Regenboogprovincie Fryslân – vertaalde column voor Omrop Fryslân Radio

Fryslân is de enige Nederlandse provincie die nog niet ‘Regenboogprovincie’ is. Nadat de Staten van Utrecht vorige week het voorstel om Regenboogprovincie te worden had aangenomen, staat alleen Friesland er niet voor.

Regenboogprovincies willen emancipatie en acceptatie van LHBTI’s stimuleren. Het gaat dus om het helpen van mensen die het soms lastig hebben, door hun seksuele of genderidentiteit. Want al gaat het volgens cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau steeds een beetje beter met de acceptatie van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en mensen met de intersekse-conditie, het is en blijft een kwetsbare groep. LHBTI-jongeren doen vier keer zo vaak een poging tot zelfmoord als hun hetero-leeftijdsgenoten. Cijfers van hetzelfde SCP. ‘Homo’, ‘gay’ en ‘relnicht’ zijn van de meest gebruikte scheldwoorden door kinderen uit de groepen 6, 7 en 8, zo blijkt uit de PestThermometer. Dan zijn de kinderen nog geen twaalf jaar oud! Dat zou toch tot nadenken moeten stemmen. Maar de Provinciale Staten van Fryslân denkt daar anders over: doe maar normaal.

Daar op aangesproken op Twitter, reageerde het account van de provincie Fryslân een keer of vijf hetzelfde met: ‘Wij vinden net als jullie dat iedereen gelijkwaardig is. De Friese vlag staat voor de gehele samenleving. Niemand uitgezonderd. Niet voor niks is onze slogan: Mei elkenien foar elkenien.’

Maandag verscheen er een opiniestuk in het Friesch Dagblad van Avine Fokkens, fractievoorzitter van de VVD in de Staten. In volstrekt onbegrijpelijk stuk, omdat Fokkens zo’n beetje letterlijk schrijft dat ze voor alles staat waar het in Regenboogprovincies om gaat, maar dat ze het onzin vindt om daar een handtekening onder te zetten. Haar argument: dan krijgen we het beeld dat LHBTI’s anders of niet normaal zijn, en dat is iets dat ze niet wil.

Ja, ammehoela. Het Waddengebied moet niet denken dat het anders of niet normaal is; dat we er niet naar gas boren of grote lichtinstallaties plaatsen. Dus daar komt geen voorstel voor. Kinderen moeten niet denken dat ze anders of niet normaal zijn, dus laat projecten voor verkeersveiligheid voor onze jongsten maar zitten. Ik bedoel: waarvoor zit je in de Staten, Fokkens? Of wil je de hele provincie maar opheffen, want we moeten als Friezen natuurlijk niet denken dat we anders of niet normaal zijn?

Avine Fokkens schrijft verder – en nu maakt ze het helemaal bont – ‘Met het hijsen van de regenboogvlag wordt dan ook geen recht gedaan aan alle andere mensen die zich ook geconfronteerd zien met discriminatie.’ Fokkens vergeet te zeggen dat het hijsen van een regenboogvlag ook geen uitkomst biedt in het conflict in Syrië, of de zorgen over het retailcentrum van het Leeuwarder WTC-gebied oplost – vijf miljoen euro fan elkenien foar een projectontwikkelaar.

Ik ben LHBTI, tenminste, een van die letters. En ja, wij zijn bijzonder. Maar niet omdat we dat zelf willen. Dat worden we door anderen. Door degene die op schoolpleinen en op sportvelden schelden met het woord ‘homo’, Avine. Eerst denk je: wat is dat, Avine. Daarna word je boos, Avine. En na een tijdje denk je: waarom zeggen ze steeds het woord ‘homo’, Avine, ze hebben het over mij, Avine, en ben ik hier wel veilig. Zo voelt dat, Avine, net zoals jij je nu voelt doordat ik steeds jouw naam noem.

Wat een schande voor deze trotse provincie! Net of er niet vlaggenmasten genoeg zijn op het provinciehuis. En dat in de provincie die het thuis is van de enige vlaggencentrale van het land.

