‘s Ochtends zouden ZE mijn gootsteen komen ontstoppen. Eigenlijk had ik dat zelf al gefixed, maar ze waren al besteld en je kan nooit weten. Tamelijk laat belt een vlotte jongeman aan, die zich voorstelt als Ab.
Ondertussen hing ik aan de telefoon. Dat hang ik tegenwoordig sowieso de hele dag, omdat met dit prachtige weer de neiging om ‘m te laten rinkelen gewoon heel groot is. Dus ik word ook op de meest onzinnige momenten teruggebeld, meestal door drie mensen tegelijk. Terwijl ik dus al gefrustreerd ben, omdat ik daarvoor voicemails van diverse plumage in m’n oor kreeg.
Ab dus. Die stopt flux een soort elektrieke draaislang in mijn afvoer, terwijl ik hem vraag wat hij nodig heeft. Heb je geld, vraagt hij op z’n Amsterdams en ik lach, wat hij beantwoordt met een lang betoog over dat geld niet belangrijk is. Hij gaat daar zo ver op door dat ik bang ben dat hij me zostraks nog wil bekeren tot een of ander geloof.
Dat bellen van net, dat doe ik trouwens voor mijn werk. Dat je niet denkt dat ik niet helemaal goed ben of zo.
De machine maakt een gek geluid. Althans, waarschijnlijk is het gek, want dat weet ik natuurlijk niet, omdat ik de machine niet ken. Ab stopt de draaislang en constateert dat de afvoer nu stuk is. Even probeert hij nog te zeggen dat het slecht gemonteerd is, maar met het zien van de donderwolken boven mijn hoofd, belde hij rap DE ZAAK. En hij vertrekt, sorry roepend.
Ik sla weer aan het bellen. Ik krijg zowaar iemand aan de lijn, maar net deze geslaagde oproep moet weer via een soort voormalig Oost-Europees GSM-lijntje lopen. Ik versta de helft maar en kan mezelf er maar amper van weerhouden om elke telefoon in de nabijheid tot gruis te stampen.
Na een uur heb ik nog steeds niks van de zaak gehoord. Ab had gezegd dat ik maar een emmer onder mijn wasbak moest zetten, waarmee ik mezelf andermaal het Oostblok in geslingerd voel. Ik bel de zaak zelf maar even en krijg Mo aan de lijn. Een half uur later staat Mo voor mijn deur, samen met nog iemand. Die stelt zich ook voor als Mo, waar ik het mijne van denk.
Mo 1 duikt in mijn gootsteenkastje. Mo 2 haalt de plank, die vast een naam heeft in keukenland, onder mijn keuken vandaan. Daarachter, constateer ik eerst maar ‘s, is het een ontiegelijke bende: de keukenbouwers hebben een groot deel van hun afval daar maar gewoon onder geschopt tweeëneenhalf jaar geleden. Weten we dat ook weer.
Mo 1 maakt mijn afvoer in een handomdraai en ze vertrekken weer. Ik vraag me maar niet af waarom Ab dat niet kon, of ikzelf. Maar ik moet zelf ook weg want ik mag weer ‘s op Radio 6.
Daarvoor had ik verzonnen dat we Marike Jager zouden interviewen, wat ik ook had geregeld. Zij maakt namelijk een tv programma over Lowlands en omdat dat wel een leuk onderwerp is voor De Avonden, en zij zelf twee jaar geleden op Lowlands stond, leek me dat wel aardig. Dus dat had ik dan zo afgesproken.
Maar ze had het vrij druk en daar kwamen we pas dertig seconden voordat we het ITEM zouden beginnen achter. Dat is rijkelijk laat. Enfin, stress, telefoontjes, heen en weer geren en ondertussen op zender doen alsof dat allemaal heel normaal is. Voor de goede orde: we hebben geen regie of redactie bij dat programma. Eigenlijk belachelijk, maar er is geen geld.
Had ik al verteld dat mijn gootsteen al die tijd dus niet ontstopt is? Terwijl dat ook niet echt hoeft? En dat ik Ab met z’n rare draaiding ook niet meteen weer terug hoef?
Uiteindelijk krijgen we Eric Corton in de uitzending, die prachtig vertelt over het festival. Hij presenteert het programma, dus dat is goed. Ik heb ook nog een andere gast, die mij na afloop van het twintig minuten durende interview met hem vertelt dat hij kinkhoest had. Maar, zegt hij er nog bij, ik ben nu niet meer besmettelijk, hoor.
Ten slotte ben ik mijn bananen vergeten bij de kassa van de Albert Heijn. En DAT stoort me nog het meest.
reageren