaarheid’ van de provincie ondermijnen. Weet iemand trouwens wat zo’n avondje vergaderen over 0,01% van het budget kost?

Dan de ‘kerntaak’. Wiersma vindt dat de provincie geen sociale taken heeft, waarbij ze hint op de WMO uit 2015, maar ook weer niet letterlijk, want zo goed heeft ze het niet voor ogen, en haar ambtenaren zullen haar dat ook wel uit haar hoofd praten. WMO is te saai om te googlen, maar het komt er op neer dat zo’n tien jaar geleden zorg en welzijn uit de provinciale takenpakketten werd gehaald en naar gemeenten is overgeheveld. 

Misschien kan je je herinneren dat we in de afgelopen tien jaar krankzinnig veel verhalen horen over de problemen bij de jeugdzorg. Nou, dat kwam onder andere hier door. Wat je misschien niet hebt gehoord, maar ik wel, doordat ik die docu maakte, is dat COC Fryslân daardoor ook bijna al het budget kwijt raakte. 

De subsidie van de provincie Fryslân aan COC Fryslân is na 2015 gestopt. De consequenties waren gigantisch; ze konden het pand niet meer betalen en er werd personeel ontslagen. Erger nog… tot dan werden er jaarlijks 125 voorlichtingslessen op middelbare scholen gegeven door COC Fryslân. In 2019 werden er nog maar zo’n veertig voorlichtingslessen gegeven in Fryslân.

Een van de insprekers was psycholoog Cees van der Meer, die in nette woorden haarfijn uitlegde hoe het staat met LHBT+ in Fryslân. Zelfs FVD en PVV leden schrokken van wat hij zei. Wiersma deed niets met deze informatie.

Het is gekmakend, en dan heb ik het er nog niet eens over dat je op de website van Provinsje Fryslân in het kader van kerntaken een aantal heel leuke dingen voor de mensen kan vinden. Wiersma zelf gaat bijvoorbeeld over een programma Landelijk Gebied, en over erfgoed. En er zijn natuurlijk allemaal subsidietjes, aan van alles en nog wat, oh en Wiersma wees er op dat LHBT natuurlijk altijd subsidie kan aanvragen. Je maakt heus kans!

Femke Wiersma’s bijdrage was inhoudsloos, slap en apathisch. Het was een beschamende vertoning. Voortdurend buigend naar ‘haar ambtenaar’, voor hoe dat interne beleid ook weer heet, je weet wel, voor de homo’s en zo, iets met inclusie, nah, ik kom er wel op. En niet in staat om een toch tamelijk duidelijke vraag van een PvdD-statenlid (aartsvijand dus, sowieso) fatsoenlijk te beantwoorden.

Opinie

180 (HONDERDTACHTIG) vertegenwoordigers van allerlei organisaties roepen dit weekend de Staten op om wel in actie te komen. Het stuk staat in de Leeuwarder Courant (achter hun betonnen betaalmuur, want waarom zou je een opiniestuk, dat je niet zelf hebt geschreven, en dat van maatschappelijk belang is, publiekelijk leesbaar op je site zetten). Het is een vriendelijk artikel, waar in duidelijk woorden wordt uiteengezet waarom er een actief Regenboogbeleid moet komen. Ze geven veel voorbeelden waarom het moet, en het sluit aan op wat de insprekers twee weken geleden hebben gezegd.

Dit is het artikel, en de Leeuwarder Courant kan echt de boom in met hun betaalmuur voor dit

Ik voeg hier even een screenshot in van een denigrerende social post van dit weekend van de Nederlandse rapper ‘Moeman’, die naar de film ging en in een reclame twee jongens zag zoenen. Wat hij er bij zet is iets dat je over geen enkele andere bevolkingsgroep zou kunnen zeggen zonder dat de pleuris uitbreekt. De post staat gewoon live op Threads, te zien voor zijn duizenden jeugdige volgers, 570 likes. 

Dit gebeurt natuurlijk noooit in Friesland, Friesland doet dit noooit, in Friesland heeft niemand zo’n mening, er zijn in Friesland überhaupt geen volgers van Moeman, want Friesland is exceptioneel! Praat er niet over!

Maar vertel me nog een keer dat ik een voorkeursbehandeling wil

LHBT+ wil geen voorkeursbehandeling, we willen een gelijke behandeling, zoals in de grondwet staat, en die krijgen we niet, en over iets niet praten is in de geschiedenis van de mensheid nog nooit ergens goed voor geweest.

Ik hou van Fryslân. Maar dat godvergeten nationalistische exceptionalisme (voor Femke: bord met Friese vlag voor de kop) van sommigen daar, is echt beschamend. Eerst niet willen luisteren naar LHBT+, want waarom zouden die een voorkeurspositie moeten hebben (echt, daar ging het over, letterlijk, het is toch onbestaanbaar, het is verjamme 2024 en ‘homo’ is nog steeds een van de meest gebruikte scheldwoorden op scholen en voetbalvelden, maar vertel me nog eens dat ik een voorkeursbehandeling wil). 

Daarna er een eeuwigheid over doen om Regenboogprovincie te worden. Was het niet voor de uitputtende inspanningen van Sipke Jan Bousema, dan was het niet eens gebeurd.

En nu er geen geld voor willen uittrekken. Oh trouwens, elf andere Nederlandse provincies doen het wel, maar daar moet je natuurlijk niet naar kijken, wat weten zij nou, neem Noord-Brabant, hoeven we niets van aan te nemen.

Het gaat om peanuts op de begroting, en provincies gaan helemaal zelf over hun taken. Ik denk dat het duidelijk is wat de Staten woensdag moeten doen. In de heldere woorden van de opinieschrijvers in de Leeuwarder Courant: ‘Gedeputeerde Staten pak het op! In Friesland willen we dat iedereen zich ‘wolkom’ voelt.’ 

PS: Wil je het COC steunen? Dat kan hier.

‘Wat Blijft’ over Helmert Woudenberg

In november overleed acteur Helmert Woudenberg. Hij was een van de oprichters van het baanbrekende gezelschap Het Werkteater, speelde in films, in televisieseries, en in zijn eigen solovoorstellingen. Zijn leven was getekend door de NSB-geschiedenis van zijn familie. Die geschiedenis nam hij mee het podium op: hij wilde een stem geven aan personages, zonder daar een oordeel over te geven. Hij had een grote werkdrift en wilde het liefst zo vaak mogelijk spelen. Op de dag van zijn overlijden zou hij ’s avonds ook weer op het podium staan. Maar de oorlogsgeschiednis tekende hem ook in zijn privéleven.

Wat Blijft van Helmert Woudenberg, is te horen in een aflevering die ik voor HUMAN en NPO Radio 1 maakte.

Ook te vinden en te horen op de website van NPO Radio 1.

Gemaakt door Botte Jellema, redactie Adinda Akkermans en montage Alfred Koster.

‘Wat Blijft’ over Erwin Olaf

Fotograaf Erwin Olaf wilde dat zijn werk na zijn dood op een goede plek te zien zou zijn. Dat is gelukt: zijn ‘Hope Portrait 5’ hing als eerste foto ooit in de eregalerij van het Rijksmuseum. Maar ondanks dat hij grote internationale bekendheid verwierf, zijn werk tot Nederlands erfgoed werd benoemd en hij hoffotograaf was, bleef Erwin Olaf ook altijd onzeker.

Botte Jellema volgt zijn spoor terug met curator Mattie Boom van het Rijksmuseum, waar het werk van Erwin Olaf in de collectie is opgenomen; met fotoconservator Wim van Sinderen, die een grote omslag zag in Erwins werk nadat hij aanvankelijk bekendstond om zijn shockerende foto’s van piemels en sperma; en met fotograaf Jasper Groen, die veel van hem leerde als zijn stagiair: “Als Erwin de studio in kwam dan vulde hij meteen de ruimte met energie, zoiets heb ik met niemand anders meegemaakt.” 