Friezen zijn anders en niet normaal, maar daar zijn ze trots op. Evenzo zijn LHBTI’s anders en niet normaal. Over twee weken is er in Amsterdam weer de wereldberoemde Pride met de Canal Parade. Pride: trots. Omdat we tegenkracht willen bieden aan de schaamte die de maatschappij in het verleden, maar eigenlijk nog steeds, oplegt aan LHBTI’s.

Regenboogprovincie worden betekent steun aan zo’n tegenkracht. Steun is geld, beleid én symbolen. Zo als met alles in de provincie Fryslân. En als het hijsen van een regenboogvlag op een dag in het jaar op het provinciehuis er niet af kan, omdat de provincie al zo’n verdomd inclusieve slogan heeft, dan is die hele Staten, en vooral die VVD van Fokken, geen knip voor de neus waard.

Kom op Statenleden. Fryslân staat landelijk voor lul. Word Regenboogprovincie! Waar is jullie trots?

Op donderdag 19 juli 2018 uitgesproken op Omrop Fryslân Radio, in het Fries.

Aflevering 60: Botte & Ype & Paulien en ALLES over mild pedante jongens

Stel je gaat naar een onbewoond eiland en je mag kiezen om mee te nemen: een koelkast of een smartphone. Of een ijskast. Onze mild pedante jongens worden in de armen gesloten door hun grote vriendin Paulien en praten over Vinex-intellect, Spinvis, een Utrechts stripblad, de Thaise grotjongens, wat nu, Toki Doki en de lange gummiknuppel van de perdiesie. Met wie zou jij wel eens een beschuitje willen eten, nou de niemendaljongen bij de fruitafdeling. James Bond is een hoer, en wat voegen we toe aan de canon der geruststellingen. Wat is de branding? Zijn we divers genoeg? Zijn we onzeker? Romeo + Juliet + pannekoek + dipsaus + kringloop + there is no rehearsal = Michelle of Marloes. In Amsterdam zouden we willen wonen in Sesamstraat: veel plezier met de zestigste!

Botte & Ype & Aafke Romeijn en ALLES moet er toch uit – een nieuwe Eeuw van de Amateur podcastaflevering

Aafke Romeijn is te gast! Bekend van haar muziek, haar boeken en haar twitter, en niet zo van haar klassieke muziek. Ze vertelt over haar boek ‘Concept M’, dat zich ergens ook afzet tegen de heersende navelstaarderij van de Nederlandse literatuur. Ja, het is gezegd, block ons maar. We bouwen aan de Canon der Geruststellingen, waarin natuurlijk geen plek is voor nutteloze dingen. Gay seks is ook nutteloos. Ype spant een proefproces aan tegen de Slimste Mens, en heeft een plaat uit. Met een light saber als dirigeerstokje, gaat deze aflevering als een punkband met een harpist dwars door het Zuiderzeemuseum en Drenthe op naar de boekhandel in Uden! Veel plezier met luisteren!

Hannah Gadsby – Nanette

Gisteravond keek ik de registratie van de show ‘Nanette‘ van de Australische Hannah Gadsby op Netflix. Een absolute aanrader. Maar verwacht niet teveel comedy.

Gadsby vertelt haar persoonlijke verhaal; haar heel persoonlijke verhaal. Ik vond het een van de meest rake uitwerkingen van waar de laatste jaren (ook door mij) veel over wordt geschreven, zoals bijvoorbeeld in het inmiddels iconische artikel ‘The Epidemic of Gay Loneliness‘ (Huffington Post).

Het vergif van de verborgen homofobie, en de unhealthy coping mechanisms. Bij deze post vier screenshots, die wat mij betreft de centrale boodschap samenvatten. Ze vertelt veel meer, en het is iets waarvan ik zou willen dat het op middelbare scholen zou worden vertoond. Ook omdat de verpakking – comedy – zich op een onverwachte (omgekeerde) manier uitstekend leent voor deze complexe boodschap.

