Eigenlijk was ik er te schijterig voor. Maar T. heeft meer lef en zo wurmden we ons door het slordige hekwerk. In geen tijd stonden we binnen en beklommen we trappen tot bovenin het pand.
Op dit moment worden de ‘Dubbeltjespanden’ bij mij in de straat gesloopt. Ik schreef er al een paar keer over. Het is een blok huurwoningen uit de jaren 80 van de 19e eeuw. Er zitten prachtige verhalen achter; ik mocht er in mei een reportage voor Radio1 over maken. Neem alleen al de bijnaam ‘Dubbeltjespanden’: de arbeiders die een appartement huurden, konden iedere week een dubbeltje extra opzij leggen. Daarmee konden ze in een tijd van 27 jaar eigenaar worden van hun eigen huisje. Dat is nooit iemand gelukt.
Ik vind het doodzonde dat het wordt gesloopt. Ik snap het wel: het is op sommige plaatsen verzakt, het is oud en klein en heeft vooral hele dunne wanden en vloeren. De moderne verhuurder wil dit niet meer in z’n bestand hebben. Dus de sloopkraan er in en nieuwbouw (van een zorgcentrum, koop- en dure huurappartementen)… Ten koste van vele goedkope huurwoningen op een prachtige plek in de stad, met een fantastische geschiedenis.
Het deel van de panden waar T. en ik in waren, staat er over een week vast niet meer. Binnen vonden we allemaal herinneringen aan voormalige bewoners. T. vond een klein bordje dat op een vensterbank was geschroefd, waar in vier talen op stond dat het verboden was uit het raam te hangen. Zulke bordjes hangen in Italiaanse treinen, volgens T. En hij kan het weten, want hij houdt van Italië én van treinen. Omdat we geen schroevendraaier hadden, sloopten we er de volledige vensterbank voor: maar T. heeft het bordje!
Ik vond helemaal op zolder een wand die beplakt was met krantenpapier. Van een Parool uit 1956. Kijk hier en hier. Dus ook ik was blij.
Zonde. Doodzonde! Kutkapitalisten.
reageren