De aflevering is te vinden in elke podcastapp en op Spotify.

Veel dank aan Mattie Boom, Wim van Sinderen en Jasper Groen. In de documentaire is met dankbaarheid gebruik gemaakt van fragmenten uit videowerk van de Studio Erwin Olaf en Pim Hawinkels, de twee documentaires die Michiel van Erp maakte over Erwin, On Beauty and Fall en The Legacy, de podcast van het Rijksmuseum, Zomergasten en College Tour. Tot slot veel dank aan redacteur Adinda Akkermans.

Dag

Na een kleine anderhalf jaar ben ik onlangs gestopt met freelancen bij de NOS, waar ik met name als redacteur bij podcast De Dag werkte. Van mijn lieve collega’s daar kreeg ik deze fantastische dagkerstbal, en twee extraspeciale radioballen! Het was een bijzondere tijd, die ik even wil memoreren.

Het was een heel interessante episode, werkend bij zo’n groot nieuwsinstituut. In die periode waren er grote nieuwsgebeurtenissen, zoals de aanhoudende oorlog in Oekraïne, waaronder het opblazen van de dam, de presentatie van het landbouwrapport van Remkes en het sneuvelen van het landbouwakkoord, twee grote aardbevingen, verkiezingen, het overlijden van de Queen, en als laatste, voor mij, de oorlog in Gaza. 

Ook was de NOS zelf in het nieuws, wat indrukwekkend was om te zien gebeuren van achter de schermen. Als freelancer en tijdelijke deeltijdkracht kreeg ik het mee, maar verder sta ik er op afstand van.

Wat ik het moeilijkst vond aan dit werk was dat het veel ‘korte baan’ is. Nieuws gaat snel, en de rol van de NOS daar in is helder: vooraan, en met als oogmerk zorgvuldigheid en objectiviteit. Bij een dagelijkse podcast is het tempo dan misschien nog van de traagste in de organisatie, en daarom vond ik het tof om te doen. Maar zelfs bij De Dag gaat het sneller dan wat voor mij comfortabel is. 

Ik ben van de lange baan, en dat blijkt een kerneigenschap van me te zijn. Daar ben ik nog maar weer eens achter gekomen. Ik kijk met bewondering naar het gemak waarmee de rasechte nieuwsredacteuren dit doen.

Het contact met de correspondenten was bijzonder en inspirerend. Ik heb ze bijna allemaal wel een keer aan de telefoon gehad. Soms over bijzondere eigen verhalen waar ze mee kwamen, soms ook over hoe ze door verwoeste steden in Turkije rondlopen, waar al weken mensen dood onder het puin liggen. Geloof me: het ergste besparen ze ons in hun optredens. Er kunnen uit die hoek wel eens interessante memoires in diverse pennen zitten.

Het was ook heel interessant om te praten met specialisten op de redactie met onderwerpen zoals landbouw, ‘Groningen’, tech, politiek of economie. Mijn taak was het om informatie te verzamelen, te ordenen, te checken, en over te dragen aan de makers, waarvan Marco en Miss De Dag Elisabeth de belangrijksten zijn. Die maken er de volgende dag een aflevering van, en tillen het werk van de redacteuren nog eens naar een nieuw niveau. 

Een van de dingen die deze periode voor mij tekenen, zijn de overlegjes en vergaderingen die ik met hen en de collega-redacteuren had: inhoudelijk, scherp, inspirerend, en niet in de laatste plaats met veel humor.

Podcast De Dag is de grootste podcast van de NPO. Het wordt gemaakt door een relatief klein, maar zeer toegewijd team. In mei van afgelopen jaar presenteerden ze een aflevering live op een podium in Vredenburg – zelfs dat kunnen ze. Ik mocht daar een bescheiden inspirerende rol bij spelen. 

Veel dank aan de NOS’ers. Mijn tijd daar was relatief kort, wat van begin af aan ook de bedoeling was, al werd het wel steeds meer. Ik ga verder met het maken van reportages en documentaires.

Dit weekend verschijnt bijvoorbeeld een ‘Wat Blijft’ van mijn hand over Erwin Olaf, in podcastvorm en op NPO Radio 1. Ik blijf in eerste instantie een maker, en dit was weer een onwijs inspirerende klus. Tot mijn vreugde mag ik er in het komende jaar nog een aantal voor HUMAN maken. 

Nogmaals dank aan de NOS’ers en met name de collega’s van De Dag, what a ride! En bedankt voor de ballen :) Leve de radio, leve de podcast!

Waarom er een hoofdstuk ‘Sabotage’ in het rapport over De Knip moet komen

De afgelopen zes weken liep er een verkeersproef in de Amsterdamse binnenstad. Een woonwijk die door autoverkeer afgescheiden is van de rest van de stad, was er even weer onderdeel van. De ‘knip’ in de Weesperstraat en omliggende straten, was een proef om de leefbaarheid te verbeteren. Maar automobilisten zijn gevaarlijk en niet te onderschatten; de proef lijkt aan alle kanten gesaboteerd.

De proef is nu afgelopen en in het najaar komt er een rapport over de proef. In deze blog leg ik uit waarom ik vind dat er een hoofdstuk over sabotage in het rapport moet komen. En aan de hand van de geschiedenis van de Weesperstraat wil ik uitleggen waarom ik vind dat de knip definitief moet worden. Dan weet je dat alvast.

Het probleem

We rijden in Nederland in steeds meer auto’s, die bovendien steeds groter en zwaarder worden, en (mede daardoor) ook smeriger zijn. Ondanks alles. Ik zie dat voor mijn deur gebeuren: ik woon nu tien jaar in De Plantage in Amsterdam, een van de buurten waar De Knip om draait. Deze buurt is een gekende route voor sluipverkeer, en notoir gevaarlijke weg door de quasi-Max Verstappentjes die goed zijn in het omzetten van zelf gekochte benzine in geluid.

Ik heb dit verkeer voor mijn deur in de afgelopen tien jaar zien veranderen. En het is ook geboekstaafd:

Nieuw verkochte auto’s zijn in de afgelopen tien jaar 100 kilo zwaarder geworden. Dit komt vooral door de opkomst van SUV’s, stelt Green NCAP, een Europese organisatie die onderzoek doet naar de groene claims van autofabrikanten. Door de gewichtstoename zijn nieuwe auto’s minder zuinig en vervuilender geworden, stellen de onderzoekers. Dat komt doordat de auto’s meer energie verbruiken onderweg, maar ook omdat productie en recycling van zwaardere auto’s meer energie kost.Trouw 2023

Die vieze auto’s rijden in groten getale door de stad, ook als ze er niet hoeven te zijn. Dat is een probleem, en dat dit zo is daar twijfelt niemand aan. In gewijzigde_versie_verkenning_oostelijke_binnenstad.pdf, te vinden op de website van de gemeente Amsterdam, wordt uiteengezet welk probleem er volgens het stadsbestuur is. 

Tussen Weesperplein, Waterlooplein en Oosterdok ligt een verzameling bijzondere buurten. In vergelijking met de rest van de binnenstad zijn ze groen en liggen ze relatief in de luwte. Tegelijk wordt geen enkel deel van Amsterdam zo genadeloos doorsneden door verkeerswegen, met alle bijbehorende leefbaarheidsproblemen.

Dit is voor mij, als bewoner van net een van deze buurten, herkenbaar. Niemand gelooft dat deze hoek bij het centrum van Amsterdam hoort, ook Amsterdammers niet. Het doorsnijden voelt als afsnijden.