Beeld: Hannah Gadsby in haar show ‘Nanette’, registratie op Netflix

Goedkope Tickets – vertaalde column voor Omrop Fryslân Radio

Op de website cheaptickets.nl staat een weblog, met de titel ‘Bestemmingen die er niet lang meer zullen zijn…‘, geschreven door ene Shannen. Shannen zegt dat ze graag op stedentrip gaat, maar dat ze pas echt gelukkig is wanneer ze haar trouwe backpack weer op haar rug dragen mag. Op haar bucketlist staan IJsland, Nieuw Zeeland en Costa Rica bovenaan. Ze heeft nog aardig wat vliegkilometers voor de boeg.

Cheaptickets is een bedrijf waar je goedkope vliegtickets kan kopen. En ze zetten nu eens netjes op een rijtje welke plakken op deze aardbol aan het verdwijnen zijn, door het opwarmen van de aarde en andere menselijke invloeden. Nu is het geen groot geheim dat vliegtuigen een belangrijk aandeel hebben in de uitstoot van CO2, en daarmee aan het opwarmen van de aarde. Dus dat een vliegticketbedrijf nu vliegbestemmingen opsomt die kapot gaan door het vliegen, is echt wel een nieuw dieptepunt van kapitalisme, hypocrisie en domheid.

De plaatsen waar ze het over heeft – pardon: ‘bestemmingen’ – zijn bijvoorbeeld de Dode Zee: een laag meer waarvan de waterstand elk jaar een meter lager wordt. 3385 kilometer vliegen. De Maladiven, een groep eilandjes die maar amper boven zeeniveau liggen, en dus gauw verdwijnen wanneer de zeespiegel stijgt. 8280 kilometer vliegen. Gletsjers in Chili en Argentinië, die door het opwarmen van de aarde afbrokkelen. 13.160 kilometer vliegen. Madagaskar, waar de rijke flora en fauna bedreigd wordt door ontbossing en andere milieu-ellende. 8900 kilometer vliegen. The Great Barrier Reef, het enorme koraalrif dat massaal aan het afsterven is. 15.060 kilometer vliegen.

De teksten bij de ‘bestemmingen’ beschrijven wat er aan de hand is daar. Maar met geen woord gaat het over de schadelijke gevolgen van al dat gevlieg naar en toerisme op deze bestemmingen. Ja, er is een link naar GreenSeat, waar je de CO2-uitstoot kan compenseren. Maar laten we even reëel zijn. Wie gaat er naar een website die ‘goedkope tickets’ heet, om daar dus goedkope tickets te scoren, om daarna naar GreenSeat te gaan om meer geld uit te geven aan deze tickets.

Stel dat je naar die gletsjer in Argentinië wil. Volgens GreenSeat stoot je daarmee 2170 kilo CO2. Ze bieden compensatie daarvoor aan voor €21,66, wat mij bespottelijk lijkt. Want wat is 2170 kilo CO2?

Volgens de Wereldbank stoten we in Nederland per persoon gemiddeld een kleine 10 ton CO2 per jaar uit. Een zo’n reis staat dus gelijk aan bijna een kwart jaar aan CO2-uitstoot. Als je naar The Great Barrier Reef vliegt, de verste bestemming uit het lijstje van Shannon van Cheaptickets, dan is de CO2-uitstoot bijna 5 ton. Dus wanneer je met z’n tweeën daar naar toe gaat, zorgt dat voor evenveel CO2-uitstoot als 1 persoon in Nederland in een heel jaar veroorzaakt.

Nog even over GreenSeat. Die stellen op hun website dat ze zorgen dat elke ton CO2-uitstoot door een vliegruis wordt gecompenseerd. Door bijvoorbeeld een biovergister voor een huishouding in Cambodja neer te zetten. De wereldbank weet dat de CO2-uitstoot per persoon per jaar in Cambodja 0,4 ton is. Dus voor een reis van Shannen naar The Great Barrier Reef, moet in Cambodja twaalf jaar lang een biovergister draaien. Het is te hopen dat Shannen in die twaalf jaar niet nog eens een vliegreis maakt; want ze stikken daar in Cambodja nog in de biovergisters.

