bottejellema.nl

dat wat je niet wil

VijzelVijzelstraat, zaterdag 11 april, kwart voor een ‘s middags. 

Ik fiets met een zware tas aan mijn schouder en met een gitaar op mijn rug. Mijn flexibiliteit in het verkeer is daardoor minder dan normaal en ik gedraag mij daar ook naar. Iets meer voor rood stoppen dan gebruikelijk en geen riskante inhaalmanoeuvres.

Op een zeker moment komt er een zwarte VW Polo naast me rijden. Hij wil rechtsaf en begint met voorsorteren. Maar daar fiets ik. We rijden zeker tien seconden naast elkaar en hij schuift steeds verder naar rechts. Om niet te zeggen dat hij mij van de weg af drukt. Normaal had ik extra op de pedalen gestaan of had ik geremd, maar gezien mijn bepakking wilde ik fietsen waar ik fietste. Waar ik overigens ook het volle recht toe had.

Maar hij komt steeds dichterbij en ik word pissig. Hij is zo dichtbij dat hij mijn tas raakt. Ik moet uitwijken en geef daarbij een tik tegen z’n raam. De Polo moet stoppen voor de verkeerslichten. Bij groen geeft hij een dot gas, haalt me in, gaat volledig rechts stilstaan en zet de alarmlichten aan. Twee jongens stappen uit, waarvan de passagier in Nieuw-Nederlands begint te schelden. De twee komen op mij af draven en het is een bedreigende situatie.

Ik stop. Ik sta met twee tassen en een fiets tussen mijn benen op straat. Ik kan geen kant op. Of er iets zal gebeuren weet ik niet. Er zijn veel mensen op straat.

De adrenaline stijgt bij mij. Ik besef dat vanaf nu het ‘t beste is om escalatie te voorkomen. Een discussie over wie er fout zat is onmogelijk. Ze geven me weinig gelegenheid iets te zeggen. Ik word een aantal keren vrij agressief Jood genoemd, wat ik niet begrijp. Tussendoor zeg ik dat ik twee zware tassen heb, moeilijk kan uitwijken en dat het me spijt. Het spijt me vooral dat ik nu in deze situatie zit.

Het schelden gaat door, vooral van de passagier. Ik hou mijn mond en maak sussende bewegingen met mijn handen. Ik wacht in feite af wat er gebeurd, want op tekst zitten ze duidelijk niet te wachten. De passagier schreeuwt of ik nou echt denk dat ik er met sorry vanaf ben. Hoe ik het in mijn hoofd haalde om een tik op het raam te geven. Ik word nog een paar keer Jood genoemd, door hem. De chauffeur zegt iets als dat het ‘t verkeerde moment is. Hij loopt terug naar de auto. De passagier volgt, zeggend dat ik gestoord ben. Ik sta stijf van de adrenaline en voel dat me groot onrecht is aangedaan.

Waarschijnlijk heb ik het verstandigste gedaan dat in dit geval mogelijk was. Het is duidelijk dat ik ook klappen had kunnen krijgen. Het is de vraag of ik dat heb voorkomen door mijn handelwijze of dat ik de mazzel had dat het een drukke zaterdagmiddag was. Ik denk alleen wel dat ik de politie achteraf had moeten bellen. Want deze huftertjes waren gewoon op weg naar het volgende incident.

Ik heb gewacht met dit verhaal online te zetten, gewoon om het beter te kunnen duiden. Ik was benieuwd of dit incident iets bij mij zou veranderen. 

Dat is niet echt zo. Ik heb altijd al een hekel gehad aan opgefokte types in slechte auto’s, waarvan er best veel zijn in mijn buurtje. Dat is wel iets erger geworden, maar ik voel me niet ongemakkelijker op straat.

Wat wel is veranderd is dat ik waarschijnlijk niet snel meer toegeef aan de impuls om fysiek te reageren op agressief gedrag in het verkeer. Ik heb een nieuwe, harde bel op mijn fiets gemonteerd en zal die gebruiken. Verder ben ik van plan over dit soort zaken vaker de politie te bellen, want ik moet mijn ergernis aan dit soort klootzakjes wel kwijt.

Share
2 comments
  1. bb says: 22 april 200909:47

    tja… dit zijn van die situaties waar ik ook terecht in had kunnen komen. wij zijn aardige jongens, en dat zijn vaak de jongens die in dit soort situaties de lul zijn. is er ooit een hufter omgekomen door zinloos geweld?

    ik heb ook even gewacht met reageren, want ook ik probeer liever dingen te duiden. mijn eerste impuls is dan altijd ‘zat ik maar in een film en kon ik maar veranderen in een hulk’, maar ja, dat kan niet. een tweede impuls is ‘ik ga toch maar wilders stemmen’, maar ja, dat is een onderbuikgevoelreactie, en daar staan wij intellectuelen toch boven. of niet?

    het vervelende is dat je dus je gedrag gaat aanpassen door dit soort huftertjes. je houdt je bek terwijl je weet dat jij gelijk hebt. je zegt niets als ze een oud vrouwtje lastig vallen in de tram omdat je bang bent dat jij anders een mes tussen je ribben krijgt. je loopt in grote delen van het land maar niet met je echtgenoot op straat, omdat je liever samen oud wordt dan een held bent.

    rare paradox. hoezo, vrij land? hoezo, ideale welstaat? misschien moeten de heren politici zich daar eens druk over maken, ipv over een vliegtuigje. of misschien denk ik nu weer te simpel. of misschien ben ik nu gewoon een simpele lul die het allemaal weeer niet zo goed begrijpt. al heb ik daar de laatste tijd ondanks een iq van +120 wat te vaak last van, voor mijn gevoel.

  2. Aemilius says: 23 april 200902:10

    Enkele jaren geleden ben ik beroofd en in elkaar getrapt, om 30 euro. Ja, het waren jonge naffers (politie-jargon voor: Noord-Afrikaans uiterlijk). Toen was het vrij traumatisch: gescheurde kleren, bebloed, enorm gezwollen bijna gebroken neus. Het kostte mij circa drie maanden eer ik helemaal niet meer aan “mijn” roofoverval dacht.

    Hoe ik daar nu over denk? Ik ben er niet rancuneus door geworden, laat staan dat ik ver-Wilderd ben: ik mag eigenzinnig zijn, onzinnig ben ik niet.

    Een zekere “hogere” rechtvaardigheid bestaat er misschien in het feit dat mensen die anderen in elkaar trappen, hoogstwaarschijnlijk geen prettig leven hebben: klootzakjes hebben doorgaans ook kloterige leventjes.

    Botte, hoogstwaarschijnlijk kom je deze idioten nooit meer tegen en ja, je hebt goed gehandeld: de-escaleren is tactisch gezien de beste oplossing.

Submit comment