Hier zitten autogarages, aan de andere kant clubs. Een weg hier is geasfalteerd met fietspaden er naast, aan de andere kant liggen klinkers. Hier staan verkeerslichten bij de kruisingen, aan de andere kant zijn wegen afgesloten voor autoverkeer. En zeker, het is hier groen, we hebben Artis en een handvol parken en plantsoenen. Maar pleinen zijn er niet, alle ruimte die nog over is wordt ingezet voor auto-, vracht- en tramverkeer. 

Het is waar: de stad is niet één geheel, er is een hele hoek afgesneden, vooral door de Weesperstraat, en in die hele hoek speelt de auto een hoofdrol. Als je het probleem scherp formuleert, dan hebben we nu niet een knip in de Weesperstraat gehad, maar hebben we al decennia een knip in de stad.

‘‘Nu lijkt het net of we de stad opknippen. Maar de Weesperbuurt wás juist ‘opgeknipt’ door de drukke straat, de buurt wordt nu weer gehecht,” zegt Marco te Brömmelstroet, planoloog en universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam in De Volkskrant. Een frisse gedachte.

Vervoersmiddel van de toekomst

Hoe zijn we in deze situatie terecht gekomen, en hoe komen we er weer uit? ‘We kunnen onze problemen niet oplossen met dezelfde manier van denken die we gebruikten toen we ze creëerden.’ Dit is een vaak misbruikt citaat van Albert Einstein, aan wie drie keer zoveel citaten zijn toegeschreven als een mens in een leven kan uitspreken.

Uit de bevolkingsgroei, verstedelijking en de opkomst van de auto in de afgelopen eeuw, is een manier van denken gekomen die ten grondslag ligt aan wat nu de Weesperstraat is. Die manier van denken heeft bepaald hoe de Weesperstraat er nu uit ziet.

In 1967 stelde de Amerikaanse verkeerskundige David Jokinen een plan op voor Amsterdam. Het was radicaal, en kwam er eigenlijk op neer om een groot deel van de stad, waaronder de hele Pijp, te slopen, ten gunste van snelwegen. De visie van Jokinen was in lijn met die van grote planologen van die tijd, zoals Robert Moses, die grote invloed had op de ontwikkeling van New York. 

De auto stond centraal: dat was het vervoersmiddel van de toekomst. Voor de auto moest ruim baan worden gemaakt, ook in de Nederlandse steden. We zouden wonen in rustige suburbs, en voor werk, winkelen en uitgaan, konden we eenvoudig over snelle en comfortabele wegen naar de binnenstad zoeven.

Er zijn fotomontages en tekeningen van het plan uit die tijd. Met de kennis van nu is het krankzinnig: honderden gebouwen die nu ettelijke miljoenen waard zijn, zouden afgebroken zijn ten gunste van snelwegen. Deze plannen waren er niet alleen voor Amsterdam: Jokinen maakte ze ook voor Den Haag. Als je echt wil huilen, moet je een keer naar Utrecht gaan en het gebied rond Hoog Catharijne bekijken.

Het is goed om je te realiseren dat anno 1967 in Nederland 1,5 miljoen auto’s waren. Dat zijn er momenteel 9 miljoen. Je zou dus, als een hondje in een brandende kamer, kunnen zeggen dat Moses en Jokinen gelijk hebben gekregen: het was het vervoersmiddel van de toekomst.

De lege binnenstad

Infrastructuur moest de ruimte krijgen, zo staat in Jokinens boekje ‘Geef de stad een kans’ over Amsterdam. Het klinkt nu als een absurd idee, maar er is een context. Om te beginnen waren er dus substantieel minder auto’s dan er nu zijn. Het was ook niet een enorm probleem om er mee te rijden: je kon ‘m overal wel kwijt, bijvoorbeeld geparkeerd op De Dam. Niet dat er in steden als Amsterdam geen probleem ontstond; sinds 1964 waren er parkeermeters in de stad. 

Een ander deel van de context is dat Amsterdam gehavend uit de Tweede Wereldoorlog was gekomen. Met name het deel waar we het over hebben, de oude Joodse buurt, was deels verkrot en verlaten. Over deze vreselijke geschiedenis is nu veel te vinden in de musea in deze buurt, zoals het Holocaust Museum (voormalig Hollandsche Schouwburg) en het Verzetsmuseum. Het zou nog tot ver in de jaren ’80 duren voordat de oude Joodse buurt wat gebouwen betreft hier enigszins van was hersteld. In 1967 was nog de grote vraag ‘hoe’.

Tot slot waren de oude binnensteden toen uit de mode. De huizen waren er oud en klein, en de straten waren smerig en gevaarlijk. Zo rond de jaren ’50 was het eerste stadium van de wereldwijde urbanisatie klaar. Er volgde een trek de oude steden uit. Dat gebeurde voor een belangrijk deel naar nieuwe steden en buitenwijken, als tweede stadium van urbanisatie. De oude binnensteden liepen leeg; mensen gingen op zoek naar ruimte, rust en schone lucht.

Dit gebeurde ook in Amsterdam. In 1960 woonden er 870.000 mensen in de hoofdstad, en dat was een voorlopig hoogtepunt. Het aantal inwoners daalde met bijna 200.000, tot 657.500 in 1985. Daarna steeg het weer, en de hoofdstad is pas nu, in 2023, bijna weer even ‘groot’ als in 1960. 

Kortom: er kwam ruimte in de steden; de oude huizen voldeden niet meer aan de wensen van de tijd; en we gingen in de voorsteden wonen met een auto voor de deur. Dat was de manier van denken die we gebruikten toen we het huidige probleem creëerden. David Jokinen schreef het op.

Schildpad

Jokinens plan is deels uitgevoerd, in Amsterdam. Vanaf het Prins Bernhardplein, bij het Amstelstation, loopt een vierbaans autoweg de stad in: de Wibautstraat. Na het Weesperplein heet deze straat Weesperstraat, en die was tot voor kort ook vierbaans. Bij het Waterlooplein loopt een brede straat de oude stad in richting het Centraal Station: de Jodenbreestraat. Die is niet zo lang.

Vlak na het Rembrandthuis wordt de straat plotseling heel smal. Het pleintje daar is eigenlijk een brede brug, bij de Sint Antoniesluis. Breed genoeg voor een vierbaans autoweg. Maar daar zijn ze gestopt met de aanleg van de snelweg dwars door de binnenstad.

Dit punt wordt gemarkeerd door een opmerkelijke zuil, die rust op een schildpad. Op de sokkel staat:


tot hier verdween het oude stadspatroon
van hier begon de stadsvernieuwing
in deze buurt
ter herinnering werd in 1986
dit gedenkteken opgericht

Want er woonden nog wél mensen. In de Nieuwmarktbuurt was fors verzet tegen de aanleg van de ‘Lastageweg’, de snelweg naar de Prins Hendrikkade en het station. De buurt had er deels voor moeten worden gesloopt, zoals ook bij de Weesperstraat was gebeurd. Die had er uitgezien zoals de Utrechtsestraat nu nog: smal, tramlijntje, winkeltjes met woningen er boven. Daar was niets meer van over.

Toen naast de plannen voor een snelweg door de Nieuwmarktbuurt er ook nog forse sloopplannen voor de aanleg van de metrolijn door de buurt bij kwamen ontstond er protest. Met rellen. Dat ging er heftig aan toe: ME, rookbommen, waterkanonnen, traangas, bezettingen, stenengooien en wapenstokken.

Het kostte een wethouder z’n baan. De Oostlijn is er gekomen, maar de snelweg niet. De schildpad herinnert er aan. Overigens sprak het stadsbestuur na de aanleg van de oostlijn uit dat ze nooit weer een metro zouden aanleggen in Amsterdam. Zulke enorme problemen wilden ze nooit weer.

That went well.