Shannen sluit haar blog af met: ‘Het is niet alleen kommer en kwel in de wereld. Er zijn veel dingen die je zelf kunt doen om je steentje bijdragen aan het verbeteren van de aarde. Voor veel bestemming kan je niet anders dan met het vliegtuig op vakantie, dat is niet te vermijden.’

Dus wat Shannen eigenlijk zegt is: we vliegen de aarde met z’n allen naar de kloten, dat is niet te vermijden. Mooie plekken op de wereld zijn niet zomaar meer mooie plekken, nee, dat zijn bestemmingen, dat is niet te vermijden. En we kunnen wel iets bijdragen aan het behoud van door klimaatverandering bedreigde plekken, maar Shannen wil er eerst nog wel even naar toe, dat is niet te vermijden. De titel van het stuk zegt het al: ‘bestemmingen die gaan verdwijnen’ – we kunnen er niets meer aan doen, want vliegen zullen we, al kost het ons een complete aardbol.

God verhoede dat Shannen het ooit in haar hoofd haalt om naar het Waddengebied te gaan.

Op donderdag 21 juni uitgesproken op Omrop Fryslân Radio, in het Fries. Geschreven naar aanleiding van een bericht op Facebook van Merlijn Twaalfhoven.

Love, Simon

*spoiler alert*

De nieuwe film Love, Simon is een coming of age-drama over de jonge Amerikaanse Simon, dat draait om zijn coming out. Floortje Smit schreef er een lovende recensie over in de Volkskrant en zette in het bijgaande artikel er over dat het lang wachten is geweest op de eerste film over een homotiener van een grote filmstudio. Dat laatste is een belangrijke nuance, want coming of age/ coming out-films zijn er legio gemaakt, maar dus niet door een grote filmmaatschappij. Met een budget van 17 miljoen dollar.

Er is veel over deze film te zeggen, zoals dat het script misschien niet het sterkste punt is van deze film; dat met name in het begin de karakters rechtstreeks uit een instagram story lijken te zijn gelopen; dat je sommigen om alleen die reden al voor hun smoel zou willen stompen; en dat sommige verhaallijnen worden ingeleid, maar niet worden afgemaakt. Zo wordt het zusje van Simon in de eerste scene neergezet als iemand die waanzinnig goed kan koken; informatie waar je verder weinig aan hebt.

Maar de film ontroerde mij. De scenes waarin de vader en de moeder reageren op Simon’s coming out – en dan niet op het zo vaak in beeld gebrachte moment zelf, maar juist de dag er na, of de dag daar weer na – zijn hartverwarmend. Nou heeft Simon ook Arie Boomsma als vader, maar toch. De eindscene – ik zal niet alles spoileren – is op de grens van over the top en ontroerend, maar die greep me toch. Ik zeg het maar gewoon: ik liep hoopvol de bioscoop uit, gelovend in romantiek. Afijn.

Ik ben net als jij
Er is echter één scene die me nu, en dag later, nog helder voor de geest staat. Floortje merkte in de Volkskrant al geheel terecht op hoe belangrijk de eerste zin van deze film is: ‘Ik ben net als jij.’.

De scene waar ik het over heb is wanneer middelbare-schoolleerling Simon soortement droomt van zijn toekomstige leven, als gaystudent, die op zijn kamer een muur vol queer clichés heeft geplakt, die naar buiten loopt, begeleid door Whitney Houstons I Wanna Dance With Somebody.

