zeidie dat nou echt?
Goed, moeder Natuur heeft het me dus niet vergeven. Hardnekkig hield ze alles tegen dat ik door mijn afvoer wilde laten stromen. Dus belde ik maar weer andere mannetjes. Mannetjes met een van de vieste beroepen op de wereld: rioolontstoppers.
Als tussen de koeienstront opgegroeide jongen ben ik echt wel wat gewend. Maar mensengootsteenputjes! Dankzij mijn vele verhuizingen heb ik er heel wat mogen leegscheppen. Putjes met gorigheid van vorige bewoners.
Gad-ver-dam-me. En die lucht! Ieuw! Het laatste beroep dat ik zou willen uitoefenen is dat van deze mannetjes!
Het mannetje kwam vanochtend en stapte mijn huis binnen.
“Hmpf,” snuifde hij, “aan ‘t schilderen?”
“Ja” antwoorde ik. In de slaapkamer was ik een muur aan het sauzen.
“Ja, ik ruik de stank.”

Namens de collega’s: wat het mannetje zegt!
jow mij mar de fryske jarrelucht….