Rijkswaterstaatpodcast: Afsluitdijk

Voor Rijkswaterstaat maak ik een podcastserie, en deze aflevering gaat over de enorme werkzaamheden die er in de komende jaren aan de Afsluitdijk gebeuren.

In deze podcast reist Botte Jellema af naar de Afsluitdijk. Daar praat hij met Joost van de Beek over de bouwput die de Afsluitdijk de komende jaren zal zijn, en waarom. Daarbij graven ze ook naar enkele mooie feitjes en fabeltjes over dit Nederlandse meesterwerk.

De – vergeten – geestelijk vader van onze Deltawerken

Nederland bezit een bijna vergeten genie: Johan van Veen. Zijn grote levenswerk was het plan voor de Deltawerken. Botte Jellema praat met de kleinzoon van Johan van Veen: Paul Fortuin, die ook weer bij Rijkswaterstaat werkt. Hij vertelt over de markante ideeën en het leven van zijn grootvader.

Drie opmerkelijke feiten over Johan van Veen:

  1. Hij leverde letterlijk vlak voor het weekend van de watersnoodramp van 1953 een plan voor de Deltawerken in bij de minister van Waterstaat.
  2. Tijdens de ramp spoedde hij zich naar Ouderkerk aan de Hollandsche IJssel, om daar mee te helpen aan het afzinken van schepen voor een gat in de dijk, waarmee een ramp in heel zuidelijk Holland is voorkomen.
  3. Hij bedacht ook nog een getijdencomputer, het bellenscherm, de Maasvlakte en de Eemshaven, en alles wat nu nog aan hem herinnert is een klein borstbeeld in zijn geboorteplaats in Noordoost Groningen.

‘Additional reporting’ voor 99% Invisible

Afgelopen weken heb ik in Amsterdam gewerkt voor de Amerikaanse podcast 99% Invisible, voor hun productie ‘The many Deaths of a Painting‘, over het schilderij ‘Who’s affraid of red, yellow and blue’ van Barnett Newman. Dat is sinds de jaren zestig in bezit van het Stedelijk Museum. In 1986 werd het beschadigd met een Stanleymes.

While the painting was on display, a man named Gerard Jan van Bladeren attacked Who’s Afraid of Red, Yellow, and Blue III with a box cutter, tracing a series of long slashes through the center of the canvas. When the slashes were added all up together, they measured nearly fifty feet long. Van Bladeren was 31, unemployed, living with his parents, and was a painter himself — although not very successful. He regarded this act of vandalism as an artistic gesture. 

WHO’S AFRAID OF RED, YELLOW AND BLUE III
BARNETT NEWMAN

Het is gerestaureerd, maar dat is niet helemaal goed gegaan. Je hoort wat er is gebeurd in de podcast, gemaakt door John Fecile, en met additionele redactie en opname van mij.

De brief van Schiphol aan omwonenden is een onberispelijk meesterwerk van moderne public stakeholders communication

Ik blijk een van de uitverkorenen te zijn, die van het grote Schiphol (in de top tien van grootste luchthavens ter wereld) een brief mocht ontvangen. Van Birgit! In de vijftien jaar dat ik in Amsterdam woon, is dat nog nooit gebeurd. Mijn inschatting is dat meer mensen ‘m hebben gekregen, misschien wel een miljoen, dus het is een belangrijke brief. Zeker als je iets weet van de discussie over de groeiwensen van het bedrijf, de overlast die omwonenden (meestal niet-Amsterdam) er van hebben, en dat het bedrijf voor een belangrijk deel in handen is van de staat en de Gemeente Amsterdam.

Een analyse.

Stop. Bij het eerste woord al. ‘Jaarlijks’ heeft iets geruststellends; een verjaardag, Hemelvaartsdag en Valentijn zijn jaarlijks; niks aan de hand. Niet ongerust worden dat er ineens na vijftien jaar een brief van Schiphol in je bus zit. Een goed moment om deze brief dus terzijde te leggen. Het water is er per slot van rekening ook wel jaarlijks een keer af. Hoe erg kan het zijn.

Nog meer geruststelling. Dat onderhoud essentieel is om de veiligheid en onverwachte storingen te voorkomen geldt ook voor een pannenset. En als we dat al niet begrijpen, dan hadden we toch op z’n minst de moeite kunnen doen om in de media te lezen over taxibanen van Schiphol; wie heeft er niet een google news alert op!

