Brief aan D66 Amsterdam

Geachte dames en heren van D66 Amsterdam,

Gisteren, 18 april, heeft u samen met Groenlinks een hervormingsagenda gepresenteerd. Daarin staat dat de tarieven voor parkeervergunningen voor Amsterdammers worden verhoogd. Bij de ‘ombuigingen’ in de plannen lees ik dat u 28 miljoen euro wil ophalen met deze regeling. Uit de media begrijp ik dat in sommige gevallen de tarieven worden verdubbeld. U wil hiermee het autobezit in Amsterdam verminderen. U ziet dat als winst voor het stadsmilieu. Ik wil u uitleggen dat hier sprake is van een oplossing die niks met het probleem heeft te maken, en maak ernstig bezwaar tegen het plan.

Ten eerste stoot een geparkeerde auto exact 0 gram CO2 uit. Dat klinkt als retoriek, maar feitelijk is autobezit (en het stallen er van op straat) geen enkele indicatie voor het vervuilen van de stadslucht.

Ten tweede is het bezit en gebruik van een auto door een Amsterdammer ook geen indicatie voor het vervuilen van de stadslucht. Een auto kan immers vooral buiten de stad worden gebruikt.

Ten derde heeft het verhogen van de vergunningstarieven geen invloed op het bezit van een auto. De afgelopen jaren zijn de tarieven fors omhoog gegaan, terwijl het autobezit nauwelijks is afgenomen. Ten opzichte van 2008 bezitten Amsterdammers 3 procent minder auto’s (verkeersonderzoek 2013 van de gemeente), terwijl de tarieven onevenredig veel meer zijn gestegen (zo’n 50% in de Indische Buurt, weet ik uit eigen ervaring in mijn vorige buurtje).

Los van deze drie drogredenen als argument voor het verhogen van de tarieven, is het tevens volstrekt onredelijk om ineens de vergunningen met 100% te verhogen als er geen alternatieven worden geboden. U noemt in de hervormingsagenda allemaal sympathieke plannen voor voetgangers en fietsers, maar voor Amsterdammers die een auto hebben om zich buiten de stad te verplaatsen heeft u niks.

Ik bezit een auto en parkeer deze in het centrum van Amsterdam. Dat kost mij jaarlijks zo’n 430 euro, wat onlangs weer omhoog is gegaan. Ik gebruik deze auto veel, maar nauwelijks ín Amsterdam. De kilometers maak ik in de rest van het land. Ik reis voor mijn werk van hot naar her, en het OV is daarvoor geen serieus alternatief. Privé gebruik ik de auto ook. Mijn ouders wonen in Friesland. Als ik met het OV naar ze toe ga, ben ik 3 uur en 3 kwartier onderweg. Met de auto kost dat iets meer dan een uurtje.

Met 30.000 kilometer per jaar betaal ik een vermogen als ik over ga op OV en/of Greenwheels, en de aanschaf van een elektrische auto kan ik mij niet veroorloven. Ik vervuil met mijn auto nauwelijks in Amsterdam, want 98% van de kilometers maak ik buiten de stad. Binnen de stad loop en fiets ik. Graag en veel. Maar waarom ik word gestraft met een gigantische verhoging van de vergunningstarieven ontgaat mij. Zeker als er geen alternatief is.

Overigens is het mij ook onduidelijk waarom de auto de stad uit moet. Gelukkig woont en werkt niet iedereen alleen maar binnen de ring; dat zou een enge bedoening worden. Het open karakter van Amsterdam is altijd gefaciliteerd door haar logistieke verbindingen. Dat was de grond voor de aanleg van bijvoorbeeld de dam, de grachten en het stationseiland. Vervoer hoort gewoon bij een gezonde stad. En de auto is niet het meest vervuilend. Een scooter of brommer stoot per kilometer veel meer vervuilende stoffen uit dan een auto. Bussen (we zien ze veel in het centrum) zijn ontzettend smerig om achter te fietsen. Onze nabij gelegen luchthaven (op kerosine zit geen accijns) heeft ook invloed op de vervuiling van onze lucht. Drie keer per jaar naar Ibiza vliegen is goedkoper dan een auto in Amsterdam parkeren. Wat vervuilt hier meer?

Het is een onzalig plan om de parkeertarieven te verhogen en zeker van een partij als D66 verwacht ik een rationelere beslissing. Alleen bij het kopje over ‘zwaar verkeer’ staat dat het college gaat onderzoeken hoe e.e.a. gerealiseerd kan worden. Voegt u dat ‘onderzoeken’ in vredesnaam ook toe bij het plan de tarieven te verhogen in combinatie met de doelstelling van flexibel, dynamisch en duurzaam mobiliteitsbeleid voor onze mooie stad. U komt er dan ongetwijfeld op terug.

Hoogachtend,
Botte Jellema

Facebook

De Nieuws BV

Botte in de studio bij Felix en WillemijnAfgelopen week heb ik te horen gekregen dat mijn rubriek bij De Nieuws BV stopt. Dat vind ik erg jammer, want ik deed dat met veel plezier.

Elke woensdagmiddag verzorgde ik het laatste item in het programma, met een bericht uit de muziek- en theaterwereld. Dat deed ik al meer dan drie jaar, ook in de voorganger DeGids.FM. Op mijn site heb ik er regelmatig over bericht. Ik koos een onderwerp uit, overlegde met de redactie, produceerde een eventueel interview, verzamelde informatie en kwam met audiofragmenten er live in de studio over vertellen.

