Dit was vanmiddag vier uur en ik woon bij de pijl.
Ik was een beetje laat met het dichtdoen van mijn ramen. Binnen vier minuten stond zowel de straat, als mijn bed, bank, gordijn, badkamer en vloerkleed blank. In lichte paniek rende ik door het huis om alle ramen (en ik heb er tegenwoordig nogal wat) dicht te maken. Het kwam met bakken uit de lucht!
Maar eigenlijk moest ik er hard om lachen. Niets is mooier dan een dikke bui na een warme periode. Alles spoelt schoon en koelt weer een beetje af.
‘Vroeger’ gingen trokken we – de Jellemakids – een regenpak aan en gingen we naar buiten. Op het erf regelden we dan de waterafvoer. De lage goten van de boerderij lagen na een droge tijd vaak vol opgewaaide troep en die stroomden dan snel over. Die putjes maakten we open. Niets was mooier dan zo’n hele lange dakgoot in een keer leeg te horen gutsen in de afvoer. En dan de ‘dobben’ wegbezemen enzovoort… prachtig vonden we het!
Nu deed ik een beetje hetzelfde. Zowel mijn broer – die ook in Amsterdam woont – als ikzelf belden meteen met heit. Hoeveel tellen tussen weerlicht en donder; hoeveel centimeter water op straat; waar zitten de buien en waar gaan ze heen… Daar was het nog droog… Gedrieën houden we de buien in de gaten!
reageren

Ik was aan de wandel! Kwa bijschrift! Voor
Vanavond in 

Afgelopen week heb ik dit boek gelezen: ‘Het zijn net mensen’ van Joris Luyendijk. Het gaat over journalistiek en dus over de wereld. En met name over hoe ‘we’ de wereld gepresenteerd krijgen en hoe we die zien.