Hij stond er al toen ik hier ruim een jaar geleden kwam wonen. En volgens de site van de Rijksdienst voor Wegverkeer was de APK al in 2005 verlopen. Waarschijnlijk heeft-ie zo’n drie jaar op die plek gestaan.
Vier lege banden, begroeid met mos, beschimmeld interieur en allemaal rare dozen en kisten in de kofferbak. Nooit iemand bij gezien. De buren ergerden zich er aan, omdat het natuurlijk geen gezicht is. Ik ergerde me er aan omdat-ie een parkeerplek bezet hield.
De Volvo fascineerde me ook wel. Wie laat nu zo’n wagen onbeheerd achter? Wie blijft daar maar de parkeervergunning voor betalen? Misschien ligt hier ergens iemand al een paar jaar dood in z’n huis… Het ging zelfs zo ver dat ik een briefje achter het raam heb gedaan, maar daar heeft nooit iemand op gereageerd.
Twee maanden geleden kwam dat rode stickertje: “Gesignaleerd door de milieupolitie. Dit object wordt ZSM [handgeschreven] verwijderd.” Dat was dus vandaag.
reageren

Ik was op een bijeenkomst met officiële sprekers op een podium. Het was ietwat informeel, want vanuit de zaal mocht er ook wel eens wat worden gezegd. Een bepaalde mevrouw – middelbare leeftijd, kort haar, bodywarmer – stond vooraan en deed dat regelmatig. Want overal wist ze wel iets van. Meteen bij de eerste gelegenheid liet ze weten ‘zo de politiek in’ te zijn gerold, waarmee ze moeiteloos door de publieke ballotage voor autoriteit kwam. En ze was meteen ook sympathiek, omdat ze gewoon tussen het volk stond. Om zich heen had ze een paar medestanders verzameld, waar ze bij elk nieuw onderwerp veelbetekenende blikken van kreeg: oh, dat, ja daar weet jij ook alles van he, toe maar! Als de presentator met zijn draadloze microfoon naar haar toe kwam, maakte ze wat halve wegwuifbewegingen, waarna ze lachend en hard gewoon toch het woord nam. Op een zeker moment had de presentator het wel zo’n beetje door en zei: oh, jij weer, nou die slaan we even over. Daarop moesten de zaal én de mevrouw lachen. Nu hoefde ze niet eens meer iets te zeggen om toch ver uit te stijgen boven het publiek, de presentator en de sprekers op het podium.
Man, wat ben ik vorige week verkouden geworden. Niet best. Ademen ging bijna niet meer, evenwicht was ingewikkeld, slapen was een bezoeking en mijn stem zakte bijna een octaaf. En nadenken lukte ook niet meer zo.
In Greenwich op Manhattan, stuitten we geheel toevallig op een platenzaakje. Er stond op de begane grond vrij harde punk aan, maar er was een onopvallende trap naar beneden. Daar stond vrij hard onsamenhangend gefröbel aan. Hier vind je de ‘records’, oftewel de langspeelplaten. Een enorme bak met allemaal tweedehands platen met ouwe jazz. Veel troep, maar alles voor belachelijke prijzen, zoals 4,99 of zelfs ,99 – en dan hebben we het over Dollars (dat is voor Europeanen tegenwoordig een soort monopoliegeld).