De redactie heeft besloten dat het afsluiten van het programma anders moet, en daarmee verdwijnt niet alleen mijn rubriek, maar ook die van mijn collega’s op andere dagen. Het gaat per direct in. Mogelijk kan ik in de toekomst nog bijdragen leveren, maar in ieder geval niet meer wekelijks op een vaste plek.

Het opent mijn agenda voor nieuwe projecten. Er suddert weer een Holland/NPO-doc verhaal, ik heb een plannetje voor Woord.nl en dan zijn er ook nog een aantal ideetjes die ik zelf op wil zetten. Het voorjaar is geen slechte tijd voor iets nieuws.

Daarvan houd ik je hier uiteraard op de hoogte!

Facebook

OBA Live

Vanavond ben ik tussen 19 en 20u te gast in OBA Live op Radio5, over mijn documentaire ‘Het Verraad van de Voorstelling‘:

 filosoof Koert van Mensvoort 

over onze hang naar authenticiteit. Echt is goed in onze cultuur, en nep is minderwaardig. Liefst zien we alles zo ‘natuurlijk’ mogelijk. Is dat houdbaar in een tijd waarin we planten genetisch modificeren en de mens mede verantwoordelijk is voor klimaatverandering?http://www.mensvoort.com

 Botte Jellema

Radiomaker Botte Jellema ging voor zijn documentaire ‘Het verraad van de voorstelling’ op zoek naar wat nep en echt is in muziek en radio. Zingen de schatjes van Kinderen voor Kinderen echt zo loepzuiver? En zou Frank Sinatra zijn stem met behulp van technologie ook hebben verbeterd, als hij nu nog zou leven?

 Stine Jensen 

In OBA Live/Filosofie is Stine Jensen vandaag huisfilosoof.

Facebook

Publieksprijs Concours de la Chanson voor Daan Hofman

Exact een jaar geleden trad ik voor het eerst op met Daan Hofman, bij zijn CD-presentatie in Bitterzoet in Amsterdam. Gisteren deed hij mee aan het Concours de la Chanson, en ik was gitarist in zijn band. In een uitverkocht Diligentia in Den Haag speelden we twee prachtige Franse liedjes, waaronder Mathilde van Brel. En we wonnen de publieksprijs!

Dat is op zichzelf al fantastisch en ik heb heerlijk gespeeld in Diligentia. Maar het is ook nog eens grappig. Want in 2008 deed ik met Sjors van der Panne mee aan datzelfde concours, en wonnen we ook de publieksprijs.

Gisteren kreeg ik na afloop dit cryptische briefje in mijn handen gedrukt, bij de uitrijkaart voor de parkeergarage. Het is erg ingewikkeld, maar uiteindelijk moest ik dus gewoon even de tijd omschakelen. Ik kan de consequenties voor het Ruimte-tijd-continuüm nog niet helemaal overzien, maar ik heb mijn auto wel terug gekregen.

tijdomschakelkaart

Facebook

Sterrenkunde

Vandaag staat onder de kop ‘Sterrenkunde’ een artikel in de Volkskrant over kunstkritiek. In de aanleiding wordt mijn blog genoemd:

‘Meer dan ooit spreken recensenten elkaar tegen’, schreef cultuurjournalist Botte Jellema op zijn blog. ‘Wat moet je daar nou mee, als publiek.’

Het komt uit dit blogje, wat afgeleid is van een verhaal dat ik op Radio1 in De Nieuws BV vertelde. En dat was weer naar aanleiding van de opvoering van ‘De Liefhebber‘, door Toneelgroep Oostpool.

Eerder schreef recensent en redactiechef Herien Wensink van NRC in die krant ook over mijn stukje. Al had zij het niet begrepen, of er niet zoveel zin in.

De kwestie van kunstrecensies interesseert mij, en al lange tijd. Ik schreef er exact tien jaar geleden mijn doctoraalscriptie over. Specifieker ging dat over argumentatie in recensies van lichte muziek (jazz, pop, rock) in de Volkskrant van de jaren 1975-2000. Een van de uitkomsten van mijn onderzoek was dat recensenten gedurende die periode steeds meer gingen uitleggen waarom ze ergens een bepaalde mening over hebben. Het argument op basis van autoriteit verdween. In de Volkskrant wordt goed geanalyseerd waarom dat is: de opkomst van meerdere media, en dus meerdere recensies.

De ‘slechte’ recensie in NRC over Danton’s Dood, waar Johan Simons zich over opwond, was in mijn ogen een hele ouderwetse. Omdat er nauwelijks in beargumenteerd werd, waar Simons zich ook over opwond. Het belangrijkste argument was het matige spel van acteur Gijs Scholten van Aschat. In de ‘goede’ recensie van de Volkskrant over hetzelfde stuk werd het spel van Scholten van Aschat juist geprezen.

Enfin – wat moet je er mee als publiek. Ik sloot mijn blogje af met de zin dat recensenten een probleem hebben. Welk probleem ze precies hebben, daarover mogen ze zelf praten in de Volkskrant. En volgende week staat er een vervolg in. Tof.

Facebook