Een HB-potlood. Dat was een van de dingen die ik moest aanschaffen toen ik naar de brugklas ging. Het stond op het lijstje met te verwerven zaken, zoals geodriehoek, passer en rekenmachien. Ik wist niet waar HB voor stond, maar het moest HB zijn.
Dat moest van tekenleraar Scheninga, of hoe hij ook weer precies heette. Deze man regeerde met ijzeren hand over zijn tekenlokaal. Je mocht van hem bijvoorbeeld niet je tas op de tafel zetten. Dan begon hij keihard ‘HONDEPOEP’ naar je te schreeuwen. Dat bizarre systeem werd niet uitgelegd, hij deed dat gewoon, al wijzend naar je tas. Ik had een bloedhekel aan deze man. Ik geloof dat we hem de Nazi noemden.
Het was een opvallend lokaal, want het was op een zolder. Het had schuine daken. Dat laat veel weer door, ik bedoel, ik hoorde er goed of het regende of waaide en ik voelde daar de hitte of kou van buiten. Dat maakte de onbuigzame HB-wereld van Scheninga een beetje potsierlijk.
Het was een oudere man. Zo’n docent die niet meer z’n best deed om de namen van zijn leerlingen te onthouden. Klinisch voelde dat. Die idioot specifieke potlood-eis – een potlood was in mijn ogen een potlood – had er meteen voor gezorgd dat ik hem niet mocht. Maar het dwong ook een vervelend soort respect af. Want wat had hij toch met dat mysterieuze HB? Ik kon het niet even Googlen.
Ik moest er ineens aan denken vanmiddag, toen ik muziek uitschreef, met potlood. Zondagmiddag. Het begint om vijf uur al wat donkerder te worden. Dat betekent dat het weekend bijna voorbij is. Achttien jaar geleden betekende het dat ik mijn potlood weer in mijn tas moest stoppen, want maandag het laatste uur Scheninga.
Even kreeg ik weer dat weeïge gevoel van de zondagmiddag van toen terug. De eindeloosheid van de middelbare school. De gedachte dat ik de volgende dag ongewild weer vijf dagen de strijd aan moest met andere pubers. Klef brood uit een kunststof trommeltje en in de aula een bekertje chocolademelk voor een dubbeltje. Temidden van grote, stadse jongens en meiden. Terwijl onbegrijpelijke hormonen door mijn nieuwe lijf werden gejaagd. En dan probeerden ze me ook nog te laten tekenen. Tekenen! Ik kon trekkers tekenen. Volgens mij heb ik dat daar ook gedaan.
Van de lessen van Scheninga weet ik niets meer. Ik heb alleen nog altijd een HEMA-doosje in mijn kast. 12 Potloden cederhout HB.
reageren