Vierbaans autoweg dwars door Amsterdam

Geen snelweg naar het station dus. Maar de autoweg Weesperstraat stopte niet bij het Waterlooplein. Via de Valkenburgerstraat kom je bij de IJ-tunnel. Die werd in 1968 geopend, en is een autoverbinding tussen de Prins Hendrikkade en Noord. Je kon nu vanaf het Prins Bernhardplein comfortabel en snel over het gladde asfalt van een vierbaansweg dwars door de stad via een tunnel naar Noord zoeven, en andersom.

Ruim vijftig jaar later doen gemiddeld 28.000 auto’s per dag dit. Deze verbinding is meer dan vijftig jaar een kans voor veel automobilisten, die zich genesteld heeft in hun mental map van de stad. En in hun navigatiesysteem dat automatisch alternatieve routes voorschotelt als er vertragingen zijn, desnoods dwars door de stad, desnoods dwars door woonwijken.

Zo’n beetje de helft van het verkeer op de Weesperstraat heeft geen bestemming in de stad zelf. Het levert een van de meest gore en giftige straten van Nederland op. Nog bedankt, Jokinen.

Afstand uitgang IJ-tunnel – Prins Bernhardplein3,3 kilometer
Gemiddeld verbruik auto’s in Nederland, schatting Bovag1 liter op 15 kilometer
Verbruik gemiddelde auto op dit traject0,22 liter
Dagelijks aantal auto’s op traject volgens gemeente Amsterdam28.000 voertuigen
Dagelijks aantal liters brandstof verstookt op traject6.160 liter
Tankinhoud gemiddelde auto50 liter
Aantal leeggereden tanks op dit traject per dag123,2 tanks
Aantal meters op traject per tank26,8 meter
Op het traject van de Valkenburgerstraat en de Weesperstraat wordt elke dag om de 27 meter een volle tank benzine verstookt.

Het afsluiten van een weg in Amsterdam

Het huidige stadsbestuur wil minder auto’s in de stad. Maar hoe krijg je de Weesperstraat uit de kaarten van de navi’s en de hoofden van de automobilisten? Het is de afgelopen weken the hard way geprobeerd: de Weesperstraat en omliggende straten gingen dicht. De buurten in en uit kon alleen via de stadsring S100 en de Kattenburgerstraat (dat is een hoofdstuk apart, daar ga ik nu niet op in, maar de overlast daar tijdens de proef was naar, en had moeten worden voorkomen).

Met De Knip had stadszender AT5 echt een field day in de afgelopen zes weken. Veel vox pop met geklaag, iedereen en hun oma had er last van. Ook bij een nieuwsbericht op de site van de gemeente schreven veel gefrustreerde automobilisten over mislukte of langer durende ritjes, waarbij het woord ‘onbegrijpelijk’ veel werd gebruikt.

Maar onbegrijpelijk is het niet. Je kan natuurlijk besluiten dat je het niet wil begrijpen.

Het is niet ook voor het eerst dat er een belangrijke weg in Amsterdam wordt afgesloten. Tot afgelopen voorjaar was een van de belangrijkste uitvalswegen aan de oostkant van de stad, de Piet Heintunnel, meer dan anderhalf jaar (!) dicht. 

En in ditzelfde centrum zijn legio wegen afgesloten. Je kan niet meer voor het station langs met de auto; bij het Muntplein kan je niet meer de Vijzelstraat op of af; het Rokin is éénrichtingsverkeer; en dan heb ik het nog niet over de talloze kleinere paaltjes en perkjes.

De vreemde dingen die gebeurden tijdens de proef

Er gebeurden tijdens de proef een paar vreemde dingen, die ik zelf zag, omdat ik midden in het gebied woon waar het bij De Knip om gaat. Het werd in mijn buurt namelijk niet stiller, maar juist drukker met autoverkeer. 

Ik heb er veel over nagedacht, maar ik kon er geen verklaring voor bedenken. Misschien was er onduidelijke bebording ergens, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk. In de eerste week had je niet al te snuggere automobilisten die misschien dachten dat ze de afsluiting in de Weesperstraat konden omzeilen door hun uitmuntende kennis van de straten van de stad – straten die de gemeente gek genoeg ook kent, en die daarom dus ook afgesloten waren.

Communicatie dan? Ik ken niet alle navi-apps, maar ik checkte er een paar en allemaal wisten ze van de knip. Overal stonden omleidingsborden (overigens staan hier altijd overal veel te veel en ook verouderde borden, dus daar is wel wat te winnen in het algemeen). De gemeente had een brief gestuurd aan zo ongeveer de helft van de stad. Er was een site, er waren artikelen in de regionale media… ‘Communicatie’ kan altijd beter, het staat in de conclusies van 98% van de rapporten wereldwijd, maar ik zie dat niet als een verklaring voor het drukker worden van De Plantage.

Het was vreemd. Alsof mensen zich hadden voorgenomen om onzinnige extra stadskilometers te maken om de proef te ondermijnen.

Er waren in de eerste week automobilisten, van het soort dat selectief onder een steen leeft en geen enkel verkeersbord leest, die zichzelf klem reden in de knip. Woest gingen ze op zoek naar een manier om er toch door te komen, en die vonden ze bij De Hortus. Daar is een trambaan over gras en een fietspad, en tientallen auto’s gingen daar overheen om zo de knip te omzeilen. Dit is ook sabotage – later stonden hier verkeersregelaars.

Op een middag zag ik een aantal dit doen, en fotografeerde dat met mijn telefoon. Voor mezelf, misschien voor de socials, maar alleen voor verslaglegging. Dat is namelijk mijn werk. Uit een witte, over het fietspad rijdende benzine-Mercedes (drie fouten) siste een automobilist ‘NSB’er’ naar me. Toen dacht ik: oh ja, je hebt gelijk, ik kan deze foto ook naar de politie sturen. Best een goed idee, als repercussie voor precies deze opmerking in de oude Joodse buurt, naar een buurtbewoner.

Sabotage by wifi

Zondag 2 juli, ongeveer halverwege de proefperiode, zat ik op een bankje bij de Anne Frankstraat. Daar was de Latjesbrug ‘geknipt’, om sluipverkeer te voorkomen. Ik telde daar in twaalf minuten 55 omkerende auto’s. Omgerekend naar een uur zijn dat er 275 – er stond de hele middag file in De Plantage. Dat is een stoet van twee kilometer aan auto’s, elk uur, in een oude Amsterdamse woonwijk. 

Toegegeven: dat was wel het drukst dat ik het heb gezien, maar hoe is het mogelijk dat zoveel automobilisten denken: oh, ik kan niet door de Weesper, ik probeer het via de Anne Frankstraat – dat kan vast wel.

Arrogantie? Onnozelheid? Sabotage? Zeg het maar. De eerste twee verklaringen lijken me onwaarschijnlijk, voor zoveel auto’s. De derde is best mogelijk. Ik kan me iets voorstellen bij een aanpassing in Google Maps die door iets of iemand is gedaan, waardoor alle navi’s op dat systeem aangaven dat je door de Anne Frankstraat kon. 

Ik weet het: dit is speculatief, maar om eerlijk te zijn vind ik het niet zo onwaarschijnlijk. Het vergt niet meer dan een rancuneuze GroenLinks-hater en een muffe zolderkamer met wifi.

Het was zo’n droevig gezicht. Hier zag ik de proef mislukken: auto na auto na auto. Airco aan, navigatie aan, en door de frustrerende stadsfile zwaar op het gaspedaal. Ronk. Alsof het idee had postgevat dat het maar het beste was om nu heel veel extra uitstoot te veroorzaken, zodat de meters bij de proef diep in het rood zouden slaan. Wat de meters zonder twijfel deden – de straten op Google Maps waren in ieder geval dieprood van het stilstaande verkeer in de woonwijken.

