Joost de Vries in Nooit Meer Slapen

Joost-de-VriesSoms hoor ik op de radio ineens iemand even praten over iets dat me bezig houdt. Zo denk ik laatstelijk veel na over cynisme. Vooral in relatie tot mijn werk.

Joost de Vries (1983) was gisteravond te gast in ons radioprogramma, vanwege het verschijnen van zijn essaybundel ‘Vechtmemoires‘. Hij had het over ironie. Het ligt wat mijn nadenken betreft in het verlengde van cynisme. In het gesprek met Pieter van der Wielen heeft Joost het over een generatie schrijvers waar hij zelf ook toe behoort, van na ’78. Enkele citaten.

“De personages [in hun boeken] zijn mensen die niet alleen niet weten wat ze met hun carrière willen, maar het zijn ook mensen die nooit echt een grap maken of heel erg verliefd zijn.”

“Dit gaat niet alleen over mensen die niet weten wat voor baan ze willen. Dit gaat over mensen die op een fundamenteel niveau geen ambitie, geen liefde, geen humor hebben.”

Dan gaat het gesprek over van de schrijvers van deze generatie naar deze generatie in z’n algemeenheid.

“Je kan honderd en één definities op ironie los laten, maar waar het vaak op neer komt: er zit een soort superieuriteit aan. Ironie is heel vaak: ‘ja, ik weet het zelf ook wel, maar…’. Zo’n soort houding waarin je laat zien dat je streetwise bent.”

“Ik denk dat ironie er bij heel veel mensen een beetje ingeslopen is; dat je superieur bent aan jezelf. Ik denk dat je dat heel veel terug ziet in de huis-tuin-en-keuken-ironie van de gemiddelde hipster. Kleren dragen die je zelf ook niet mooi vindt. Je bezig houden met een baan waarvan je zelf ook wel weet dat het niet een belangrijke baan is. Maar je gaat er helemaal in op.”

Het past in mijn ogen in de window dressing van tegenwoordig. Op de sociale media – I plead guilty – ziet alles er fantastisch uit, smileys, likes, LOL’s… maar met de werkelijkheid heeft het weinig van doen. We gedragen ons in het dagelijks leven navenant: met veel Amerikaans drama. OMG, YEAH, WTF.

Blaas alles op tot dramatische proporties, en smijt er dan het weeïge sausje van de ironie overheen.

Ja, ik doe wel dramatisch, maar eigenlijk sta ik er natuurlijk boven. Reken mij hier dus niet op af, want ik ben beter dan dit. Wat niet echt zo is, maar ook dat kan ik heel goed faken.

Gevolg: geen echte emoties, geen echte ambitie, geen echte liefde, geen echte humor. Niets is meer echt.

Ik heb veel moeite met ironie en cynisme. Niet omdat ik humorloos ben, maar omdat het betekent dat je niet serieus neemt wat je doet. En – zoals Joost ook zei – er is zoveel dat je serieus zou kunnen nemen.

Zoals bijvoorbeeld journalistiek en broadcasting. Mijn werk.