Het is een fantastische scene. Simon, briljant gespeeld door Nick Robinson, wordt omringd door extatisch dansende jonge mensen met kleren in alle kleuren van de regenboog. Het is extravagant, maar je ziet Simon twijfelend meedoen. Is hij dit? Het is een scene die refereert aan een oneindige reeks gay coming of age drama’s, waarin de hoofdpersoon eindelijk wordt bevrijd van alles wat hem tot dan toe heeft beklemd; de extravagantie kan beginnen, kleuren, glitter, spotlights!

“Maybe not that gay.” zegt Simon als voice over, en de scene stopt.

Dit is voor mij de kern van de film, hoewel het een complexe boodschap is. ‘Net als jij’ kan ook ‘normaal’ suggereren, een term waar homoactivisten allergisch voor zijn, in de betekenis van ‘conformistisch’, en dan dus heteronormatief.

Maar dat is niet wat Simon zegt, als je de rest van de film bekijkt. Simon wil zichzelf zijn. En dat is niet extravagant, flaming of wat dan ook. Het is meer zoals zoveel van zijn leeftijdsgenoten zijn. Als je dat ‘normaal’ noemt en er op neer kijkt, zie je volgens mij iets belangrijks over het hoofd.

Extravagantie
Dit houdt me al een paar jaar bezig. Een van de eerste dingen die ik op mijn blog over de Gay Pride Canal Parade schreef, was niet erg positief. Ik schreef dat ik me er niet in herken, en dat ik niet denk dat extravagantie de homo-emancipatie helpt. Daar ben ik later op terug gekomen: natuurlijk mag dit allemaal bestaan.

Maar de laatste jaren maak ik een derde draai. Ja, het mag allemaal bestaan, maar zit je bij de gay extravagantie (die overigens veel meeromvattend is dan alleen de Canal Parade) niet te kijken naar een psychologisch fenomeen waarvan je je mag afvragen of het voor het individu nu zo goed is. En, met permissie, of dit nastrevenswaardig is voor de jonge homo die nog in de kast zit.

Ik bedoel dat het kan zijn (ik benadruk dat ik speculeer), dat personen die zich jarenlang beklemd hebben gevoeld op gebied van seksualiteit en geaardheid, als coping mechanism kiezen voor extravagantie.

“What doesn’t kill you,
gives you a lot of unhealthy coping mechanisms
and a really dark sense of humor”

 

Ik kan deze gedachte moeilijk onderdrukken wanneer ik drag queens zie. Begrijp me niet verkeerd: iedereen moet lekker doen wat-ie wil, maar het zijn acts. Iemand voelt zich kennelijk beter in een over the top alter ego, doorgaans opgebouwd uit clichés en popcultuurreferenties, dan wanneer we hem of haar zonder de opsmuk zouden zien. Waar heeft dit individu dit voor nodig?

In Love, Simon zit een cliché homo. Een schoolgenoot van Simon is dat cliché, de feminine jongen die een sarcastische levenshouding heeft en commentaar met flijmscherpe afzeikhumor pareert. Deze jongen krijgt het flink te verduren van zijn schoolgenoten. Iets dat in een van de betere scenes van de film pijnlijk duidelijk wordt.

Zelfvertrouwen
Simon is dat alles niet, en ambieert dat ook niet. Niet uit verlegenheid of omdat hij zich onderdrukt voelt; eerder vanuit zelfbewustzijn. Je kan speculeren over of het coming of age-aspect van deze film nou zijn coming out is, of dat juist het (her)vinden van zelfvertrouwen van Simon dat is.

Deze film rekent in dat opzicht ook af met een hoop gay coming of age-films; I Wanna Dance With Somebody is aantrekkelijk en herkenbaar, maar ook uit 1987. Move on.

Kritiek hier op kan zijn: ‘zeg je nou lay low, stel je niet aan, en doe normaal’. Maar dan heb je mij niet goed begrepen, en zal je Love, Simon mijns inziens ook niet goed begrijpen. Met al z’n tekortkomingen heeft deze film een complexere boodschap, die er zeer bewust in is gelegd.

Heeft toch een voordeel, wanneer je bij een grote studio zo’n film kan maken.