“Mooi he, Elvis?
Al acht jaar ben ik fan van Elvis.
Sinds 20 september 2001.”
Op haar balkon staat ze te swingen en te klappen. De buurvrouw is een jaar of zeventig, schat ik. Door de open staande deur schalt oude muziek de buurt in. Het appartementenblok waar ik woon maakt een woning verder een knik van negentig graden, en daar woont zij. Ik krijg dus van rechts alles op vol volume mee.
“Nog de beste wensen, he!”
Terwijl ze dat zegt steekt ze even haar duim omhoog. Ze zegt het tegen iemand die op mijn deel van de knik woont en ik niet kan zien. Er komt geen reactie, tenminste niet in geluid. Ze praat trouwens ook wel eens tegen niemand.
Soms zegt ze dat ze saté eet. Of dat ze bij haar broer is geweest. Als een soort losse plat Amsterdamse flodders komt dat vanaf haar balkon. Zij is vaak degene die begint iets te zeggen tegen iemand. Dat doen anderen niet zo snel bij haar. Zelfs de kinderen die op straat spelen zeggen al meer weinig terug. Je kan het geen gesprekken noemen in ieder geval.
Ze doet dit al sinds nieuwjaarsdag iedere middag, Elvis hard spelen. En meezingen, vanaf haar balkon. Ze is altijd alleen in haar huis. Terwijl ik dit typ, klinkt voor de derde keer vandaag: “Walk on, walk on. With hope in your heart. And you’ll never be alone.”
reageren
Bij de Blokker, zo zag ik, hebben ze platenspelers te koop. Voor 38 euro.
Ik moet je nog wat vertellen. Iets wat ik tot nog toe een beetje voor mezelf heb gehouden. Vorige maand ben ik namelijk verliefd geworden. 