Vanmiddag vaart er, zoals ieder jaar, een bonte stoet boten door de Prinsengracht, onder de noemer Gay Pride. De afgelopen dagen is mij verschillende keren gevraagd of ik er naar toe ga, en zelfs of ik mee wil varen. Mijn werkgever heeft er namelijk voor gekozen ook een boot te bezetten. En waarom dan niet.
Op een schaal van schaamte – trots sta ik vrij neutraal tegenover mijn geaardheid. Ik schaam mij er niet voor, maar ik laat mij er ook niet op voorstaan. Daar is namelijk geen reden toe.
Vroeger, ik was onlangs nog puber, schaamde ik mijn ogen uit mijn kop als de Gay Pride door het NOS Journaal werd verslagen, zo begin augustus. Want ik keek Journaal met heit en mem, en ik hoopte vurig dat heit op dat moment vooral de Leeuwarder Courant spelde, wachtend op het weerbericht, en niet keek, en dat mem heel erg thee aan het zetten was. Want homo, zo wist ik al, dat ben ik, althans, nou ja, we zullen zien. Maar ZO! NOOIT!!!! Geen leer aan mijn lijf! Geen blote konten, ja! Geen verentooien, geen ABBA, zwembroekjes, legerkleding, … enzovoort.
De wetenschap is het er over eens dat homoseksualiteit een deviatie in de genen is. Het is een afwijking die voorkomt bij een op de vijftien mensen. Hoewel dat lastig is te meten omdat het best nog omstreden is. Als homo ben je dus niet normaal in de zin van afwijkend van de meerderheid, maar ‘we’ zijn toch nog met best veel. Eén à twee per schoolklas bijvoorbeeld.
Er zijn wat meer linkshandigen dan homo’s (één op de tien) en er zijn nogal wat minder roodharigen dan homo’s (één op de honderd). Excuses voor deze wiki-info, maar dan weten we even waar we het over hebben.
Ik ben het type homo dat als er een pil zou zijn om hetero te worden, die zou nemen. Het scheelt een hoop gesodemieter. Ik zou bijvoorbeeld gewoon kinderen kunnen krijgen. En de omgang met anderen zou normaler zijn. Want een mens is op een zeker moment altijd een jongen of een meisje. Meisjes vinden mij als ze mij net ontmoeten een bedreiging zoals iedere jongen dat voor hen is. Maar wanneer ze HET weten, ben ik ineens een vriendin. En bij jongens is het precies andersom. Dat is toch wat onhandig.
Voor zover ik weet hadden mijn ouders vroeger, weet je nog, geen homo’s in hun vrienden of zelfs kennissenkring. Althans, niet openlijk. Ik vermoed dat zij weinig van homoseksualiteit wisten. En dankzij de Gay Pride, dachten ze, althans in mijn hoofd, dat alle homo’s dus zo, zoals ik eerder schreef, zijn. Voorlopig maar even geen coming-out, dacht ik toen.
Persoonlijk beschouw ik mijn geaardheid dus niet als iets om trots op te zijn en voel er derhalve niets voor om er mee op een boot te gaan staan. Sterker nog: ik denk dat er meer jongens zijn die het zo beleven als ik, kwa Journaal. En dat die Pride z’n eigen doel wellicht tegenwerkt. Maar wie ben ik.
En wat mijn geaardheid verder betreft: je doet er niets aan. Maar aan mijn lijf geen polonaise.
reageren