Stadsboerderij De Sibbe

Het is deze zomer tien jaar geleden dat de koeien van de boerderij waar ik ben opgegroeid weg gingen. Het bedrijf ging verder, op een andere plek in Fryslân. Ik werd er deze week aan herinnerd doordat er een artikel over onze oude boerderij aan de Ivige Leane in de Leeuwarder Courant stond. Heit en mem zijn naar Scharnegoutum verhuisd, en de boerderij is een paar jaar geleden verkocht aan een jong stel met kinderen, dat er een stadsboerderij van wil maken.

Nu ligt de boerderij nog niet in de stad, maar de stad – Sneek – komt wel steeds dichterbij. De crisis van een paar jaar geleden heeft de bouw van huizen uitgesteld, maar dat verandert nu snel. Weide verandert in straten. Harinxmaland. Het heeft een eigen website met teksten als ‘Harinxmaland wordt het stukje Sneek dat voor iedereen bereikbaar is’, ondanks dat het is vernoemd naar een state van ‘een welgestelde Friese familie’, die daar zou hebben gestaan. Ik heb er jaren gewoond; nooit van de Harinxma’s gehoord.

De boerderij heet nu ‘Stadsboerderij De Sibbe’, en in de krant vertellen eigenaren Herma en Johannes over hoe ze er een proeftuin voor een duurzame toekomst van willen maken. Maar je moet nog wel even door de oude boerderij heen kijken, zo schrijft de verslaggever op, en ik zie op de foto mijn oude huis en het raam van mijn slaapkamertje. Een vergaderzaal in de oude melkput, zo is onder andere het plan, en ik denk terug aan al die uren die mijn heit en omke onder in die put hebben doorgebracht.

Deur van de wachtruimte open. Zes, later zeven, koeien aan elke kant van de put. Aan een touwtje trekken en dan krijgen de dieren wat biks. Die ligt op een stoffige zolder, en die moet ik met koud weer soms losschoppen. Op een oude speaker staat een muziekstation aan. Uiers schoonmaken met een warme doek, en dan het melkstel eronder hangen. In een paar minuten tijd loopt dan de grote melkfles naast de koe vol, en je kan het aantal liters melk precies zien. Wanneer ze alle zes klaar zijn, dan gaat het hek voor open. De dieren lopen dan via een gang weer terug naar de ligboxstal. En maar schijten, die dieren. En dat mocht ik als jongetje dan opruimen. Strontschuiven, zo heette dat. Mijn jeugd bestond voor een belangrijk deel uit koeienstront opruimen. Ik had eens moeten weten dat ze er ooit zullen vergaderen, met koffie en koekjes en HDMI-beamers.

Het was geen megastal. De verslaggever schreef dat wel zo op. Die zei dat de ligboxstal uit de jaren zeventig ‘een van de eerste moderne megastallen’ was. Toen de stal werd gebouwd, zou het nog zeker vijfentwintig jaar duren voordat het woord zou worden uitgevonden, maar bovendien is het een voor die tijd heel gangbare ligboxstal. Maar goed, het is onze stal niet meer. De boerderij heet nu ‘Sibbe’, en de sporen van de koeien zijn nu nog overal te zien, maar dat duurt niet lang meer.

Het is onze boerderij niet meer, en het is mijn slaapkamertje niet meer. En ons land niet meer, en het land heeft ook niet meer de namen die wij er aan gaven; de jister, het leech, de finne, de lange five, de alve. Het bestaat alleen nog in de hoofden van een paar Jellema’s. Ik ben vaker in mijn leven verhuisd, maar ik heb bij geen van de huizen waar ik heb gewoond dezelfde gevoelens als bij onze oude boerderij. Dat komt omdat ik er ben opgegroeid, natuurlijk, maar ook omdát het een boerderij is. Zo’n plek waar leven, groei en sterfelijkheid in elkaar overvloeien, zo’n plaats waar je een wordt met het weer, waar de natuur en de mensen dichter bij elkaar staan als waar dan ook. Omdat je er mee leeft en er van geniet, en omdat je er mee vecht en op vloekt. Trek maar eens een koe uit een sloot. Dit snappen alleen mensen die ook op een boerderij zijn opgegroeid, en op een dag vormen we een clubje.

Op de foto in de Leeuwarder zitten Herma en Johannes op een picknicktafel, die dwars op het pad voor de oude boerderij staat, naast de perenboom waar de lekkerste stoofpeertjes af kwamen, zo weet ik. Drie jonge kinderen, breed lachend, een schitterend gezicht. Ze zeggen dat dit hun levensproject is, en dat ze er nooit weer vandaan gaan.

Over een tijdje weet niemand nog van de boerderij van de Jellema’s, zoals ik niks wist van de state van de Harinxma’s. Ik weet ook niet of dat wat uitmaakt. Morgen hebben ze open dag op de Sibbe aan de Ivige Leane. Ik weet nog niet of ik ga.

Geschreven voor en in het Fries gepubliceerd op Omrop Fryslân Radio, op donderdag 30 mei 2019.

Eén antwoord op “Stadsboerderij De Sibbe”

Reacties zijn gesloten.