Eigen tradities – vertaalde column voor Omrop Fryslân Radio

Dus Jenny Douwes stapt naar de Raad van Europa. De vrouw die veroordeeld is tot een taakstraf, vanwege haar oproep vorig jaar op Facebook om een demonstratie van anti-Zwarte Pietdemonstranten tegen te houden, in casu de A7 bij Joure te blokkeren. Jenny vindt dat Friezen als erkende nationale minderheid het recht hebben om haar eigen tradities op eigen wijze te vieren.

Het bezetten van wegen begon in de oud-Friese traditie ergens aan het begin van de jaartelling. Dat was toen nog op het water, want veel vervoer dat nu over de weg gaat, ging toen over het water. In die tijd had je de zogenaamde Westerfrysken, die woonden in het gebied dat nu voor een deel Noord-Holland is en voor een deel opgeslokt is door de Zuiderzee, het IJsselmeer, en de Zwarterfrysken, die vooral op de Waddeneilanden leefden van het toerisme, net als nu. En in die tijd begon het, vlak voor kerst, en ook toen was het niet ver van Joure af, grappig genoeg.

Halverwege de Prinses Margrietrivier – nu recht getrokken, en later is er zelfs nog een prinses naar vernoemd – bij Terhorne, zo gaat het verhaal, leefden tweelingbroers. Jonge pubers, die wel dertig zomers achter elkaar veertien waren, en die de ene zomervakantie met de andere afwisselden. Die hadden een oude automotor in een duwboot gezet, en waren van plan daarmee de Prinses Margrietrivier af te varen. Ze wilden demonstreren tegen het doodknuppelen van zeehondjes. Dat was folklore van de Zwartefrysken, die haar cultuur helemaal ophingen aan oude symbolen, en niet wilden veranderen als dat wel gedicteerd werd door de tijd, of Lenie ’t Hart.

Stiekem kon niemand van de Zwartefrysken die folklore van het doodknuppelen echt wat schelen. Vroeger gebruikten ze de huid van de zeehondjes om warme kleren van te maken. Maar toen Frico Domo op grote schaal zuivelproducten begon te maken, zoals milde magere kwark en 20g krokante mueslimix met cranberry en vijg, schoten de jongelui van het oude Friesland de lucht in. Ze werden te lang voor de kleine stukjes zeehondenhuid. En te breed, toen in het jaar nul Wopke Sûnderlân liet zien hoe je dat kon worden van een combinatie van gelijke liggers en biologische vla. Vanaf toen werden de zeehondjes eigenlijk alleen doodgeknuppeld omdat ze dat altijd zo hadden gedaan.

Welnu, dat vonden de gebroeders dus niet zo tof, dus zij op naar Dokkum. Er wilde ook nog een of andere missionaris mee, ene Wynfreth of zo, en dat had die misschien beter niet kunnen doen. Afijn, ergens bij Terhorne begon het dus: een blokkade. De Zwarterfrysken hadden gehoord van de actie, door t’wetter, toen een belangrijke drager van berichten, en ze gingen er dwars voor liggen.

“We willen knuppelen,” zeiden ze, “niet omdat het ergens goed voor is, of omdat we het nodig hebben, maar we hebben het gewoon altijd zo gedaan!” Ze moesten niets van de tweeling hebben. “Voor onze kinderen!” riep er een, en dat was natuurlijk volslagen onzin, maar wel knap gevonden, als drogreden uit de gereedschapskist van de argumentatieleer – toen een belangrijk vak aan de universiteit van Franeker.

“Maar,” zeiden de broers, “dat is toch helemaal niet leuk?” Ze waren nog niet uitgepraat of de Zwartefrysken begonnen leuzen te schreeuwen als “Hoerenjong! Slet! Vuile bolletjesslikker!” De jongens keken elkaar aan en dachten: waar gaat dit over? “Hoer van de zwarten!” En toen werden er eieren gegooid en staken sommigen hun rechterhand omhoog, heel raar. “Cambuuuuuur!” Cambuur was in die tijd een zuipkeet, en daar is later nog een voetbalclub naar vernoemd.

En zo is het dus begonnen, in het jaar nul, met de oud-Friese nationale minderheidstraditie van het blokkeren van grote wegen. Jarenlang, decennia, nee: eeuwenlang is dat blokkeren volgehouden. Geloof de praatjes niet van mensen die zeggen dat het pas sinds een paar decennia bestaat. Ik hoop dat nu iedereen dit weet, en niemand het meer vergeet. Dat rijmt, dus het is waar.

Later is de folklore van het blokkeren dus overgegaan, eerst naar de provinciale wegen, en later naar rijkswegen. Maar die verrekte Hollanders – toch een beetje een overblijfsel van die Westerfrysken – zitten maar dwars te doen en te zeuren en snappen niets van degelijke en onschuldige traditie, waar nog nooit iemand met een witte huidskleur last van heeft gehad.

Het is een heel goede zaak dat Jenny Douwes dus naar de Raad van Europa stapt, om deze misstand voorgoed uit de wereld te krijgen. Geholpen door een tweeling.

Deze column is gemaakt voor en uitgesproken op Omrop Fryslân Radio.

Auteur: Botte Jellema

Botte Jellema (1977) is journalist, presentator, podcast- en documentairemaker. Hij is freelancer en werkt onder andere voor omroepen en programma's op NPO Radio1. Hij heeft een groot hart voor journalistiek, media, communicatie en verhalen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.