“Weet je wat ik gisteren heb gedaan?” – Met die vraag val ik Bart ongeveer ieder kwartier lastig. Ik speelde op de gitaar van Jeff Buckley. Ik kan je nu daar geen foto’s van laten zien, om technische redenen waar ik me nu even lekker niet druk om ga maken. Maar dat komt nog wel, geloof me.
De eigenaresse van de Telecaster is een hele aardige mevrouw. Ze woont in een appartement met uitzicht op Manhattan. We waren er rond een uur of twee en liepen pas ‘s avonds om half zeven weer op straat. Het was echt super, ze vertelde ronduit honderduit over haar avonturen met haar vriend Jeff. Zij is eigenlijk degene geweest die Jeff als eerste op het podium zette in New York. Teveel verhalen, ik moet ze snel ergens opschrijven… gelukkig hebben we ook veel opgenomen.
Oh, en voor de filmliefhebbers: ze heeft gescharreld met Howard Shore (Bart kan er maar niet over uit).
Daarna hebben we weer door de stad gewandeld. Het gekke is eigenlijk dat hier rondhobbelen me wel aardig makkelijk af gaat. Eigenlijk is dit de eerste keer dat ik in een buitenland ben waar ik op redelijk niveau met de inlanders kan communiceren (na Tsjechie, Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, Denemarken en Noorwegen). Dus meer dan alleen maar een broodje bestellen, bedoel ik.
De stad went belachelijk snel, op een of andere manier. We zien een hoop vreemde dingetjes. Eekhoorntjes op Union Square. Op Broadway vulde een man een ondergrondse dieseltank, terwijl hij met een buisje aan zijn oor luisterde hoe vol dat ding zou zitten. We ontdekken hoe je hier fooi geeft als je met je creditcard betaalt. Op basis van straatnummer en Avenuenummer kunnen we al vrij rap bepalen waar we zijn en hoe we moeten lopen. The City That Never Sleeps heet wellicht zo omdat het hier een teringherrie is, altijd. Op veel gebouwen staan grappige watertorentjes. Over de daken loopt standaard een Italiaanse kluwen aan kabels en draden. Automobilisten toeteren erg veel, maar rijden voorzichtiger dan Amsterdammers. In een broodjeszaak zei ik dat ik graag 1 plakje ham wilde op mijn broodje, waarop een licht verontwaardigde bediende de overige zeven in zijn hand teruglegde. We ontmoetten iemand die een potje had met stof dat na 9/11 overal op straat lag. Overal zijn standbeelden en plaquettes voor vanalles en nogwat. Iemand zei dat Bart cuty buns heeft. In een homobar. Hihi.
reageren