Dit was één incident, op één middag, op één plek bij de knip, dat ik toevallig zag. Ik hoop dat de gemeente goed gaat onderzoeken wat er allemaal precies aan vreemde dingen zijn gebeurd in de afgelopen proefperiode. En dat ‘Sabotage’ een hoofdstuk wordt in het rapport.

De rol van de media

Sabotage was er ook door de media. Als ik op YouTube zoek op ‘knip amsterdam’ krijg ik een handvol filmpjes van AT5 met negatief commentaar op De Knip. Geen enkel positief bericht.

In de media was ook alle ruimte voor de sabotage van Ploos van Amstel, pardon Jhr. Dr. Walther Ploos van Amstel, lector City Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam. Die komt overal met deze kritiek, ook weer herhaald in Het Parool:

Als straks de monteur niet meer bij je wil komen om een reparatie in je keuken te doen, dat vind ik nogal wat. En dat kan echt niet allemaal met de bakfiets.

Dit is een doorzichtige, opruiende drogredenering, en ik verwacht toch echt meer van een HvA-docent. Natuurlijk kan zo’n monteur wel komen, en bovendien kunnen ze wel degelijk met de bakfiets komen. Het wel hebben over ‘verbinden’ en geen woord over mensen die wonen aan zo’n gore weg. Hij wordt overal opgevoerd als criticaster van De Knip, maar met meer dan onderbuikgereutel komt hij niet. En dit soort opmerkingen is exact wat het goed doet op de socials, en dat weet een HvA-docent ook wel. 

Misschien moet hij Het recht van de snelste van Thalia Verkade en Marco te Brömmelstroet toch een keertje echt goed lezen, als hij zo voor die autoluwe binnenstad is. Aanrader.

En wat AT5 betreft: ik snap niet dat je er voor kiest om wel kritisch te zijn op de wethouder, maar niet op de automobilisten. Je hebt een rol in de democratie om burgers met je vragen en reportages te vertegenwoordigen, maar de mensen die aan Valkenburgerstraat en Weesperstraat wonen laat je nauwelijks horen. Dat is raar. Wees kritisch op bestuurders, in beide betekenissen.

Sabotage is efficiënt: je hoeft niets uit te leggen of iets nieuws te bedenken.

Andere manier van denken

Terug naar Einstein en problemen oplossen met een andere manier van denken. Voor het grootste deel hoeft dat denken niet te worden veranderd. Het is helder dat de meeste Amsterdammers voor het aanpakken van de Weesperstraat zijn. Ze verkozen GroenLinks tot grootste partij in de gemeenteraad, of je het nou leuk vindt of niet, en die hebben een coalitie gevormd met een meerderheid die voor De Knip is. Er ligt ook een rijk geïllustreerd plan, die pdf, met een visie over deze straat en de omliggende buurten. Dit zijn enkele teksten daar uit:

Met een minder dominante bezoekerseconomie, kansen voor meer kwaliteit door slimme verdichting, duurzaam en gezond bewegen, rigoureus vergroenen en meer betrokkenheid van buurtbewoners, ondernemers en instellingen. 

Straten en pleinen, waar de sfeer nu grotendeels bepaald wordt door het voortrazend autoverkeer, zijn straks groen ingerichte verblijfsgebieden. 

[De Weesperstraat en Valkenburgerstraat vormen] onaantrekkelijke barrières, waar buurten met hun rug naar toe staan. 

Minder auto’s en langere snelheden betekent in straten meer ruimte voor ontmoeten, werken en verblijven in een omgeving met minder overlast door geluid en geur. 

Lijken me goede redenen voor een definitieve knip. Het volgt allemaal uit de beleidsplannen van deze coalitie:

Onderzoek wijst uit dat veel verkeer (40-60 procent) dat nu nog door de binnenstad en aangrenzende wijken rijdt geen bestemming heeft in dat gebied. De gemeente treft daarom maatregelen om het doorgaande verkeer uit de stad te weren en tegelijkertijd  bereikbaar te houden voor bewoners, bezoek en de noodzakelijke bevoorrading.

We denken nu anders over auto’s, verkeer en wegen. Minder auto’s, smallere wegen en geef de bewoners en het groen de ruimte terug. Zo’n 15.000 auto’s per dag op de Weesperstraat hadden sowieso al niets te zoeken in Amsterdam. En als wandelen en fietsen aantrekkelijker wordt doordat er geen autoweg meer door de buurt loopt, ben je nog een deel van de wagens kwijt. En dan hebben we het nog niet eens over de leefbaarheid voor mensen die aan Weesperstraat en Valkenburgerstraat wonen.

Rancuneuze GroenLinks-hater met wifi

‘Doel van die pilot is het in beeld brengen van de verkeerskundige effecten van een dergelijke ingreep.’ De evaluatie van de proef met De Knip krijgen we in het najaar. De conclusie heeft mogelijk ver strekkende gevolgen: op basis van het beeld van de verkeerskundige effecten wordt besloten of de knip definitief wordt, of dat er er andere maatregelen nodig zijn. De oppositie in de gemeenteraad ging afgelopen weken al vol op het orgel; er zijn in de periode van de proef drie spoeddebatten over aangevraagd.

Het narratief rond deze knip is nu grotendeels bepaald door zich vast rijdende hulpdiensten; een buslijn die is opgeheven omdat de bus in de file kwam; een omrijstraat waar de bewoners gek werden van alle auto’s; en Richard uit Oost die op AT5 vertelt dat hij zijn lieve moedertje niet kon ophalen uit de Nieuwmarktbuurt (ik weet niet meer hoe hij echt heet; AT5 had teveel verhalen over de knip om het terug te kunnen vinden, en meer dan 78% er van ging over oma’s).

Het beeld van de verkeerskundige effecten zal dubbel zijn, en zonder twijfel heel positief voor de leefbaarheid van Valkenburgerstraat en Weesperstraat. Maar een beetje retorisch begaafd iemand maakt daar echter in een paar woorden gehakt van.

Neem rechts-conservatief columnist Jan Kuitenbrouwer. Die kwaakt op twitter over een kaartje van een route door de stad, onder de noemer ‘Wie haalt oma op?’ Een route die zo’n tien kilometer langer was dan normaal – maar wel pas nadat hij een extra routepuntje in een tunnel had gezet. Doorzichtig, maar luid; gemeen, maar effectief. 158 retweets, 1.126 likes, and counting.

In mijn ogen is dit allemaal sabotage van een prachtig project, dat ik nu, de dag na de proef, al mis.

De Amsterdammers die ik sprak waren overwegend positief over De Knip. Nogmaals: het komt uit de coalitie, die komt uit de gemeenteraad, die komt uit de kiezers, die komen uit Amsterdam.

Cognitieve dissonantie

Als je het mij vraagt, had dit nooit een proef moeten zijn. Je had die straat en de omliggende straten subiet en definitief dicht moeten gooien (voor alles behalve hulpdiensten, OV, gemeentediensten en taxi’s). Zo bruut is die straat er per slot van rekening in de eerste plaats ook gekomen.

Het probleem is gecreëerd in de jaren ’60, met een manier van denken die niet meer bij deze tijd past. Toen waren er verkrotte wijken en was er de opkomst van de auto. Nu hebben we vervuilde wijken door diezelfde auto. Amsterdam is niet van de automobilisten, hoe hard ze ook rijden, en hoeveel lawaai hun benzine en hun mening ook maken. En als je een automobilist ook maar een centimeter asfalt geeft, krijg je die vrijwel nooit meer terug.

De groei van het aantal auto’s in Nederland (en in de rest van de wereld ook trouwens) is niet houdbaar, en dat is geen hogere wiskunde. Het vergt diep ingeteerde cognitieve dissonantie om voor de (op dode dino’s rijdende) auto te zijn, en al helemaal voor de auto in de binnensteden. Het gaat niet, we weten het allemaal al jaren, het moet stoppen, maar we lijken het ons maar niet voor te kunnen stellen hoe.

