De mislukkende succestentoonstelling ‘Bij Ons In De Biblebelt’

Hij maakte een niet al te gelukkige indruk. Het was een beeld van een zittende Jezus, zonder kleren aan. Baardje en doornenkroon. Ribben die te zien zijn, gezicht op half zeven. Het beeld heet ‘Jezus op de koude steen’. Ik kon niets bedenken uit mijn gereformeerde jeugd over Jezus op een of andere koude steen.

‘Jezus op de koude steen’ – 1510

Deze week nam mijn moeder mij en mijn broer mee naar de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ in het Catharijne Convent in Utrecht, een expositie over de strook van Zeeland, via de Veluwe, naar het Noorden, waar een hoop orthodoxe christenen wonen. Het Jezusbeeld was een van de eerste dingen die we zagen, en stond op de onderste van de drie verdiepingen die de tentoonstelling beslaat.

De onderste gaat over de oorsprong van het protestantisme, namelijk het Roomse geloof. De schatkamer van het museum is daar ook, en die staat, als museum dat fysiek gekoppeld is aan een kerk, vol met Rooms Katholieke kunstwerken. Zoals rijk versierde monstransen, codexen en oude kleden van bischoppen. Zo is ook een reliek te zien dat de koorkap van Bonifatius zou zijn geweest, al bleek bij onderzoek dat dat kleed gemaakt is in de twaalfde eeuw, en we weten allemaal wanneer Bonifatius is vermoord.

In 754 bij Dokkum.

Afijn, het was op die verdieping opvallend rustig. Op aanmoediging van de website van het museum zelf waren we er vroeg naar toe gegaan, en dachten daaronder dat dat weer zwaar calvinistisch van ons was geweest. Maar toen kwamen we er op de bovenliggende etage achter dat het wel degelijk zeer druk was; de bezoekers liepen gewoon snel door die Roomse uitdragerij heen. Ze moesten niets hebben van al die pracht en praal, en dat sterkte bij mij het idee dat ik toch al had toen ik om mij heen had gekeken bij de kassa.

Namelijk dat hier vooral mensen uit de biblebelt zelf op af komen. Wij, als Friezen, waar toch ook nog wel behoorlijk SGP wordt gestemd, hoorden daar trouwens ook bij. Ik zag verder veel lange rokken bij de vrouwen, veel kort en vooral grijs haar, en alles behalve spijkerbroeken bij de mannen. Dagblad Trouw had een stukje over deze expositie, en daarin staat dat het Catharijne Convent zich vooral richt op de museumkaarthouders. En nu lijken die soms wel wat op biblebelters, maar ik kreeg niet het idee dat dat het grote deel van de bezoekers uitmaakt. Maar goed, daar komen we vanzelf wel achter wanneer het Catharijne Convent de jaarcijfers bekend maakt.

We liepen verder en zagen prachtige foto’s, in opdracht van de expositie gemaakt, van bijvoorbeeld jonge stellen uit de biblebelt. We zagen herkenbare dingen zoals het bord in kerken waar de psalmen voor de dienst op staan. Filmpjes van interviews met biblebelters over hun leven, waar dan uiteindelijk ook één homo vertelt over hoe het hem niet makkelijk wordt gemaakt. Verder eigenlijk weinig waar een bilbebelter zich aan kan storen, hoewel er evident zaken zijn die wringen in die gemeenschap.

En dat maakt het bezoek aan deze expositie toch ook wat ongemakkelijk. In Trouw zei de samensteller dat het ze niet gaat om het zoeken van de confrontatie, omdat het bedoelde publiek de ongemakkelijkheden zelf wel begrijpt. Maar ik vraag me af of het publiek dat ze ‘bedoeld’ hadden, nu wel komt. Ik heb sterk het idee dat er mensen op af komen die naar zichzelf kijken. Zichzelf wijs makend dat ze met al die gereformeerde en hervormde zelftuchtiging goed bezig zijn op de smalle weg, in plaats van de wereldlijke verlokkingen van de brede weg. Dus zien we nergens afvalligen die duidelijk kunnen maken dat ze dan misschien wel niet meer geloven in een opperwezen, maar dat ze absoluut geen duivels leven leiden, en dat er dus geen reden is voor een heilig superioriteitsgevoel van een ‘refo’. En dan mislukt zo’n idee over ‘ze begrijpen het wel’ toch; assumption is the mother of all fuck ups.

Koffiedrinken met je moeder in Utrecht is erg leuk, maar ik heb mijn twijfels over deze tentoonstelling. Mijn broer en ik hebben nog gezocht om een beeld van een wat meer comfortabele ‘Jezus op de warme steen’. Die heeft ongetwijfeld ergens op een brede weg gestaan, maar was niet te vinden in het Catharijne Convent.

Deze column is, in het Fries, gemaakt voor en uitgesproken op Omrop Fryslân Radio.