Birgit laat er geen gras over groeien; het begint overmorgen al. Ik heb persoonlijk geen flauw idee welke baan de Zwanenburgbaan is, maar aangezien ik deze brief krijg, is het waarschijnlijk mijn lievelingsbaan, qua minste hoeveelheid overlast als-ie gewoon in gebruik is. Anders zou ik deze brief niet krijgen. Toch eens op een kaartje opzoeken welke baan het is.

Verder goed om te lezen dat de baanverlichting van Schiphol LED wordt. Goed dat die lampjes straks nog maar 0,0003% van de uitstoot veroorzaken die een 747 heeft als-ie even hoest.

Het kan leiden tot meer of juist minder geluidsoverlast! Wie zal het zeggen? De wedkantoren zijn geopend.

Ik ben verliefd op het woordje ‘juist’ in die zin – briljant. Birgit had het weg kunnen laten, en dan had de zin exact hetzelfde betekend. Maar door het woordje ‘juist’ wordt de waarschijnlijkheid van de ‘minder’-optie groter. Juridisch niet natuurlijk, maar gevoelsmatig wel. Communicatieparel!

Hoe zou Schiphol nu ook kunnen weten of deze werkzaamheden tot meer of minder overlast voor omwonenden leidt – vliegtuigen, decibellen, geluidscontouren, het is allemaal ingewikkeld jargon waar je het publiek natuurlijk niet mee moet lastig vallen.

Oh.

GeLuIdSpReFeReNtIeEl BaAnGeBrUiKsYsTeEm!

Ongelooflijk – Birgit geeft ons een uniek inkijkje in de inner workings van de kern van Schiphols bedrijfsysteem. Het is net zo interessant als hoe ik mijn auto parkeer, volgens mijn eigen afstandspreferentieel parkeervakgebruiksysteem.

Ze doen echt hun best om zo min mogelijk hinder op te leveren.

Maar er moeten natuurlijk wel gewoon vliegtuigen landen.

Mocht uit de voorgaande alinea’s op een of andere manier toch de vraag zijn gerezen of wij als omwonenden overlast zouden kunnen ervaren vanwege de verbouwing, en mochten we ondanks alles door hebben gelezen, dan is deze alinea de schop waarmee je helemaal tegen de grond wordt gewerkt. Schiphol schetst hier een black box, niet bedoeld voor het publiek om te doorgronden, waardoor het volgende gesprek tussen twee buurvrouwen over de heg kan plaatsvinden:

“Hey buurvrouw, wat maken de vliegtuigen een lawaai vanochtend he?”

“Haai, ja dat komt doordat Schiphol de start- en landingsbanen volgens een geluidspreferentieel baangebruiksysteem inzet, waarbij ze de voorkeur geven aan banen die de minste hinder opleveren en vliegbewegingen over dichtbevolkte gebieden zoveel mogelijk vermijden, wat ze doen volgens een vaste voorkeursvolgorde, ook wel de preferentievolgorde genaamd.”

“…”

Het tweede zinnetje, ‘zo’n 200 vliegbewegingen per dag zich verplaatsen’. Het argeloze ‘zo’n’; hoeveel is 200 nou eigenlijk echt; en ‘zich verplaatsen’ alsof ze een eigen wil hebben. Schitterend. IJs en weder dienende.

Zo niet vergeten even te googlen waar welke baan ook weer ligt.

“Zeer uitzonderlijk”. Het is bijna niet voor te stellen dat het gebeurt, maar toch heeft Schiphol maar even met de gemeente Aalsmeer en bewonersverenigingen om tafel gezeten om hierover keiharde afspraken te maken.

Ook hier weer de vaagheid: ‘verwachten’ dat het 1 of 2 nachten zal zijn, dus een marge van 100%. Wie zal het zeggen.

Het magistrale planningssysteem van de werkzaamheden heeft voorzien in iets dat vergelijkbaar is met lampen in je badkamer plaatsen op het moment dat je de badkamer verbouwt. Birgit zet het er maar even bij, zodat we niet denken dat ze hier niet aan hebben gedacht, voor ons. Ze doen het voor ons, dat realiseren we ons des te meer als onze zomervliegvakantie op het spel wordt gezet!

Birgit heeft wensen ‘meegenomen’ bij het opstellen van de plannen. Mooi. Er blijken wensen te zijn geweest, geen eisen. En ze zijn meegenomen, niet ingewilligd. Feitelijk kan alles wat gezegd is aan de kant zijn geschoven, maar dat gevoel krijg je niet.

Mochten we toch nog twijfels hebben, Birgit heeft het aan papa (de grootaandeelhouder) gevraagd en die vond het goed, hoor!

