Ik heb een afspraak voor een interview in een groot gebouw in Amstelveen. Ik ben met de auto en er is een parkeerterrein. Daarvoor staat een slagboom met een grote blauwe knop en een intercomknop. Ik ben door mijn afspraak uitgenodigd om daar te parkeren, dus ik probeer de intercom.
“Goedenmiddag, ik heb een afspraak met de heer W.”
“Bent u aangemeld?”
“Eh.. geen idee…”
“Ze moeten u aanmelden.”
“Nou ja, daar ben ik niet bij he.”
“Op welk adres moet u zijn?”
“Eh… hier… eh…”
“…”
“Hoe heet het…?”
“Kunt u dichter bij spreken?”
“ER KOMT HIER NET EEN KAR VOORBIJ RATELEN…”
“Ik kan u niet verstaan.”
“Nee. Ik u ook niet.”
“…”
“Hallo?”
“In welk gebouw moet u zijn?”
“Eh… hier… eh…”
“…”
“Toe, in dit gebouw…. gebouw D?”
“Dat zegt mij niks.”
“Ja, mijn gebouw is het ook niet he.”
“Wat zegt u?”
“Nee niks. Ik moet bij de heer W. zijn, alstublieft.”
“…”
“…”
“…”
“Hallo?”
“…”
“Bent u daar nog?”
“…”
Ik overweeg op de blauwe knop te drukken, om er vanaf te zijn. Maar ik wil me ook niet laten kennen; ik blijf gewoon staan. Ik hou het wel een tijdje uit in mijn auto. Het is een bizar gesprek en het lijkt er op dat ze van me af wil. Ik bel opnieuw aan.
“Hoe lang blijft u staan?”
PARDON?
“Ik … eh.. ik begrijp het niet.”
“Hoe lang duurt uw afspraak?”
“Oh, juist. Anderhalf uur.” Dat was niet waar.
*zoem*
Ik moet zeggen dat het best spannend was. En een opluchting, toen drie uur later de slagboom zonder problemen voor me open ging en ik de parkeerplaats kon verlaten.
reageren

Ik zit te wachten op een computer die door UPS voor het laatst gesignaleerd is in Shanghai. Dit globalistische gegeven kan me eerlijk gezegd niets schelen. Ik kan wachten. Ik ga een lofzang schrijven op de maagdelijke hemel.
Het is stil boven Amsterdam. Ongemerkt prettig. Er hangen hier altijd vliegtuigen. Voortdurend zijn er strepen in de lucht te zien en het gebulder van de motoren is al heel gewoon. Nee, ik woon niet in Hoofddorp of Zwanenburg, maar toch: wat is die rust zalvend. Als je er op let.