Dijkbreukdrum – vertaalde column voor Omrop Fryslân Radio

Deze week kwam Bon Jovi twee keer op mijn pad. Die was daar al een hele tijd af. Bon Jovi is een Amerikaanse rockband die al honderd jaar bestaat. Nou, 35 om precies te zijn, maar in rockbandjaren is dat honderd. Ze hadden in de jaren tachtig grote hits met nummers als ‘Livin’ on a Prayer’ en ‘You Gave Love a Bad Name’. En nog altijd toeren ze en maken ze albums, al gaat dat al zo’n twintig jaar aan mij voorbij.

Het is recht-toe-recht-aan rock. Föhnrock, zo noemde ik het wel eens, omdat het haar van leadzanger John Bon Jovi altijd perfect zit. Ze hebben nummers met gitaarsolo’s; een fenomeen dat in de popmuziek zo goed als uitgestorven is. Wel jammer dat de gitarist van Bon Jovi in elk nummer dezelfde solo speelde. Verder maak je als muziekliefhebber ook wel eens wat progressie, en zo komen er andere bands en andere muziek op je pad. Ik vergat Bon Jovi totaal.

Mijn eerste confrontatie deze week met Bon Jovi was in een hippe koffietent. Normaal draaien ze daar wat non descripte muziek, of zo nu en dan eens een singer-songwriter, maar de laatste tijd kwam er steeds meer jaren ’80 muziek voorbij. Misschien een grappig bedoelde playlist of zo, ik weet het niet. Niet tot mijn genoegen trouwens; ik heb geen goede muzikale herinneringen aan de jaren tachtig. Ik had Toto al eens gehoord, en ook Foreigner, en nu ‘Keep the Faith’ van Bon Jovi. Dat is van net iets later, maar toch.

Dat nummer staat op de plaat ‘Keep the Faith’ uit 1992. Ik weet nog dat ik toentertijd mem chanteerde om die CD te kopen – voor mijn 15-jarige budget was veertig gulden veel. Ze kocht ‘m, en ik draaide ‘m grijs. Ik weet nog dat ik voor een zomerbaantje dat ik toen had er ’s ochtends heel vroeg uit moest. En ik liet mij elke ochtend wakker maken door de klanken van dat album, dag na dag. Ik kan het verder totaal onbekende nummer ‘I Believe’ letterlijk dromen, want daar begon het album mee. Soms slaagde het opstaan dan nog niet, en dan kwam ‘Keep the Faith’. Dan moest ik toch echt mijn warme bed uit. Dus dat was even een schok, in dat koffiezaakje deze week.

De tweede confrontatie met Bon Jovi was in de krant. Julien Althuisius schreef in de Volkskrant een schitterend stuk over ‘In the Air Tonight’ van Phil Collins, over hoe hij daarmee zorgde voor de opkomst van de doorbraakdrum. In dat nummer zit op iets meer dan drie minuten een ‘dijkbreuk van een drumsolo’, die de popmuziek voor altijd zou veranderen.

Julien beschrijft hoe Eric Clapton tijdens de opnames van die plaat dat nummer hoorde in de studio, en bij de drumbreak schreeuwde: “Fuckin Hell! Wat de fuck is dat?’ – sorry voor de taal, maar het is 1981 en zoiets had hij  nog nooit gehoord. Dit nummer bevat de ‘moeder aller jaren tachtig-drumbreaks’, en er volgde een tijd waarin we niet alleen gitaarsolo’s in de popmuziek hoorden, maar ook luide drums en drumbreaks, allemaal in softpopliedjes, die de soundtrack van mijn jeugd zijn geworden.

Julien heeft het in het stuk over de ‘melodramatische ik-trap-je-deur-in-wijze’ van het gebruik van de drumsound. Het zit ook in Collins’ nummer ‘Against All Odds’, waar nog een schitterende This American Life-podcast over is gemaakt. Dijkbreukdrum, schrijft Julien, en dan gaat het ineens over ‘Always’ van Bon Jovi: ‘Daar is de drumbreak aan het begin van het nummer al lang en vet, alsof iemand met drumstel en al van een trap valt.’ Heerlijk, zulke tekst.

De dijkbreukdrum is verdwenen uit de popmuziek, samen met de gierende gitaarsolo, en de moddervette modulatie. Ze zweven nog wat rond op Radio Veronica, Arrow Classic Rock en ironische Spotifylijstjes, schrijft Julien.

En verdomd. Dat is natuurlijk hoe ik het in dat hipstertentje te horen kreeg. Daar zat ik, stil te luisteren naar de soundtrack van het leven van de vijftienjarige ik, met de verwarrende combinatie van kippenvel en schaamte, bij het horen van ‘Keep the Faith’.

Verschenen op donderdag 25 januari op Omrop Fryslân Radio, en hier ook terug te luisteren, in het Fries.