De oma van Richard heeft misschien nog meegevochten tegen komst van de auto in haar Nieuwmarktbuurt. En ze is misschien al jaren niet meer Valkenburgerstraat bij het Mr. Visserplein overgestoken, want dat is geen sinecure. Als ze naar de Hortus wilde, moest Richard haar ophalen met de auto.

Maar misschien wordt dat oversteken en wandelen een stuk eenvoudiger, wanneer er niet meer een doorrazende autoweg tussen de Nieuwmarkt en de Hortus zit. Maar dat vergt wel even een andere manier van denken.

Sabotage is efficiënter dan overleg. Tenzij je weet dat het sabotage is. Schrijf dat hoofdstuk.

‘Emergency on Planet Earth’ 30 jaar – leve Jamiroquai!

Het is vandaag dertig jaar geleden dat het eerste album van de Britse band Jamiroquai verscheen. Jamiroquai is de backing track bij mijn vormende jaren, redde de gitaar voor mij, en ik neem met liefde de taak op me om fan te zijn. Jamiroquai is de spiegel voor de jaren negentig. Dit is mijn ode aan die eerste plaat, en aan deze Britse band.

Jamiroquai Buffalo man door de jaren heen, van de website

Peak goor: de jaren negentig

De jaren negentig waren kut. De jaren tachtig ook, en al een paar jaar zitten de populaire media diep in de jaren tachtig-retro. Het is een grote ergernis. Maar die ergernis zal niet zo groot zijn als we later dit decennium te maken krijgen met ironische jaren negentig-nostalgie. Hier zijn een paar redenen om niet nostalgisch te doen over de jaren negentig.

AIDS was een ziekte die je tot 1996 uiteindelijk kreeg van hiv, en daar ging je toen aan dood. Die ziekte heeft wereldwijd, en vooral in Afrika, gezorgd voor een pandemie die nog altijd voort duurt. Die heeft voor veel meer doden gezorgd dan je denkt. Corona heeft (tot juni 2023 volgens de WHO) zo’n zeven miljoen doden tot gevolg gehad. Aan AIDS zijn meer dan veertig miljoen mensen dood gegaan. Ja, kut ja.

In 1996 werd een combinatie van medicijnen gevonden waarmee het virus genoeg kon worden onderdrukt om hiv van een dodelijk virus in een chronische aandoening te veranderen. Inmiddels is die medicatie zo goed dat bij behandeling het virus ondetecteerbaar en onoverdraagbaar is.

Er was nagenoeg geen internet en mobiele telefonie in de jaren negentig. Het waren de laatste loodjes van de moderne dark ages. Als je ergens informatie over wilde hebben, dan moest je naar een bibliotheek (en succes met zoeken daar); een informatielijn bellen (er bestond een telefoonnummer waar een computer de tijd voorlas en een met het weerbericht); of afspreken met mensen.

Om af te spreken met mensen, moest je ze opbellen. Dat ging via een vaste telefoonlijn. De persoon met wie je wilde afspreken, moest binnen gehoorafstand van het toestel zijn dat je belde, anders ging het niet door. Met zo’n persoon moest je een locatie afspreken die beiden goed genoeg kenden om te kunnen vinden, of je moest beiden een kaart in huis hebben en een telefoongids waar het adres van een etablissement in staat, anders ging het niet door. Bovendien moest je op het moment van de afspraak het geluk hebben dat alles volgens plan verliep, omdat er bijvoorbeeld geen treinvertragingen waren waar de ander nooit van op de hoogte kon komen, anders liep je elkaar mis, en ging het niet door.

Als je dit iets romantisch vindt hebben, dan herinner ik je er graag aan dat deze zaken ook golden voor sollicitatiegesprekken, ziekenhuisbezoek en trouwerijen. Dat iemand überhaupt ooit een ander ontmoette voor de komst van internet en de mobiele telefoons is eigenlijk een wonder. Ook kut dus.

AK-47 op Wikipedia

Er was overal oorlog in de jaren negentig. Je moet je niet blind staren op dat het een soort interbellum was tussen de koude oorlog en 9/11. De instorting van de Sovjet Unie ging helaas gepaard met een onvoorstelbare illegale handel in oude sovjetwapens. Als je er meer over wil weten kan je je verdiepen in Viktor Bout, of, als je Nicholas Cage aan kan, de film Lord of War.

Deze wapenhandel was één van de bronnen van olie die op de overal sowieso al brandende vuurtjes werd gegooid. De bekendste oorlogen zijn de Golfoorlog, de burgeroorlog in Rwanda, de oorlogen in voormalig Joegoslavië (met genocide in Europa) en diverse oorlogen in Congo. Er is een lijst op wikipedia.

Ik zou niet durven beweren dat het qua oorlogen in de jaren negentig erger was dan er voor of er na, maar wel dat het kut was en alles behalve vrede. In dat decennium ging het aantal vredesmissies van de Verenigde Naties van gemiddeld vijf naar rond de twintig.

Logo van de Nederlandse Top 40 op hun website

Goed, dit zou over muziek gaan. Maar ik heb het nog niet eens gehad over hoe goor industrieën, de landbouw en vervoersmiddelen in deze tijd waren; de jaren negentig waren peak goor.

Dat er in 1993 een emergency on Planet Earth was, is duidelijk.

De (voorlopige) dood van de elektrische gitaar

De Top 40 in 1993: Everybody Hurts, What’s up?, Living on my Own, Mr. Vain, (I Can’t help) Falling in love in de UB40-versie, Two Princes, What is Love. Kortom, een strijd tussen gitaar en computer. De gitaar in haar nadagen. Die in de jaren tachtig een genadeslag had gekregen van pedal-fabrikant Boss, met de Metal Zone. Dat gitaar-effect veranderde het geluid van elektrische gitaren in dat van een vat met boze wespen. Het werd eerst vooral gebruikt door bandjes met een gitarist die een å of een ä in hun naam hadden, of wilden hebben.

Het geluid van het pedaal kwam in slappe vorm ook voor in de Top 40. Distortion met lang haar was the weapon of choice van de gitaarbands in de strijd tegen de computer. Die computer won eenvoudig met de inzet van zangeressen, envelop filters en het zaagtandgeluid – dat overigens verdacht veel op een geMetal-Zonede gitaar leek.

De elektrische gitaar verloor geheel terecht, verdween naar de popkelders, en we zouden dit instrument op de grote podia niet meer terug zien tot John Mayer in 2007.

Albumcover Emergency on Planet Earth op Wikipedia

Dat is natuurlijk niet helemaal waar, en zo kom ik bij Jamiroquai. Die band is in 1992 opgericht door Jay Kay, en in juni 1993 komt de eerste plaat uit: Emergency on Planet Earth. Het eerste geluid dat je hoort wanneer je de plaat aan zet is niet een computerzaagtand. Het is geen zangers. Het is geen gitaar en ook geen drums. 

Het is een didgeridoo

Noem mij een band uit de popmuziek met een didgeridoo. Gespeeld door Wallis Buchanan, die van het begin tot 2001 in de band heeft gezeten. Tot de vijfde plaat, A Funk Odyssey, is er een didgeridoo in de muziek van Jamiroquai. En je hoort ‘m dus als eerste, in When You Gonna Learn?. Daarna hoor je een paar noten van een strijkkwartet. En als de band inzet, hoor je een groep blazers. De toon is gezet: succes met het indelen van deze band in een genre.

Dat heeft producer, DJ en hogepriester voor de breed geörienteerde popmuziekliefhebber Gilles Peterson dan maar gedaan: die noemde het Acid Jazz. Cool.