Ja, ik rond het af. Birgit heeft er keurig bij gezet waar haar kerkhof voor klachten precies ligt, en het logo van BAS kreeg zelfs ruimte in de brief. BAS door het dolle heen natuurlijk. Had ook een kaartje met waar welke baan precies ligt kunnen staan, maar hey.

Ohja, dat banenstelsel van Schiphol. En nog meer baanpreferentievolgorde! Kijk, we weten niet hoe het af gaat lopen met deze werkzaamheden, want deze brief zegt letterlijk niks over wat we kunnen verwachten. Maar omdat dit de eerste brief ever is van Schiphol hierover, zou het mij niets verbazen als dit het scenario is – maar het is pure speculatie:

Waarschijnlijk valt het wel mee, al zullen er een aantal mensen best wel overlast ervaren. Aan het eind van deze werkzaamheden, dus zo’n beetje begin mei, krijgen we nog een brief. Veel mensen zullen zich dan deze eerste brief herinneren, en dan denken: ohja, hey, niks van gemerkt, dat doen ze toch goed bij Schiphol.

En daarna kan ergens volgend jaar ongehinderd groot onderhoud beginnen, waartegen dan niemand in verweer zal komen, want het viel de vorige keer immers zo mee. Ik bedoel: dit gaat over alleen de Zwanenburgbaan – wherever that might be – en ze hebben er nog vijf. Ja, ik weet het niet, maar als omwonende van Schiphol word je natuurlijk wel eens een beetje sceptisch.

Mij rest niets meer dan Birgit te bedanken voor deze parel van een brief, waar waarschijnlijk nog wel een paar communicatiestudenten op kunnen afstuderen. Ik wens iedereen veel Zwanenburgbaanpreferentieplezier toe!

Klootzakken van de kerk

Ik was voor mijn werk bij de opening van de tentoonstelling ‘Alle Rembrandts’, in het Rijksmuseum. Ze exposeren zo’n driehonderd tekeningen van Rembrandt, en alle 22 schilderijen die daar in beheer zijn. 

Er hangt een piepklein etsje tussen; je ziet een getekend graanveld waarin een stelletje ligt te krikken. Een meisje met een melkkan – melkmeisjes waren van lichte zeden, zo preekt het bijschrift – en een man in een pij. Ja, een Katholieke monnik. 

Kennelijk was dit zo’n vierhonderd jaar geleden gewoon bekend, en wel zo bekend dat Rembrandt van Rijn het probleemloos even tekende. En niet weggooide.

Deze week verschijnt in Nederland een boek van Frédéric Martel, die zich vier jaar onderdompelde in de wereld van het Vaticaan. Zijn conclusie is dat zo’n 80 procent van de kardinalen, bisschoppen en andere kerkbestuurders homo is. Zo’n boek dat ik eigenlijk wel wil lezen. Het beslaat ruim zeshonderd pagina’s. Ik weet niet of ik zoveel tijd wil besteden aan die klootzakken van de kerk.

– Maar Botte, wat een taal!

Ja. Schrijver Martel is socioloog en schetst, volgens de nieuwsberichten, een sluitend systeem van wereldwijde homohaat, in alle vormen. Een vicieuze cirkel van de hel. De ‘geestelijken’ zijn homo, maar mogen dat van de kerk niet zijn. Ze hebben een dubbelleven en gaan zich daarin te buiten aan escorts, drugs en jonge jongens. Om dat voor anderen, maar ook voor zichzelf, te verhullen, strijden ze des te harder tegen homoseksualiteit. 

Zoveel schade. Zoveel ellende. En waarom.

Het gaat nog verder. Ze spreken zich ook stellig uit tegen het condoomgebruik, een uitstekend middel in de strijd tegen de HIV-epidemie; één van hen bestond het zelfs om de dwaze uitspraak te doen dat HIV door een condoom heen kan komen. Gebruik het daarom niet… Hoeveel doden deze klootzak op zijn geweten heeft, weet alleen ‘de baas van de paus’, zoals Bert Wagendorp vanochtend treffend schreef in zijn column in de Volkskrant.

De schaal van de cognitieve dissonantie is bijna niet te bevatten, als je de geschatte percentages van homo’s in de Katholieke kerk ziet, en weet hoe groot dat instituut is. De verwerping van homoseksualiteit door die kerk richt onnoemlijk grote schade aan over de hele wereld. Elke homoman, en zelfs elke heteroman, en iedereen die zich elders in het gender- en geaardheidsspectrum bevindt, kerkelijk of niet, wordt hierdoor geraakt. 

Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe men over vierhonderd jaar hier op terug kijkt.