Zo langzamerhand begint er toch een leuk lijstje te ontstaan van interessante plekken waar ik heb gespeeld.
Now stop worrying and enjoy life. Dat staat in januari te lezen op Londense bussen. “We see so many posters advertising salvation through Jesus or threatening us with eternal damnation, that I feel sure that a bus advert like this will be welcomed as a breath of fresh air.”
reageren
Het waren fijne jaren. Maar ik haak af. Voor zoiets is altijd wel één moment aan te wijzen. Dat kan ik je precies vertellen. Toen ik je gisteren zag meeklappen met Frans Bauer en Marianne Weber op de 1 en de 3.
Je koos er in het nieuwe seizoen voor om je volledig te richten op De Wereld Draait Door. Dat snap ik wel, want DWDD is natuurlijk onmiskenbaar een hit. In jouw plaats had ik wellicht hetzelfde gedaan. Maar weet je dat ik je juist zo sympathiek vond omdat je HollandSport ook nog deed? Dus dat hielp niet.
Toen je in september weer begon, leek het alsof je je truukje in je zomervakantie had aangescherpt. Ja, of het is mij extra gaan opvallen, dat kan natuurlijk ook. Je poneert je mening tegenover je gast. Dan volgt in de voorlaatste zin een vileine opmerking. En in je laatste zin, voordat je je gast aan het woord laat, bevestig je de autoriteit van je gast op een zeer vleiende wijze. Je zal als gast toch gek zijn als je ongelokt in je tent blijft. Ondertussen zit ik op mijn bank verontwaardigd uit te roepen: “Thijs! Kom! Op!”
Vorige week kwam daar nog iets bij. Ik hoorde jullie tune een keertje los, dus niet als de start van je programma. En daar hoorde ik wat ik al vermoedde: aan het eind zit er een juichend publiek standaard in gemonteerd. Normaal gaat dat feilloos over in het applaus van je echte publiek, maar nu niet, dus kon ik het horen. Dat vond ik wel wat een afknapper. Er wordt trouwens sowieso net iets teveel geklapt in je show.
Ik snap heus dat je Frans en Marianne had. Je kijkcijfers van gisteravond zijn ongetwijfeld extra fabuleus. Ik heb ook niks tegen Frans en Marianne. Maar er bestaan twee soorten muziek: goede en slechte. En dit is gewoon geen goede muziek. Terwijl je wel vaak goede muziek in je show hebt (Moke was je grote vergissing, maar die heb ik je van begin af aan vergeven).
En daar zat je. De regisseur koos er voor je prominent in beeld te brengen. Klap Twee Klap Vier, etcetera. Jij weet natuurlijk ook wel dat je uitsluitend op de twee en de vier moet klappen. Zo niet, dan is het slechte muziek. Je lachte er bij zoals de academici uit mijn studententijd die wegliepen met de Prisma-rijmwoordenboek prozak van André Hazes. Omdat het zo écht is. Maar nogmaals: het zal aan mij liggen.
Ik wil je natuurlijk wel te vriend houden. Want ik ben ijdel genoeg om ook in je show te willen. Met een verhaaltje over dat ik op de gitaar van Jeff Buckley heb gespeeld, of zoiets, of omdat ik een beroemd wordende zanger begeleid. Ik wil je nog wel eens uitleggen dat Les Paul niet de uitvinder van de elektrische gitaar was, zoals je ooit beweerde. Dus ik hou me aanbevolen. Maar ik hoop dat je begrijpt dat het voor mij qua kijken zo klaar is.
Ik neem daarmee overigens afscheid van de gehele Nederlandse televisie. Het lijkt er namelijk niet beter op te worden. Ik zal slechts nog een journaal of een verdwaald Nova’tje kijken. Geen DWDD meer voor mij, sorry.
Daag, Thijs.
reageren
Ik was vanavond wat aan de late kant thuis. Meestal heb ik dan wel redelijke trek, en nu ook, dus dan ga ik zo snel mogelijk door de supermarkt. Dat doen meer mensen op dat tijdstip en dan heb je een rij bij de kassa. Allemaal niet heel raar, maar leuk is anders.
Toen ik in het mandje had wat ik wilde hebben en ik richting de kassa’s ging, hoorde ik iemand door het beroerde omroepsysteem tot twee keer toe “Zuivel Kassa Twee!” roepen. Ik weet niet wie dat uitgevonden heeft, dat je omroept via een telefoonmicrofoon, maar erg slim was het niet. Er komt natuurlijk niemand.
Enfin, ik dus naar kassa drie, met mijn haast. En alsof de duvel er mee speelt: geduivel met zuivel. Een jongen wilde een of ander framboos-zuiveldrankje van het huismerk hebben. En dat stond niet in het systeem. Extra wachten dus. En dat haat ik, want ik weet in de rij bij de kassa nooit zo goed wat ik moet doen. Ik ben altijd blij als ik mijn mandje mag legen op de lopende band, want dan heb ik in ieder geval iets om handen. Daarvoor en daarna sta ik ongelooflijk met mijn ziel onder m’n arm te staan.
Ik weet niet waar ik moet kijken en ik weet ook niet wat ik met mijn handen moet doen. Ik besluit meestal maar over iets te gaan nadenken. Maar als ik dat besluit, kan ik alleen nog maar nadenken over dat ik sta na te denken in de rij voor een kassa, waarmee ik het allemaal nog veel erger maak. Hopelijk ziet niemand me.
Ik benijdde de jongen met z’n frambozendrank dus niet. Hij stond daar maar wat. Een zenuwachtig lachje naar het kassameisje en een soortement verontschuldigende blik naar de rest van de rij. Zo’n ‘sorry-dat-ik-frambozenzuiveldrank-koop-ik-kan-er-ook-niks-meer-aan-doen-en-het-is-nog-van-het-huismerk-ook’ blik. Ondertussen had hij wel gewoon een stoere jas aan. Daar bleef toch weinig van over. Hij zette maar eens een been voor het andere en draaide een beetje. Ik observeerde dat allemaal zo eens een beetje namelijk. Je moet toch wat.
reageren