De eerste twee platen van Jamiroquai, Emergency on Planet Earth en Return of the Space Cowboy, bevatten de meest complexe muziek die ze hebben gemaakt. Soms wat ondoorgrondelijke songstructuren, gekruide harmonieën, maar ook funky grooves, blazerspartijen, veel percussie en dus die didgeridoo. En gitaar. Funky, zoals James Brown, The Meters, Chic, en Prince. Maar dan van nu. Of van 1993 dan.

Lekker, maar ook licht verwarrend voor mij in de jaren negentig, en met teksten waar ik op dat moment in ieder geval weinig van begreep. Ja, tegen oorlog en voor het milieu, dus goed, emergency, maar de details ontgingen me.

Pentatonisch

Botte met akoestische gitaar bij een meer in Noorwegen

Ik ben in die tijd middelbare scholier. Ik speel gitaar, een beetje, en zit in een paar workshopbandjes. We coveren met een groep Too Young to Die. Ook zo’n nummer met puberaal-existentiële teksten, wat dan erg bij mij past, en die niet helemaal begrijp, maar die ik zelf niet hoef te zingen, dus prima.

Ik ben gewend akkoorden te spelen in een consistent ritme, en eventueel een paar pentatonische nootjes als solo. Want dat zit in de muziek die ik luister: Queen, Guns ’n Rozes, Nirvana (en een vreemd tv-cd-achtig verzamelalbum met Amerikaanse rock dat ik had).

En dan ineens Too Young to Die spelen: dat is een gitaarPARTIJ, zonder distortion bovendien. Doodeng, opwindend, moeilijk en fantastisch. Wat het ook is, ik kan niet stoppen. Het blaast mijn geest op. Een revolutie uit 1993. En ik graaf mezelf uit. (See what I did there…)

Discobal

Vanaf toen reisde Jamiroquai met mij mee, en werd hun muziek de backing track bij veel bepalende gebeurtenissen in mijn leven. Use the Force spelen met een bandje in een grote festivaltent; de clip kijken van Deeper Underground in mijn eerste eigen kamer; de eerste keer samen met een jongen in slaap vallen in mijn studentenkamer op de klanken van Synkronized; verhuizen naar de grote stad met A Funk Odessey, mijn eerste reportages maken, met Dynamite in de cd-speler van mijn autootje…

Er was een ongemerkte parallel tussen de ontwikkeling van Jamiroquai en mijn leven. Steeds nieuw fasen, nieuwe geluiden, nieuwe ambiences. 

Voor mij zijn de middelste vier albums het meest belangrijk: Traveling Without Moving (1996), Synkronized (1999), A Funk Odyssey (2001) en Dynamite (2005).

Met Virtual Insanity als angstaanjagend correct vermoeden over een AI-toekomst – vergezeld van een meesterlijke analoge clip. Met Cosmic Girl, Canned Heat, Little L (‘Moroder-style disco’, we laten de didgeridoo en de verstrooiende middelen achter ons), Love Foolosophy, Seven Days in Sunny June, (Don’t) Give Hate a Chance, en Black Devil Car. En al die andere prachtige songs op die albums.

Luister toch eens naar die geweldige gitaarpartij in dit nummer. Het is voor gitaristen zo leuk dat Jamiroquai bestaat, al krijgt de band daar de credits nooit voor. Ik heb menig nagel gebroken op het uitvogelen van de creatieve en opwindende partijen in hun songs.

Jamiroquai bracht een beetje discobal in mijn Nirvana-leven. En zoals een groot denker ooit zei: als je moet kiezen tussen wel of niet een discobal in je leven, dan wel een discobal.

Het is wat dat betreft opvallend en bespottelijk hoe weinig ik de band heb zien optreden. Drie keer, en allemaal pas na 2010. Ze stonden onbegrijpelijk weinig op North Sea Jazz, waar ik toch bijna elk jaar wel kwam sinds de band bestaat. Ik kan voor mezelf wel een excuus bedenken: in de jaren negentig had ik echt geen enkel benul wanneer bands waar speelden, laat staan dat ik wist hoe je aan kaartjes kon komen.

Dat werd beter met de komst van het internet. Dus ik heb Jay Kay zijn leuke enigmatische dribbels over het podium zien doen. Vink.

Connaisseurs

Emergency on Planet Earth is dertig. Het was misschien een enigszins naïef album over de staat van technologie, natuur en de wereld. Maar dat waren we daar allemaal over, of ik in ieder geval op dat moment wel. Jamiroquai had er met Virtual Insanity drie jaar later weer kritiek op, en had dat in 2017 op Automaton weer.

Jamiroquai is een band voor connaisseurs, maar dan in de zin van dat je ze toevallig moet kennen. Ik vraag me af hoe vaak een nummer van hen door een algoritme in iemands playlist komt. Daarvoor is hun genre (Acid Jazz?) te onduidelijk. Ondanks hun beeldschone consistentie sinds Traveling Without Moving

Het is een band die de disco-funk omarmd heeft, op een neo-soul manier. Met onwijs veel liefde en vaardigheid: waar Emergency on Planet Earth demo-achtig en droog klonk (in ieder geval voor de remastering), zijn de albums vanaf Traveling Without Moving parels van muzikale creativiteit, én geraffineerde productionele standaardwerken. En vooral bronnen van opwinding voor muziekliefhebbers.

Zet Cloud 9 van Automaton eens op… zaagtanden, envelop filters, en gitaar.

Oh en nee, ik ga niet schrijven over de rare naam van de band. Of over dat Jay Kay de held is geworden van Top Gear fans. Of over de hoedjes in diverse vormen die Jay op zijn hoofd heeft gezet in al die jaren. Daar mag je wel wat van vinden.

Maar ik weet onderhand dat het flink ingewikkeld kan worden om fan te zijn van artiesten, zeker als ze langer mee gaan. Sommigen vallen daadwerkelijk over de rand (MJ), anderen maken maar drie platen (D’Angelo).

En dan zijn er artiesten zoals Jamiroquai. Want bovenstaand, want acht platen, want ze zijn okay en leuk, en ze treden soms zelfs nog op. Het is geen opgave, maar wel een opdracht, om van deze survivors van de verschrikkelijke jaren negentig te blijven houden. Ik ben met ze opgegroeid; ik begon met Emergency on Planet Earth naar ze te luisteren; ik omarmde ze, en hing de poster van Automaton in 2017 op in mijn huis. Ik zal naar ze blijven luisteren. 

Gen Z vindt de albums van de space funkateers waarschijnlijk niet in hun playlists. En ook niet in de platenkast van hun mamma of pappa, want die zijn van de generatie die alle cd’s heeft weggedaan. Ze hebben beide nog wel gebackpackt door Australië trouwens, over didgeridoo gesproken, vraag er maar eens naar. Maar Gen Z gaat niet vanzelf naar Acid Jazz luisteren, denk ik.

Ja, misschien ironisch, naar aanleiding van een Netflixserie die Cosmic Girl binnenkort ergens in monteert. Ik hoop het stiekem. Leve Jamiroquai!

Well, it sank in alright – waarom ik van Twitter af ben

Ik stop met Twitter. Als je denkt: good riddance, dan is deze blogpost niet voor jou. Als je denk: ja, vertel het drama van de twexit!, dan is dit wel voor jou. Dit is voor de mensen die sociale media iets kan schelen, en daar ben ik er zelf eentje van, dus wil ik uitleggen waarom ik stop. 

Sowieso hier om: NPR en BBC worden belachelijk behandeld door Elon Musk, die niet voor onafhankelijke journalistiek kiest, maar op een bepaalde manier voor fake news. Het platform is van het padje af.

Ik heb ook drie eigen redenen, die neerkomen op het gebrek aan moderatie in het algemeen; dat extreemrechts de overhand krijgt; en dat een aantal mensen misbruik maakt van de dynamiek die Twitter faciliteert. 

