piloot worden
Voor de AVRO ben ik deze weken bezig met een reportageserie over ‘Piloot Worden’. Begin dit jaar las ik op de site van RTV Noord het bericht dat de KLM Flight Academy (KLS) in Eelde extra studenten wil aantrekken. De vraag naar piloten, en dus naar hun afgestudeerden, is namelijk groter dan ooit tevoren. Om een lang verhaal kort te maken: ik vroeg me af hoe die selectie procedure er uit zag en voor ik het wist zat ik er in.
Eerst moest ik twee psychologische tests doen. Er werd gekeken of ik slim genoeg voor de opleiding zou zijn en of ik het karakter had dat ze van hun mensen verwachten. Dat eerste zat snor, maar het tweede niet. Ik werk te solistisch. Dat is prima voor een radioverslaggever, maar voor een piloot is het minder.
(Overigens vermoed ik dat ze dit vooral afleidden uit een groepsopdracht die we daar kregen. Ik heb me toen terughoudend opgesteld, omdat ik niet echt-echt piloot wil worden, in tegenstelling tot mijn groepsgenoten. Stom van me. Enfin.)
simulator
Gisteren volgde een ander onderdeel, dat ik ondanks mijn gesjeesdheid toch mocht doen. In een vliegsimulator vliegen! Voor ingewijden: de GVSS. Dat klinkt heel spectaculair, maar in de praktijk draait het om niet veel meer dan zes klokjes, een brute joystick en een computer.
De simulator staat in een kamer van een paar vierkante meter bij de KLS. Het is een kleine cabine van polyester, die in de verte iets van een vliegtuigcabine heeft. Je kan er van achteren in komen en plaatsnemen in de stoel. Er is een dashboard met instrumenten, knopjes en handles. Je ziet verder niets, je moet puur op de instrumenten vliegen.
corrigeren
En ik kan je melden dat dat zowel geweldig als verdomd lastig is! Het lijkt altijd zo simpel, dat vliegen, maar wat ik me niet realiseerde is dat alles wat je doet, invloed op alles heeft. Trek je de neus op, dan daalt de snelheid en het toerental en wijkt het vliegtuig iets naar rechts van de koers af. Corrigeer je dat, dan hang je schuin, wat ook weer invloed op de snelheid heeft. Je mag ook niet scheef vliegen, dus je moet met je voeten constant het vliegtuig recht trekken (de slipkogel in het midden houden). En dan moet je ook nog op tijd vliegen. Over een 360 graden bocht moet je precies twee minuten doen bijvoorbeeld.
Dit alles houdt in dat ik constant aan het rekenen was. Dat is niet mijn sterkste punt. Een vlucht duurt een half uur, waarin je een aantal handelingen moet uitvoeren (hoogte bereiken, horizontaal vliegen, bochtjes draaien, snelheid verminderen, dalen). Tussendoor moet je steeds alert zijn op… nou ja, eigenlijk alles.
kapot
Ik heb drie vluchten gedaan, waarvan twee serieus. Ik moest echt op de toppen van mijn kunnen werken. Instrumenten checken, interpreteren, beredeneren wat de correcties zouden moeten zijn, correcties uitvoeren, bijeffecten van de correcties corrigeren, etcetera. En dan dus die opdrachten ook nog uitvoeren.
Ik was kapot aan het eind van de dag. Maar ik ben niet neergestort en het was fantastisch! De conclusie was dat ik het helemaal niet zo slecht had gedaan, gezien de extreem korte voorbereiding. Dat deed me goed. Normaal doen gegadigden voor de KLS hier vier dagen over; ik een halve dag.
Beroepsvlieger zal ik niet worden. Ik hou het bij razende reporter. Wat een mooi vak heb ik toch!
Aanstaande vrijdag is de slotaflevering van ‘Piloot Worden’ te horen op Radio 1, tussen drie en vier uur in het programma ‘Wat Nu’ (ijs en weder dienende).


goed hoor boot! dus e hebt het vlieghandje!?
aanvliegroute, piloot worden… hmmmm….