Het is zorgelijk dat Twitter is afgegleden naar dit niveau, en ik kan soms echt mijn ogen niet geloven wat er zonder terughoudendheid wordt geschreven. De vragen die ik dan moet beantwoorden zijn of ik daar onderdeel van wil zijn, of ik dit wil zien (zonder er iets tegen te kunnen doen), en wat ik er aan heb. Inmiddels heb ik het antwoord op die vragen.

Moderatie

Dat begint met de eerste reden: gebrek aan moderatie. Een recent voorbeeld is deze tweet: 

Geschreven op 10 april 2023, als reactie op een tweet van COC Nederland waarin ze het verbranden van een regenboogvlag en het bedreigen van LHBTI-jongeren in Eindhoven veroordelen. Anti-homogeweld, en deze anonieme twitteraar meende dat het nodig was om het COC een satanistenclub te noemen (de spatie is irritant, de tweet onvergeeflijk).

Ik heb deze tweet op 11 april gerapporteerd. Ik rapporteerde meer reacties onder de COC-tweet op die dag, en op alle rapporten kwam binnen twee dagen een beslissing. Op deze niet. Na een week was er nog steeds geen reactie. Dan heeft het ook geen zin meer. Het maakt dan op de schrijver ook geen indruk meer als het wordt weggehaald. Dit soort tweets moeten natuurlijk binnen drie seconden weggehaald worden. En eigenlijk nooit worden geschreven.

Ik vind dit illustratief voor hoe Twitter momenteel is. En ik vind het zorgelijk dat dit soort teksten niet alleen worden bedacht, geschreven en geplaatst, maar dat ze daarna ook publiekelijk zijn te lezen, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Het is bespottelijk, en er is geen sociale situatie te bedenken waarin dit normaal is.

Dat moderatie nodig is als je comments open gooit op internet, wisten we twintig jaar geleden al. Twitter weet dit ook maar al te goed, maar onder leiding van een wereldvreemde dwaas is dat gevoeglijk overboord gegooid.

Giftige plek

De tweede reden is daar aan verbonden, en die kan ik ook illustreren. De NOS (en NOS Stories) publiceerde op 17 april 2023 een verhaal over extreemrechtse kanalen op sociale media, en de gevolgen voor jongeren die dit zien. Het is een degelijk verhaal, dat is gemaakt op basis van eigen onderzoek en informatie van deskundigen en inlichtingendienst AIVD. De conclusie is helder en zorgelijk: de dreiging vanuit extreemrechts neemt toe. 


NOS-journalist Joost Schellevis plaatste een tweet over dit verhaal. En, ja hoor, de reacties er onder waren extreemrechts, met bovendien ongefundeerde aanvallen op het gedegen journalistieke werk van de NOS. Onder het filmpje van de NOS op YouTube gebeurde exact hetzelfde trouwens. Het was voor Joost reden om te concluderen dat hij niet langer op twitter wil zitten. 

Ik zie de extreemrechtse berichten echt veel te veel op Twitter. Tegen extreemlinks? Tot uw dienst, maar kunnen we hier even beginnen.
(Update 3 mei: onderzoek onderbouwt de constatering.)

Twitter is een giftige plek geworden. Dit is niet nieuw, maar het wordt erger, en kan beïnvloedbare mensen aanzetten tot extremistisch gedachtengoed, of erger. Onderzoek na onderzoek wijst uit dat dit uit de hand loopt, en Twitter doet niets.

Of eigenlijk doet Twitter wel iets: namelijk het erger maken.

Misbruik van dynamiek

De derde reden is het misbruik van tweets van anderen door twitteraars met veel en fanatieke volgers. Ik bedoel dat een tweet uit de context wordt getrokken, bewust verkeerd wordt geïnterpreteerd, en aan de volgers wordt voorgeschoteld als een stuk rood vlees.

Dit fenomeen bestaat al jaren. Afhankelijk van je eigen mediapositie en slagkracht kan je er anders mee om gaan: of je lacht er om en bespot de misbruiker, of je twittert behoedzaam om onder de radar te blijven. Dat eerste kan wanneer je zelf voldoende volgers hebt om een zekere weerstand te bieden, en wanneer je genoeg tijd hebt om je hier mee bezig te houden. En wanneer je sociaal-economische positie van dien aard is dat verder iedereen het heen en weer kan krijgen.

Die positie heb ik niet. Ik ben een keer op de radar gekomen van zo’n twitteraar; een opiniemaker die op basis van niets, mij beschuldigde van een aantasting van hun vrijheid van meningsuiting en hun veiligheid. Daar maakte deze persoon eens even een flink nummer van, en liet dat oplopen tot boven de hoogste laag van een grote opdrachtgever van mij. Die ging daar uitstekend mee om, maar het was een ongemakkelijk gesprek. Ik was door het akkefietje wel degelijk van slag.

Het gevolg op Twitter was namelijk een schier eindeloze stroom aan ongeïnformeerde en ongefundeerde haat in mijn richting. Vooral toen de volgers van deze opiniemaker, en zogenaamde strijder voor het vrije woord, het regenboogje in mijn profieltekst hadden ontdekt.

De homohaat was extreem persoonlijk en ongelooflijk hard. Ik kreeg het er echt koud van.

Ik heb het ervaren als diep, diep onrechtvaardig. Sindsdien zat ik op mijn handen op Twitter. En werd effectief juist míjn vrijheid van meningsuiting ingeperkt. En mijn veiligheid ook: ik heb interessante screenshots van wat tegen mij is gezegd.

Alles voor de likes, voor de zelfbevestiging en voor de eigen ‘waarheid’. Ze gaan over lijken, kijken nooit terug, sturen hun bloedhonden op je af, en er op aangesproken (en ik heb de opiniemaker er op aangesproken) duiken ze weg (de opiniemaker dook weg).

Deze persoon kan natuurlijk de boom in, maar ik wil mij hier niet voor lenen. Het leven is te kort om hier mee bezig te zijn. Is dit de schuld van Twitter? Nee en ja: ik wist heus dat dit fenomeen bestond, maar het is bespottelijk dat Twitter het faciliteert. Ze doen er niets tegen, want ophef is het verdienmodel. Free speech, ammehoela.

Ga dan

Jarenlang had ik een twitteraccount met maar een handjevol volgers. Ik begon in 2009, zoals zoveel journalisten, en het was een leuke bron van vertier en informatie. Na het winnen van een podcastprijs, en na enkele mediaoptredens, steeg het aantal volgers. Een jaar geleden had ik er zo’n 2.500. Ik was een heuse micro influencer.

Toen kwamen in de zomer van 2022 de boerenprotesten. Ik schreef een aantal genuanceerde draadjes, als boerenzoon die in de stad woont, en als iemand die vegetariër is en familie heeft met koeien. Die tweets werden veel gedeeld, wat weer leidde tot nieuwe media-aandacht, en al met al had ik aan het eind van het jaar zo’n 12.000 volgers. Leuk.

Maar toen zat ik inmiddels op mijn handen, zoals hierboven beschreven, en zette ook de algehele daling op Twitter in. Het aantal volgers nam weer af.

Ik was dus wel gegroeid naar mid-tier influencer, en nee, dat neem ik niet zo serieus, maar ik heb een klein hartje, en vond ik het wel even een ding om dat op te geven. Je wil als journalist namelijk impact hebben.

Maar de vraag is onderhand: impact in wat… De leuke twitteraars wil ik niet te kort doen, maar het verval is evident, en Twitter laat niet zien daar wat aan te willen doen. In tegendeel.

Dus: tabee. 

Je kan me vinden op Mastodon en Instagram.

En misschien ga ik wel weer bloggen, net als twintig jaar geleden!


Update 16 mei 2023: slow clap voor Twitter hoor… pff. En nee, ik kom niet terug.